Berlijn, stad voor het academisch discours

Berlijn moge hot zijn, daar studeren is knap lastig. De universiteiten zijn er ouderwets en bureaucratisch, en gezelligheidsverenigingen bestaan nauwelijks....

De student die prijs stelt op een intensieve begeleiding en ‘studeerbaarheid’; het sociale dier dat de genoegens van een gezelligheidsvereniging wil ondergaan; de computervirtuoos en degene die een verblijf aan een Ivy League universiteit had geambieerd: geen van hen heeft in beginsel iets in Berlijn te zoeken. ‘Het studentenleven kan hier eenzaam en onherbergzaam zijn’, zegt ervaringsdeskundige Randy Eisinger (27), die – als deelnemer aan het Erasmus (uitwisselings-) programma – filosofie en algemene taalwetenschappen aan de Freie Universität (FU) studeert.

Toch kan hij de filosoof-in-opleiding – mits die het Duits goed beheerst, en is behept met een uitgesproken vakinhoudelijke belangstelling – een studie aan een van de Berlijnse universiteiten aanbevelen. ‘Je merkt dat het vak hier diep geworteld is. Het aanbod is overweldigend. Als je hierin een beetje je weg weet te vinden en je eigen palet hebt samengesteld, is Berlijn een goede, nee: de béste plek.’ De liefhebber van het academisch discours kan hier zijn hart ophalen, zegt Eisinger. ‘In Amsterdam, waar ik voorheen studeerde, lees je een half uur Kant, en ga je daarna een half uur discussiëren over wat er precies stond. Hier staat de taalbarrière het begrip niet in de weg, en is er ruimte voor het debat.’

In vergelijking met de Universiteit van Amsterdam is de gemiddelde student beter toegerust met de academische vaardigheden waarmee dit debat op vruchtbare wijze kan worden gevoerd, is zijn indruk. ‘In Nederland wordt vaker gepraat vanuit subjectieve indrukken. In Duitsland wordt meer aandacht besteed aan de argumentatieve opbouw van een betoog.’

Zo worden de studenten – in sommige disciplines – geacht een referaat (‘een coherent verhaal’) van 30 tot 60 minuten te houden over de aangereikte lesstof. Een andere student, de zogenoemde Protokollant, moet het vorige college bondig samenvatten. ‘Dat komt de betrokkenheid van de studenten bij het vak natuurlijk enorm ten goede’, meent Eisinger.

Dit didactisch instrumentarium stamt nog uit de tijd – de late negentiende en de vroege twintigste eeuw – dat Duitsland (ook) op onderwijsgebied de toonaangevende natie in de wereld was. Talrijke school- en universiteitsgebouwen uit de zogenoemde Gründerzeit herinneren daar nog aan. Maar, zoals de Duitsers zichzelf met grote vasthoudendheid inwrijven, Duitsland kan zich in internationale rankings nog maar met moeite in de middenmoot handhaven.

‘Voor de onderwijskwaliteit had ik niet per se naar Berlijn hoeven komen’, heeft student kunstgeschiedenis Sandra Coumans (26) na een verblijf van ruim tweeënhalf jaar aan de FU vastgesteld. ‘Interactie tussen docent en student vindt hier op beperkte schaal plaats. Dat hangt samen met de grootschaligheid van het onderwijs: werkgroepen van honderd mensen zijn geen uitzondering.’

Aan de FU, die tijdens de Duitse deling onder Amerikaanse supervisie in West-Berlijn werd gevestigd, manifesteert de wet van de remmende voorsprong zich. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gaf ze, in de frontstad van de Koude Oorlog, gestalte aan de eer en glorie van het ‘vrije Westen’. Maar na die Wende in 1990 verloor ze als gesubsidieerde instelling haar preferente positie, en begon een gestaag slijtageproces.

‘De FU heeft onlangs het predicaat elite-universiteit verworven’, zegt Coumans. ‘Daarover was ik nogal verbaasd: ik meende dat de Humboldt Universiteit in Oost-Berlijn er eerder voor in aanmerking zou komen.’ In de bibliotheken wordt nog gewerkt met rariteiten uit de digitale oertijd. De inventaris in veel onderwijsgebouwen stamt uit de jaren zestig, en de houding van veel medewerkers tegenover de nieuwe informatietechnologie is met die omstandigheid in overeenstemming. ‘Er wordt hier nog veel per post en fax gecommuniceerd’, zegt Randy Eisinger. ‘Veel oudere medewerkers hebben daar niets op tegen.’

Tegen de invoering van de computerregistratie van studieresultaten werden dan ook bezwaren van praktische en principiële aard aangevoerd. Niet alleen door medewerkers die het beheer van de tentamenbriefjes als vanouds graag aan de studenten wilden overlaten, maar ook door progressieve studenten die een inbreuk op hun privésfeer vreesden en het fenomeen ‘cijfer’ wezensvreemd achtten aan een academische omgeving. Deze gelegenheidsalliantie heeft de invoering van het nieuwe systeem echter niet kunnen verhinderen. Zoals ook het bachelor-master systeem, aldus Sandra Coumans, als ‘een innovatie van buitenaf’ werd begroet. ‘Men probeert er het beste van te maken, maar dat gaat niet altijd van harte.’

‘Je moet je instellen op een lange bureaucratische weg’, houdt Eisinger zijn landgenoten voor die overwegen in Berlijn te gaan studeren. ‘Veel, zoniet de meeste, medewerkers hebben een ambtelijke houding. Zij zien zichzelf allerminst als dienstverlener. Ze werken volgens strakke richtlijnen en vaste protocollen. Als je hen tot souplesse wilt bewegen, moet je vasthoudend en aanvallend zijn. Dan is er soms wel iets te bereiken.’

Zelfs de vormgeving van de vrije tijd vergt enig doorzettingsvermogen. ‘Berlijn is sociaal een moeilijke stad’, zegt Eisinger. ‘De colleges zijn zo strak gereglementeerd, dat je eigenlijk niet kunt socialiseren met je collega-studenten. En er zijn hoegenaamd geen gezelligheidsverenigingen, zoals in Nederland. Je moet niet alleen je studie, maar ook je sociale leven zelf organiseren.’

‘Voor veel dingen – ook de schijnbaar eenvoudige – moet je moeite doen’, zegt Coumans. ‘Dat begint al bij de inschrijving en het uitzoeken van je curriculum, het vinden van die professor wiens vakgebied aansluit bij jouw interesses, en het opbouwen van een vriendenkring. Maar als je je zaakjes hebt geregeld, wordt je dik beloond voor je inspanningen. Uiteindelijk zul je namelijk precies kunnen doen wat je wilt. En dan woon je ook nog eens in een heerlijke stad met een breed, onuitputtelijk en betaalbaar cultuuraanbod. Als je ervoor openstaat, is het leven in Berlijn een verrijking.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden