Bericht aan de bevolking

Bij de Belgische gemeenteraadsverkiezingen van zondag staat veel op het spel. Dichters aller steden en dorpen verenigen zich. Zelden gaven zoveel schrijvers hun stemadvies: ‘neen’ tegen het Vlaams Belang....

In welk land worden de Belgen maandagochtend wakker? In elke verkiezingsronde, ook nu weer bij de gemeenteraadsverkiezingen van komende zondag, hoor je van die beangstigende vragen. Wordt België verder opgedeeld? Ligt het grafschrift voor het land al klaar? Wordt het Vlaams Belang nog groter? En eist die extreem rechtse partij in sommige gemeenten nu ook al de burgemeesterssjerp op?

Op 24 november 1991 ging er een schok door Vlaanderen. Die dag staat in de geschiedenis geboekstaafd als Zwarte Zondag: nog nooit hadden zoveel kiezers hun stemgedrag gewijzigd. Nooit waren er zoveel ‘foertstemmers’, die uit onverschilligheid Vlaams Blok kozen. Sindsdien won het Blok, nu Vlaams Belang, keer op keer de verkiezingen, twaalf op rij. De partij ‘groeit uit de kleren’, schrijft politiek commentator Bart Brinckman in de krant De Standaard, ‘het wordt tijd voor verzoeting’. Je kunt, vindt ook die partij, niet langer verzuren en een miljoen kiezers schofferen.

Verzoeting? Muzikanten, kunstenaars én ook schrijvers trekken ten strijde tegen de opmars van het Belang. Afgelopen zondag nog werden in Antwerpen, Gent, Brussel en in het Waalse Charleroi 0110-concerten gehouden ‘voor verdraagzaamheid’; de Vlaamse auteur Kamiel Vanhole riep zijn collega’s op ‘een bericht aan de bevolking’ te schrijven.

Op nieuwjaarsdag 1962 las Hugo Claus, op uitnodiging van het Comité voor de Vrede, in het Amsterdamse hotel Krasnapolski het gedicht ‘Bericht aan de bevolking’ voor: ‘Wáár ziet een blinde in het zwart van de nacht een lichter zwart? (*) En het hangt mijn keel uit als ik zie/ Hoe blinden ook in de zwartste nacht niet willen zien.’ Nu staat Tom Lanoye op het podium, de Gentse stadsdichter Erwin Mortier spreekt de menigte toe op de radio, Saskia de Coster schrijft haar eerste politieke verzen, Tom Naegels polemiseert en de Antwerpse stadsdichter Bart Moeyaert ‘distantieert’ zich van 0110, waar prompt door Koenraad Goudeseune weer poëzie over wordt geschreven. Nog nooit hebben zoveel schrijvers een stemadvies gegeven: ‘neen’ tegen het Vlaams Belang. Verzoeten doen ze niet.

‘Ten strijde, kameraden’, roept ‘auteur, dichter, denker’ Herman Brusselmans. Het is volgens hem niet onbelangrijk, ‘met het oog op de komende verkiezingen’, dat hij suggereert ‘wat u het beste in het kieshokje kan uitrichten’. Stem net als Brusselmans voor de socialisten! Zijn grootvader was lid van die partij in Hamme-Moerzeke; zijn kernwoorden waren ‘verdraagzaamheid, uitstaanbaarheid, amalgamisme en toffigheid’, woorden die Brusselmans uit het hart zijn gegrepen. Waarde bevolking, zegt Kristien Hemmerechts, ‘stem voor de goei’. Spreek, Vlaanderen, spreek, luidt het bij Geert van Istendael. ‘En gij’, prevelt Stefan Brijs, ‘meneerke Brys, hoe denkt gij de mensen een geweten te schoppen?’ Vlaanderen dicht en schrijft aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen, geen schrijver laat niet horen hoe hij over de Vlaamse belangen denkt. ‘Wanneer u straks achter ’t gordijn/ De potloodstomp laat gelden’, spreekt Annelies Verbeke de bevolking toe, ‘Weersta dan dapper het venijn/ De wereld vraagt om helden’.

Nog onlangs is in België een aantal militairen gearresteerd omdat ze aanslagen wilden plegen ‘om het land te ontredderen’. Buitenlandse kranten schreven over complotten tegen de Belgische staat. Enkele dagen later zag je overal in Vlaanderen laagvliegende helikopters, soldaten op verkenning, pantservoertuigen en amfibiewagens. Het Belgische leger organiseerde die septemberdagen, in samenwerking met zijn bondgenoten, zijn grootste manoeuvres sinds tijden. En gisteren nog loeiden op de daken van veel musea de noodsirenes, een initiatief van beeldend kunstenaar Luc Tuymans, een hard klinkend bericht aan de bevolking: er staat veel op het spel in België.

Er zijn tientallen boeken verschenen over het Vlaams Belang, over ‘wat u moet weten’, over hun vroegere en nu opgepoetste 70-puntenplan waarin wordt opgesomd hoe ‘migranten systematisch te marginaliseren, te discrimineren en te criminaliseren’. Over de veroordeling en het verbod van het Vlaams Blok ‘omwille van het racistische karakter van zijn grondbeginselen’ en over de facelift van het Blok dat nu ‘verzoet’ Vlaams Belang heet. Onder schrijvers, journalisten en commentatoren in Vlaanderen laaien discussies op over de manier waarop in de media over de extremistische partij wordt bericht. Volgens het Blokwatch, de belangrijkste nieuwssite over extreem rechts, zongen veel kranten – waaronder De Morgen – mee in het koor van de goedgelovigen die dachten dat na de veroordeling van het Vlaams Blok als racistische partij de nieuwe grondbeginselen van het Vlaams Belang nu ‘geen spoor meer van racisme of fascisme bevatten’. In Wat u moet weten over het Vlaams Belang – Het beste van Blokwatch schrijft site-oprichter en politicoloog Marc Spruyt dat ‘het nogal onbegrijpelijk’ is dat ‘de hoofdredacteur van De Standaard (maar hij niet alleen) een rechtstreekse link legt tussen een harde journalistieke aanpak en de niet te stuiten opgang van het VB’.

Met ‘bittere hoogachting’ richtte publicist en schrijver Piet de Moor een aantal ‘open brieven’ aan algemeen hoofdredacteur van De Standaard Peter Vandermeersch, nu gebundeld onder de titel Brieven aan mijn postbode, Will Tura en Peter Vandermeersch – Een lofrede op vrijheid, schoonheid en verbeeldingskracht. (De in Vlaanderen populaire zanger Tura trad net als Rocco Granata en Helmut Lotti op tijdens de concerten voor verdraagzaamheid.) We moeten, zegt De Moor, die krant van Vandermeersch ‘niet meer lezen om wat erin staat, maar om wat er niet in staat’. Op zijn correspondentie krijgt hij geen antwoord, de algemeen hoofdredacteur hult zich ‘in een wolk van ijzig zwijgen’. De Moor gelooft niet in ‘verzoeting’; het Vlaams Belang kan alleen maar bestreden worden door een ferm cordon sanitaire. Je regeert niet met het Belang, je sluit geen coalitie met die partij.

Hij verzet zich tegen het denkpatroon van de politiek van het appeasement, tegen de politici en commentatoren die het Vlaams Belang onschadelijk willen maken door die partij bestuursverantwoordelijkheid te geven. Volgens De Moor ‘gaat het stinkdier niet minder stinken als je het onder de kraan blijft houden’.

Misschien is De Moors betoog wel het intelligentste ‘pamflet’ dat tegen Filip Dewinter, de leider van het Vlaams Belang, en zijn kornuiten is geschreven, in elk geval overtuigender dan veel proza en karamellenverzen van schrijvers en dichters die zich gezamenlijk verenigen tegen een herhaling van een zoveelste Zwarte Zondag. Zijn bericht aan de bevolking is doordrenkt van het heldere denken van Hannah Arendt over het totalitarisme. Zulk ‘bruin gevaar’ sluimert, het gaat ‘zoet’ over de toonbank, het klinkt ook vaak aannemelijk.

In zijn pas verschenen De wereld is een schouwtoneel – Maar wie doet de regie? buigt oud-journalist Walter Zinzen zich over ‘het georganiseerde misverstand’ dat democratie is. Hebben kiezers altijd gelijk? ‘Een democratie is maar waard wat haar burgers waard zijn’, zegt Zinzen. Het Blok werd ‘met recht en reden veroordeeld wegens racisme’, maar amper een maand later behaalde het Belang opnieuw een overwinning. Kiezers laten ‘vanuit de buik’ hun stem horen, meent schrijver Geert van Istendael. Zou de partij minder succes hebben gehad zonder cordon? Niemand weet het. Is het zo dwaas om miljoenen overheidssteun voor een racistische partij als het Vlaams Belang af te pakken? Democraten hoeven hun eigen doodgravers toch niet te financieren? Maar intussen spreekt de buik van al die kiezers.

Een miljoen Vlamingen stemmen Vlaams Belang – dat kun je niet ontkennen. Zijn ze, vraagt De Moor zich af, wel goed geïnformeerd over het voormalige Blok? Met andere woorden: moeten kranten niet wat minder zoetsappig schrijven en niet eindelijk een keer opschrijven ‘wat u moet weten’ over de beweegredenen en de leugens van het Belang?

Ga naar de Pruimelaarstraat in Bonheiden waar Louis van Dievel in zijn nieuwste roman over schrijft, diep in la Flandre profonde. Van Dievel ontrafelde een wijk waar begin jaren zeventig de ‘Vampier van Muizen’ enkele vrouwen heeft verkracht en vermoord. Hij schetst ‘het kluwen’ van De Pruimelaarstraat – de titel van zijn roman – met zijn lokale duivenmelker, zijn kapelaan, zijn plattelandsdokter, kruidenier, slagersvrouw, cafébazin en zijn Vlaams-nationalisten. Is het een portret van dat ‘verdrietig’ Vlaanderen waar Claus ooit over schreef? Is dát ontevreden, door televisie en allerhande blaadjes geëntertaind Vlaanderen niet de voedingsbodem van het succes van het Vlaams Belang? Je leest het zo weinig. Het wordt weggemoffeld.

Louis Paul Boon zei het al in 1947 aan het slot van zijn ‘Kleine oorlog’, in rauw en ongekuist proza: ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen.’ Hij wilde de angst uit zijn ziel schrijven, vocht ‘als een man uit de straat’ tegen het onrecht in zijn eigen buurt, waar ‘massaal gelogen’ werd, ‘gestolen en bedrogen uit angst voor een lege maag’. Dát ‘verdriet’ van Vlaanderen drupt nog steeds van de pagina’s in de boeken van Dimitri Verhulst. In zijn zedenschetsen lijkt het of in elk Vlaams dorp ‘een mechanisch Glockenspiel het Ave Maria tingeltangelt’ en er in elk café wordt gezopen en gehoereerd. In Dinsdagland – Schetsen van België, ‘het evangelie volgens Vlaanderen’, portretteert hij het land als een soort exotisch, onbemind en surrealistisch land van duivenmelkers en schuimbekkende renners. Schop ze een geweten!, schreef Boontje. Ook in Reetveerdegem. ‘God schiep de dag en wij slepen ons erdoorheen’, luidt het adagium van Verhulst in De helaasheid der dingen. In zijn roman keert de schrijver terug naar zijn geboortegrond in het Vlaamse Reetveerdegem. Hij schrijft zijn herinneringen op, in een dorp waar met ‘het ritme van de roddel’ verhalen in het café worden verteld, waar gezopen wordt en gezeikt, waar de maden verzot zijn op de kadavers van dronkaards.

Is dat het drieste beeld van Vlaanderen, van ‘het verdriet’ dat Vlamingen teistert? De scheidende burgemeester van Gent, Frank Beke, schreef een mooi ‘epos’, Mijn Gent, over zijn stad, over het Vlaanderen van vroeger, nu en het Vlaanderen van de toekomst. Zijn partij, de socialisten van Brusselmans, vroeg thrillerauteur Jef Geeraerts het partijprogramma om te zetten in een ‘ode aan Gent’. Dat deed Geeraerts, in een flinterdun boekje dat gratis werd verspreid, ‘zijn’ bijdrage aan de strijd tegen het Vlaams Belang is ‘ter ere van Gent’ een aubade aan zijn vrouw Leonore die hij in de stad heeft leren kennen. Gelukkig staat er nog iets in over de politieke plannen van zijn partij. Over de havenpolitiek: ‘In de haven van Gent is een zeeschip even welkom als de oeverzwaluw.’

In welk land worden ze maandag wakker in Vlaanderen? In het Gent van oud-burgemeester Beke? In Reetveerdegem? In de Pruimelaarstraat in Bonheiden, of in Hamme-Moerzeke? ‘We worden vandaag niet wakker in een ander land’, zei Clouseau-zanger Koen Wouters zondagavond na zijn optreden in Antwerpen tijdens het concert voor verdraagzaamheid. Maar pas maandagochtend, analyseert Bart Brinckman de ‘politieke barometer’ in De Standaard, zal Vlaanderen weten of de ster van leider Filip Dewinter van het Vlaams Belang aan het tanen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden