Beproefde electorale strategie van Witte Huis lijkt niet meer te werken

Bijna sluipenderwijs naderen de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten. Er zijn nog 17 dagen te gaan tot de electorale krachtmeting die zal bepalen of George Bush kan blijven regeren met een Republikeinse meerderheid in beide kamers van het Congres....

Sluipenderwijs is misschien niet helemaal het juiste woord, zeker in de VS zelf niet, waar de politiek zich zelden op kousenvoeten voortbeweegt. Vooral sinds het schandaal rond de afgetreden Republikeinse afgevaardigde Mark Foley – die zich zou hebben bezondigd aan ongewenste intimiteiten jegens enkele minderjarige bodes in het Capitool, iets wat de fractieleiding veel te lang op zijn beloop zou hebben gelaten – wordt door de media bijna dagelijks bericht c.q. gespeculeerd over de kansen en mogelijke gevolgen van een (partiële) machtswisseling in het Congres. Maar het politieke theater mist aperte hoofdrolspelers, zoals bij presidentsverkiezingen, en dat geeft het iets onbestemds.

Bovendien heeft iedereen wel afgeleerd de kracht van de Republikeinse ‘machine’ te onderschatten. Ook als in de peilingen de donkere wolken zich samenpakken, zijn de Republikeinen de laatste jaren herhaaldelijk in staat gebleken een dreigende nederlaag af te wenden. Voornaamste reden: ze hebben meer geld tot hun beschikking dan de Democraten en ze kunnen bogen op een superieure organisatie, waardoor ze bijvoorbeeld werken met ruimer bemande telefoonbanken en uitstekend geëquipeerd zijn om op verkiezingsdag massaal vervoer naar de stemlokalen te regelen.

In feite heeft Karl Rove, de Republikeinse meester-strateeg in het Witte Huis, de bijl gezet aan de wortel van een klassieke doctrine, die luidt dat de ultieme verkiezingsslag wordt geleverd in het politieke midden. Met name in 2004 heeft Bush aan het langste eind getrokken doordat de Republikeinen erin slaagden het deel van het electoraat dat sinds de jaren ‘80 hun trouwste aanhang is geworden, namelijk evangelische christenen met een sociaal-conservatieve instelling, massaal te mobiliseren op de dag van de verkiezingen. Vooral op dat punt werden de Democraten overtroefd.

Maar kan Rove dit kunststukje herhalen bij deze tussentijdse verkiezingen, die draaien om de 435 zetels in het Huis van Afgevaardigden en 33 van de 100 Senaatszetels? De peilingen zien er wel zeer ongunstig voor hem uit. De Republikeinse partij heeft veel van haar glans verloren en de trekkracht van Bush is sterk afgenomen. Het Witte Huis lijkt er niet meer in te slagen de kritiek op het Irak-beleid te doen verstommen door er de façade van de strijd tegen het terrorisme voor te plaatsen, een thema waarmee de president in het verleden zijn politieke tegenstanders steeds weer de loef heeft afgestoken. Daarmee dreigt een tactische manoeuvre te mislukken die typerend is voor Rove’s aanpak: buig een handicap om tot een voordeel.

Vanwege zijn dalende populariteitscijfers vertonen Republikeinse Congresleden die moeten vechten voor behoud van hun zetel, steeds minder animo om samen met Bush te poseren voor de camera. Met als gevolg dat hij niet zo vaak meer wordt gevraagd om deze of gene partijgenoot een steuntje in de rug te komen geven. Bij de vorige tussentijdse verkiezingen (2002) trad de president tussen begin augustus en medio oktober 30 keer in het krijt voor een Republikeinse (aspirant)-senator of afgevaardigde; dit jaar maakte hij in dezelfde periode slechts 15 keer zijn opwachting op een campagne-evenement van zijn partij. Saillante bijkomstigheid: First Lady Laura Bush is juist meer in trek dan 4 jaar geleden.

Het meest omineuze teken aan de wand voor de Republikeinen is echter dat de traditionele Democratische achterban blijkens de peilingen dit keer veel meer gemotiveerd is om te gaan stemmen dan hun eigen aanhang. Met name de kwestie-Foley heeft veel ongenoegen gewekt in conservatieve kring. Ongenoegen dat men vooral met de voeten tot uiting lijkt te gaan brengen: door op 7 november de stembus te mijden.

Er is dus een gerede kans dat Bush zich in de slotfase van zijn presidentschap niet meer verzekerd weet van volledige Republikeinse controle op het Congres. Het is een lot dat hij dan overigens zou delen met menige voorganger. Dwight Eisenhower had 6 jaar lang te stellen met een Democratische meerderheid in zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden. Ronald Reagan sloot zijn tweede ambtstermijn ook af met een door de Democraten beheerst Congres. Op zijn beurt vond Bill Clinton vanaf 1995 tot zijn vertrek in januari 2001 een Republikeins Congres tegenover zich.

Zo’n constellatie geldt in beginsel als ongunstig voor een president, zeker in de tweede helft van een tweede ambtstermijn, wanneer zijn gezag automatisch daalt omdat hij al een beetje de gaande man is. Maar het verleden leert ook dat hij vooral op het gebied van de buitenlandse politiek nog altijd een hoofdrol kan vervullen. Als commander-in-chief wordt hij niet zo snel een lame duck.

Of dat ook zal gelden voor Bush, hangt sterk af van de wijze waarop een eventuele Democratische meerderheid hem zal bejegenen. Het is duidelijk dat er veel wrok heerst jegens de man die volgens veel Democraten in 2000 ten onrechte president is geworden. De verleiding van een politieke loopgravenoorlog tegen het Witte Huis is groot. Maar die kan zich ook zeer wel tegen de Democraten keren, zolang hun eigen coryfeeën en hun eigen plannen zo weinig tot de verbeelding spreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden