Berekenende boef uit bloederige B-film

Scheidsrechter op zijn vijftiende, want hij is een sportliefhebber met geldingsdrang maar lenig noch sterk. Tien jaar daarna een volleerd diplomaatje....

ELKE middenstander weet: over geloof of politiek praat je niet. Maar nu Ad Melkert (40) minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is, wordt zijn vader, de dorpskapper uit het Zuid-Hollandse Gouderak, wat vaker uitgedaagd. Sommige klanten beginnen tijdens het knippen met: 'Zeg, wil je die jongen van jou eens vertellen dat . . . '

Vader Melkert gaat er nog altijd niet echt op in. Hij en zijn vrouw praten eigenlijk pas over politiek sinds zoon Ad het zo ver heeft geschopt. Hij komt vaak genoeg op bezoek, legt weleens uit hoe het werkt en dan gaat zijn vak 'meer voor je leven', vindt Ads moeder.

Heel Gouderak - nou ja, niet de import in de nieuwbouw - kent Ad van achter de groentekraam op de zaterdagse markt. Dat was voor het geld. Als schooljongen schreef hij voetbalverslagen voor de Goudsche Courant. Dat was voor het geld en de lol. Hij floot voetbalwedstrijden. Dat was voor de lol, en om zich te onderscheiden. Want Ad Melkert heeft geldingsdrang en houdt erg van sport, maar is niet lenig of sterk.

Ook zijn liefde voor Feyenoord is toen ontstaan. Op zijn veertiende regelde hij met dorpsgenoten dat hij kon meerijden naar de Kuip. Stuur hem de internationale wedstrijden van Feyenoord op video, en het ijs is gebroken bij de stug ogende Melkert. Hij mag er graag naar kijken na een avond hard werken. Maar als hij zelf de video instelt, neemt hij steevast iets heel anders op.

Hij was rustig, zeggen de mensen die hem kennen uit zijn jongenstijd. Niet zonder vrienden, sociaal vaardig, maar tegelijk ook 'op zichzelf'. En slim. De hoofdonderwijzer adviseerde zijn ouders voor hem de moeilijkste school te zoeken die er was. Anders zou Ad, de oudste van vier zoons, maar lastig worden van verveling.

Het werd het gymnasium in Gouda. Elke dag de Hollandsche IJssel oversteken. Die rivier kent hij van kindsbeen af. Want voor school en kerk waren katholieken in het overwegend protestantse Gouderak aangewezen op Moordrecht. De pont meert aan op de dijk. Bij hoog water schuift de boot pal langs het woonkamerraam van het ouderlijk huis.

De keus voor de politiek was toeval. Melkert wilde sportverslaggever worden, maar werd uitgeloot voor de School voor de Journalistiek. Een vriend, student in Amsterdam, zei hem dat er nog plaats was bij politicologie. Na een dagje onderzoek in Amsterdam belde Ad zijn ouders: hij ging politicologie studeren en had ook al een kamer. Een dure in een krot, dat wel.

Het was 1974. Melkert stapte, achttien jaar oud, het politiek bruisende Amsterdam in. Zijn vriend en partijgenoot Gerrit-Jan van Oven heeft hij toen leren kennen. Van Oven was 'secretaris acties' van de PPR, de kleinste regeringspartij in het kabinet-Den Uyl. Hij zocht mensen. Zo vonden zij elkaar. Melkert viel hem op vanwege zijn intelligentie, veelzijdigheid en de kwaliteit van de stukken die hij schreef. Van Oven introduceerde hem daarom in het internationale jongerenwerk, wat Melkert als zijn 'praktische en politieke leerschool' beschouwde.

De PPR verloor in 1977 vier van de zeven zetels en dat was een enorme teleurstelling voor Van Oven en Melkert. Ze hoorden bij de 'Godebald-groep' - zo genoemd naar de plek van samenkomst in Utrecht - van PPR-leden die streefden naar regeringsmacht, in plaats van samenwerking met klein links. De groep kreeg geen voet aan de grond. Rond 1982 vertrokken de leden één voor één naar de PvdA of D66.

Voor Melkert, op zoek naar invloed, werd het de PvdA. Hij heeft er een verhuizing naar Almere voor over om in 1986 zijn gang naar de Kamer te vergemakkelijken. Tot vorig jaar heeft hij daar ook gewoond.

Melkert had intussen de smaak van het internationale werk te pakken gekregen. Hij schopte het in 1981 tot algemeen secretaris van het Jeugdforum van de Europese Gemeenschap. Op zijn vijfentwintigste woonde hij in een prachtige flat in Brussel, struinde hij als een klein maar volleerd diplomaatje recepties af en bereidde hij zich in het vliegtuig voor op zijn tentamens.

Zoals een internationalist betaamt, haalde hij zijn vrouw van ver, Monica Leon Borquez. Zij organiseerde in 1979 een jongerenconferentie in de Chileense hoofdstad Santiago en nodigde een Europese delegatie uit om zich in te dekken tegen dictator Pinochet. Maar na afloop van de conferentie werd de complete Europese club Chili uitgezet.

Melkert nam zijn vrouw niet direct mee. Over de verdere toedracht zwijgt hij, want hij houdt niet van small talk en schermt zijn privéleven af. Partijgenoten keken daarom vreemd op dat Melkert haar in de zomer van 1994 meenam naar het PvdA-congres over deelname aan het paarse kabinet. Toen niet lang daarna in De Telegraaf een gemoedelijke foto prijkte van het gezin Melkert in de Efteling, leek hij definitief van zijn geloof te zijn gevallen. Maar Melkert claimde dat hij de publiciteit niet had gezocht. Het is een uniek beeld gebleven.

Hij wil wel over privé-zaken vertellen, als het functioneel is. De minister van Sociale Zaken is óók verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid. Iedereen mag daarom weten dat hij pas tegen tienen op het departement verschijnt, omdat hij zijn twee dochters naar school brengt. De minister voor gezinszaken, die CDA-leider Heerma wil, is er volgens Melkert al. 'Dat ben ik.'

Vier weken na zijn aantreden als minister scoorde Melkert redelijk hoog in de interview-serie 'Langs de feministische maatlat' in Opzij. Hij kookt graag, onthulde hij daar, en goed ook, zeggen mensen die het genoegen hebben mogen smaken. In de keuken improviseert Melkert; een culinaire specialiteit heeft hij daarom niet. Maar vanwege zijn langjarige ervaring bij de groenteboer kent een sperzieboon voor hem geen geheimen.

Dat hij het imago van een eigenheimer heeft en eeuwig laag scoort in de populariteitsmetingen van bewindslieden, zit hem wel dwars. Het irriteerde hem ook dat hij in zijn tijd als kamerlid werd afgeschilderd als de arrogante, ambitieuze aanvoerder van de rechtervleugel in de PvdA-fractie of de 'tassendrager' van partijleider Kok. Maar slechte pers noch polls zullen hem in de armen van een mannetjesmaker drijven. Hij kan en wil niet populariseren.

Melkert ziet de politiek als een vak dat je goed of beroerd kunt uitoefenen. Wie het goed doet, laat zich niet meeslepen door persoonlijke emotie, maar analyseert en zet kleine, strategische stapjes naar het doel. Een goed politicus geeft en neemt, schat kansen in, sluit coalities en schaamt zich niet voor compromissen. Het resultaat telt.

Zijn berekenende wijze van opereren roept bewondering, maar ook irritatie op. Ad Melkert was niet populair als de financiële man van de PvdA-fractie in de periode van het kabinet-Lubbers/Kok. Traditiegetrouw heeft de financieel woordvoerder als adviserend lid van het fractiebestuur veel invloed. Maar Melkert zat tijdens die vergaderingen altijd uitdagend met zijn neus in grote stapels werk.

Desondanks bemoeide hij zich met alles, daartoe in staat gesteld door zijn feilloze radar voor politiek gevoelige punten. Hij trok veel werk naar zich toe en haalde vaak de pers. Zijn collega Henk Vos gaf hem daarom de bijnaam 'woordvoerder algemene zaken'. Daar kon Melkert om lachen. Collega's die achter hem om bij de fractieleider klaagden over 'landjepik', konden echter rekenen op zijn minachting, die hij hen ook subtiel liet voelen.

Melkert stelde intellectueel weerwerk op prijs, en helemaal als hij het debat winnend kon afsluiten. Vice-fractievoorzitter Frans Leijnse groeide zo uit tot zijn 'liefste vijand'. Inhoudelijk waren ze het vaak niet eens. Het werd een sport voor beide kemphanen om elkaar ook via debatteertrucs onderuit te halen. Als Melkert daarin verloor, werd hij echt boos. Het was in die tijd in de fractie de enige emotie die hij niet kon verbergen.

De samenwerking met het CDA verliep moeizaam en het chagrijn nestelde zich in de PvdA-fractie. Melkert zag er onder die omstandigheden geen been in zichzelf onbeschaamd naar voren te duwen. Hij vindt het niet chic, zoals iemand zegt, om openlijk te twijfelen aan je eigen kwaliteiten.

Partijleider en minister van Financiën Kok maakte van Melkert zijn steunpilaar in de fractie. Ze werden een tandem genoemd. Het was ook Kok die wilde dat Melkert - en niet Willem Vermeend of Frans Leijnse - financieel woordvoerder werd.

Een staaltje van zijn onafhankelijke opstelling en tegelijk ook zijn pesterige humor kregen zijn financiële tegenvoeters Robin Linschoten (VVD) en Gerrit Ybema (D66) in de hete formatiezomer van 1994. De financiële woordvoerders mochten af en toe in conclaaf met informateur Kok, in plaats van de 'eerste' onderhandelaars Wallage, Bolkestein en Van Mierlo. Als het drietal na de besprekingen met Kok langs het PvdA-bolwerk aan het Plein kwam, zwaaide Jacques Wallage steevast het raam open: 'Hallo, Ad, kom je zo even?' Waarop Melkert minzaam terugzwaaide en tegen Linschoten en Ybema bromde: 'Het eerste uur niet. Ik laat hem eerst even zweten.'

In dat gezelschap straalde Melkert ook uit dat hij rekende op een plaatsje in het kabinet. Maar zijn ambitie gold niet exclusief Sociale Zaken. Evenmin zag hij dit ministerschap als een eindpunt in de politiek. Als zijn pragmatisme ooit in opportunisme ontaardt, dan is het op dit vlak. Never say never, is zijn lijn. Hij ziet overal kansen.

'Christus', moet FNV-voorman Stekelenburg geschrokken hebben uitgeroepen, toen bekend werd dat Melkert naar Sociale Zaken ging. Weinigen voorspelden dat rechtse Ad het sociale gezicht van de PvdA weer glans zou geven.

Maar Melkert is niet van de ene op de andere dag veranderd in een bevlogen linkse idealist. Ook op Sociale Zaken is pragmatisme zijn leidraad. Hij weet dat een sociaal-democratische minister in een kabinet met de VVD en D66 alleen slaagt, als hij de PvdA smoel geeft. Per slot van rekening was hij de grootste criticaster van de 'matige zelfpresentatie van de Partij van de Offers' in het kabinet-Lubbers/Kok.

Sociale Zaken vindt het een opsteker dat Melkert herkenbaarheid nastreeft. Het departement viert met de minister feest, als hij een slag wint van VVD-minister Gerrit Zalm op Financiën of D66-minister Hans Wijers van Economische Zaken. Maar evengoed wordt er gekankerd als hij een keer verliest. Af en toe wordt het menens tijdens die oorlogjes, weten ingewijden. Melkert is geen tegenstander die na één keer opgeeft. Als een schurk in een bloederige B-film kan hij op het onaangename af nog tien keer terugkomen.

Melkert is niet gauw tevreden, zeggen zijn ambtenaren, zeker niet als ze wel exact opgeven hoeveel beren er op de weg zijn, maar verzuimen de oplossingen te schetsen. Ze vinden het een cultuurschok dat hij altijd precies wil weten hoe koopkrachtplaatjes en abstracte verhalen uitpakken in de werkelijkheid. Maar zijn deur staat altijd open, en niet alleen voor de hoogste ambtenaren.

Gunstige recensies krijgt hij van de PvdA-wethouders van Sociale Zaken in gemeenten van honderdduizend of meer inwoners. Op initiatief van de Dordtse wethouder Van der Loos komen zij eens in de twee maanden naar het departement om de minister bij te praten over de weerbarstige praktijk.

De vrees dat de nieuwe minister wel 'gecijferd', maar niet 'geletterd' was, heeft de internationaal geschoolde alfa-gymnasiast inmiddels weg kunnen nemen. Bij de Oeso, het internationale economische gezelschap in Parijs, zijn ze Hollandse onhandigheid en blabla gewend.

Maar Melkert beweegt zich opvallend gemakkelijk in het gezelschap van de grote landen, schakelt moeiteloos over van onberispelijk Frans naar uitstekend Engels en heeft het ook nog ergens over. Overigens blijkt de anders zo harkerige minister in zulke gezelschappen net zo lang te kunnen temen en strijken als de landsaard van de gesprekspartner vereist.

Zijn topambtenaren hebben inmiddels ook een glimp kunnen opvangen van een andere Melkert. Het aftreden van staatssecretaris Robin Linschoten van Sociale Zaken, eind mei, raakte hem echt.

Er hing die nacht een vreemde sfeer in de ministerskamer in het parlement, waar Melkert en de meest betrokken ambtenaren het debat volgden. Er werd veel en hard gelachen, vooral omdat iedereen wist: er is geen houden meer aan.

Melkert vond het unfair. Tegelijk zag de strateeg, die altijd minstens twee zetten vooruit denkt, al weken aankomen dat Linschoten onherroepelijk van het bord af zou vallen. Voor hemzelf was het spel al die tijd kennelijk zo overzichtelijk als het polderlandschap waarin hij opgroeide. Ieder ander zou het moeras zijn ingezogen. Maar Melkert hield zelfs zijn voeten droog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.