Bergen trekt naar buiten

BERGEN - Het wordt 'Het Wonder van Bergen' genoemd: hoe kon één klein Noord-Hollands dorpje zo belangrijk zijn geweest in de Nederlandse kunstgeschiedenis? Schilder Lucebert woonde er, componist Simeon ten Holt is er geboren, fotograaf Sanne Sannes overleed er na een auto-ongeluk en beeldhouwer Folkert de Jong zat er op school. Het vernieuwde kunstencentrum Kranenburgh, dat zaterdag na meer dan twee jaar verbouwing zijn deuren opent, viert de 'broeinestfunctie' van het kunstenaarsdorp. Directeur Kees Wieringa: 'Hier in Bergen dronken, aten en vreeën ze met elkaar.'


'Culturele buitenplaats' staat tegenwoordig in de naam Kranenburgh. Het staat symbool voor de ambities van het vernieuwde kunstencentrum. Met de nieuwbouw van Dirk Jan Postel, bekend van de uitbreiding van het Dordrechts Museum, is het tentoonstellingsoppervlak vervijfvoudigd naar 2.500 vierkante meter. De kosten bedroegen 5,5 miljoen euro, bijeengebracht door de gemeente Bergen, de provincie en een particulier fonds.


De uitbreiding is, als een 'naar achteren uitdijend labyrint', tegen de oude villa Huis Kranenburgh aangebouwd. Om in harmonie te blijven met de oudbouw en het natuurschoon, zit een deel van de uitbreiding onder de grond. De grote raampartijen aan de uiteinden van de zalen laten de natuur als het ware in het gebouw overlopen.


'Buiten' is een belangrijk onderdeel geworden van een bezoek aan Kranenburgh. De eens verwilderde tuin is omgetoverd tot een beeldentuin met sculpturen van Lucebert en Folkert de Jong. Chiel Kuijl heeft een kunstwerk van touwen gemaakt die door de hele tuin en zelfs over het gebouw heen lopen. Bezoekers kunnen erin hangen en slingeren. Het werk is een metafoor voor het 'kunstenaarsnetwerk' dat Bergen is geweest.


'Musea hebben vaak de status van chic en duur. Wij willen open en laagdrempelig zijn. Bezoekers moeten hier tot rust kunnen komen en geïnspireerd raken. Vanaf de tuin loop je zo de duinen in en naar zee', zegt directeur Wieringa. Hij noemt zijn vernieuwde kunstcentrum, dat jaarlijks 200 duizend bezoekers moet gaan trekken, 'Kröller-Müller in het klein'.


Die rust is twee dagen voor de opening nog ver te zoeken. Overal wordt druk getimmerd en gezaagd. De glazen vitrines over de kostbare keramieken voorwerpen van Lucebert zijn nog niet geplaatst. Je moet er niet aan denken dat iemand ze per ongelijk omstoot. 'Het is vrij hectisch vandaag', zegt Wieringa. 'We openen over twee dagen niet alleen een gebouw, maar ook een tentoonstelling.'


De openingstentoonstelling Wonder leidt de bezoeker langs honderd jaar kunstenaars in Bergen. Het begint met de Bergense school, de groep kunstenaars rond Leo Gestel, Piet Wiegman en Charley Toorop die rond de Eerste Wereldoorlog in Bergen woonden en werkten. De door het kubisme beïnvloede stroming kenmerkte zich door diepe donkere aardse kleuren.


In 1949 was Bergen ook 'de kraamkamer' van de Cobra-beweging. Een paar maanden voordat de beroemde tentoonstelling in het Stedelijk Museum plaatsvond, exposeerden Appel, Constant en Corneille in het Kunstenaarscentrum Bergen. In Kranenburgh hangen de onlangs teruggevonden affiches die zij voor de expositie hadden gemaakt en aan de bomen hadden geniet. Vanaf 1953 woonde Lucebert in Bergen, eerst in de oude Villa Kranenborg, later in een eigen atelier.


Ook de nieuwe generatie kunstenaars blijkt een band met het dorp te hebben. Fotografen Rineke Dijkstra en Koos Breukel woonden een tijdje in Bergen. Beeldhouwer Folkert de Jonge ging er naar school. Van hem is het prominente beeld De danser in de tuin.


Een netwerk kan ook iets geslotens hebben, een gevoel van incrowd. Hoe valt dat te rijmen met een open en laagdrempelig karakter? Wieringa: 'Dat gesloten kunstenaarsdorp bestaat voornamelijk in de beeldvorming. Maar de kunstenaars die we hier laten zien, zijn veel groter dan Bergen alleen. In feite halen we de wereld naar Bergen. We willen laten zien hoe hoogwaardige kunst tot stand komt als kunstenaars elkaar beïnvloeden en inspireren.'


Overzichtstentoonstelling Wonder, Museum Kranenburgh, Bergen, t/m 16/3. kranenburgh.nl

Stenen voor kunst

Alles was niet altijd pais en vree in kunstenaarsdorp Bergen. In 1969 kreeg kunstenares Ans Wortel een gedeelte van Huis Kranenburgh aangewezen als woon- en werkruimte door burgemeester Lo Ruiter. Dit stuitte op verzet van enkele kunstenaars en bewoners, omdat hier eerst het Kunstenaarscentrum Bergen was gevestigd. Er werden zelfs stenen bij Wortel door de ruiten gegooid. Drie jaar later kwam de gemeente terug op het besluit en besloot een museum in het pand te vestigen. Wortel verzette zich tegen ontruiming. De juridische strijd duurde meer dan twintig jaar. Pas in 1993 opende Museum Kranenburgh zijn deuren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.