Beperkte ruimte in de Maanstad

Het vertonen van Japanse films is in Zuid-Korea nog verboden. Behalve in de havenstad Pusan, waar vorige week voor de derde keer het grootste filmfestival van Azië werd gehouden....

DE OUDSTE bioscoop van Pusan heet Jeil. Dat betekent Eerste, Beste, maar je spreekt het uit als het Engelse woord voor gevangenis ('jail') en dat komt dichter bij de werkelijkheid. Toen het theater zo'n vijftig jaar geleden werd gebouwd, was het waarschijnlijk berekend op ongeveer achthonderd zitplaatsen, maar zoals het een goede bioscoopexploitant betaamt, dacht de eerste eigenaar niet alleen aan de mogelijkheid het publiek opperste staaltjes van de filmkunst te serveren, maar ook aan de vette winst die de uitbating van het gebouw zou kunnen opleveren. Dus werd de zaal niet met achthonderd comfortabele fauteuils gevuld maar met tweeduizend stoelen. Voor de inrichting werd de hulp ingeroepen van een specialist in kinderzitjes.

Ik had nog het voordeel van een hoekplaats, waardoor het rechterbeen langs de voorstoel een vrije ruimte kon vinden. Onder angstaanjagend gekraak wrong ik mij in het stoeltje, maar omdat de afstand tot de volgende rij niet groter was dan die van een zakagenda, moest er worden onderhandeld met Anna Thomson, de Amerikaanse actrice die pogingen deed links van me plaats te nemen. Zelfs Anna, zoals de gemiddelde Amerikaanse actrice niet langer dan zo'n 1.65 meter en verre van gevuld, kon haar benen niet kwijt en zij stelde voor haar voeten op de zitting te plaatsen, haar armen om haar knieën te vouwen en zo de wereldpremière van de Koreaanse film An Affair te volgen. Het aanbod gretig aanvaardend, vleide ik mijn linkerbeen voorlangs Anna's opgetrokken knieën en zat, volledig vastgenageld, met de voorstoel tussen mijn dijen geklemd alsof ik achterop een brommer had plaatsgenomen. Maar ik zát.

Helaas was de film niet zodanig opwindend dat deze houding langer dan een kwartier was te doorstaan. Het gesteun van Anna leidde al snel tot de overeenkomst gezamenlijk de zaal te verlaten. Toen ik me uit de benarde omstandigheid bevrijdde, begon de rechterzijkant van mijn stoel te scheuren. Ik zette door en verliet de rij met de zijkant van de zetel in mijn hand. De toeschietende juffrouw nam hem van mij over en knikte beleefd, alsof ik haar een bijzonder geschenk offreerde. 'Thank you, Sir', glimlachte zij, diep gebogen. Ik verwees haar snel door naar Anna, die een klein gebrek heeft aan haar gezichtsvermogen en over elke oneffenheid struikelt, dus ook over een traptrede. Samen met de buigende juffrouw hielp ik de strompelende actrice heelhuids naar de uitgang.

Toen Anna Thomson na afloop van Sue, waarin zij de hoofdrol speelt, ook al van het podium was gevallen, had het publiek gelachen en geklapt. Maar Anna is dat gewend en maalt er niet om. Zoals zij ook glimlachte telkens wanneer zij in Pusan werd gefeliciteerd met haar Oscar, door wéér iemand die haar hield voor Emma Thompson, die toch echt niet op haar lijkt. Dat kun je Koreanen niet kwalijk nemen wanneer je zelf als westerling nauwelijks een Japanner van een Chinees, laat staan van een Koreaan kunt onderscheiden. Vond Anna.

Wanneer je al weet wie Koreaans is, krijg je nog de naamkwestie. Tien regisseurs heten Lee, veertien Kim en zeven Park. Van de Kims ken ik in elk geval Dong-Ho, maar die heet eigenlijk Mister Kim, want hij is de directeur van het PIFF, het Pusan International Film Festival, waarvan vorige week de derde editie werd gehouden.

Het is het grootste filmfestival in Azië: ruim 200 duizend verkochte kaartjes en een programma van 211 films uit 41 landen, met 419 buitenlandse gasten, van wie een derde uit Japan en de rest uit 34 andere, merendeeels Aziatische landen. Van de 419 gasten kwamen er 275 voor de speciale filmmarkt PPP (Pusan Promotion Plan).

Pusan is met vier miljoen inwoners na Seoul (tien miljoen) de tweede stad van Zuid-Korea, dat voor zeventig procent bestaat uit heuvels, bossen en rijstvelden. De veertig miljoen inwoners zijn geconcentreerd in de resterende dertig procent. Pusan is de grootste havenstad, waar nagenoeg de hele Zuid-Koreaanse im- en export zich afspeelt. De stad ligt gespreid langs een kuststrook van zo'n dertig kilometer tussen de zee en zeven heuvels, die je nauwelijks ziet omdat ze volgeplakt zijn met huizen. Als een achterwand omgorden ze de rest van de stad. Maanstad zeggen de Koreanen, omdat de huizen op de heuvels naar de maan lijken te reiken.

De stad was de enige die tijdens de Koreaanse oorlog in de jaren vijftig niet door de communisten van het Noorden werd bezet. Je vermoedt een historische, geordende stad, maar de lelijke gebouwen lijken met een volstrekte willekeur te zijn neergeplant. Behalve de chaotische binnenstad is er de badplaats, vijftien kilometer van het centrum verwijderd, dat wil zeggen minstens drie kwartier per taxi, omdat tussen de gebouwen wegen kronkelen die dag en nacht verstopt zijn door auto's.

O P KAARTEN zie je geen grens met het Noorden, toch is deze moeilijker te passeren dan ooit de Berlijnse Muur, terwijl de zee Japan en China verwijderd houdt. Het Zuid-Koreaanse schiereiland is volkomen geïsoleerd. Sinds 1910, toen de Japanners een einde maakten aan de Yi-dynastie, is het land verschillende keren bezet door de oosterburen, en tijdens de Koreaanse Oorlog (1950-1953) ook nog eens door Noord-Korea met Russische troepen.

Frustratie en depressieve gevoelens zijn het volk ingebakken, maar daar is weinig van te merken. Trots overheerst. Vrolijkheid alom, als je niet beter weet is er van een economische crisis geen sprake. Die heeft volgens Koreanen zelf de bodem bereikt, ofschoon het IMF voor volgend jaar nog een teruggang van een procent voorspelt, na een val van zeven procent dit jaar. Berichten over faillissementen en ontslagen moeten echter elke dag worden ververst en in Seoul stijgt het aantal daklozen. Alleen in de gangen van het station zie je er wat liggen. Soms staan er wat bedelaars op straat, een enkele in driedelig pak. Op staande voet ontslagen, maar elke ochtend de deur uit alsof hij naar kantoor gaat.

De verhoudingen met Noord-Korea staan, ondanks officiële pogingen tot normalisering, nog steeds op scherp. Vorige week ontsnapte weer eens een Zuid-Koreaanse soldaat die 45 jaar gevangen had gezeten in Noord-Korea. En op het speciale telefoonnummer 113 kun je nog steeds een spion aangeven. Maar de verhouding met Japan begint te ontdooien. In 2002 moeten Zuid-Korea en Japan samen het WK voetbal organiseren en precies deze week bezoekt president Kim Dae-jung de Japanse premier Keizo Obuchi in Tokio, met de hoop dat de Japanse keizer in 2005 naar Seoul komt.

Een van de eerste niet-economische resultaten van de Japans-Koreaanse ontmoeting is de afschaffing van het verbod op vertoning van Japanse films in Zuid-Korea. Wat dat betreft was het festival van Pusan een belangrijke voorloper, als vrijplaats waar Japanse films te zien zijn. Er draaiden er liefst 28 en in een provocerende geste werd als slotfilm in een reusachtig openluchttheater Kanzo Sensei ('Dr. Akagi') gedraaid van veteraan Shohei Imamura (72). Deze verklaarde in het Koreaans dat hij in Pusan zou willen wonen - een politiek geladen moment dat tot heftige emoties leidde.

Ovaties kreeg ook de Japanse regisseur Shunji Iwai, wiens weke romantische April Love in Japan een topper is en dat ook werd bij het jeugdige publiek in Pusan. De beste Japanse film was overigens Ikinai van Horishi Shimizu, een leerling van Kitano, die de prijs van de internationale kritiek kreeg. De film zal eind januari in Rotterdam zijn Nederlandse première beleven.

Japanse films zijn dus in Zuid-Korea nog verboden, maar verder mag alles, wat geenszins willen zeggen dat alles kán. Er is een mistige censuur. Producenten wordt gevraagd of ze bepaalde dingen niet beter zouden kunnen weglaten. Distributeurs en exploitanten krijgen een sterke aanbeveling bepaalde films niet te draaien of alleen na enig knipwerk. Zonder dat het zwart op wit staat, weet elke Koreaanse filmer wat niet kan: bepaalde politiek beladen kwesties, 'obsceniteit' (met name homoseksualiteit en genitaliën van beider geslacht) en een in onze ogen krankzinnig verbod: in Zuid-Koreaanse films mag een kind zijn vader niet slaan.

Festivaldirecteur Kim Dong-Ho was vroeger onderminister van Cultuur en de eerste die enige liberalisatie invoerde. Hij is op de achtergrond daarom een onbetaalbare persoon in de vrijheid van het IPFF. Verwacht wordt dat de regering volgend jaar een helder stelsel van leeftijdscategorieën gaat instellen, zodat er - althans voor volwassenen - meer kan.

H ET FESTIVAL is vrij van censuur, maar niet altijd. Twee jaar geleden brak er een rel uit, toen de kopie van David Cronenbergs Crash danig verminkt bleek. Programmeur Jay Jeon kreeg het op zijn boterham van filmers en critici, maar hij was zich van geen kwaad bewust. Jeon: 'Zuivere blackmail, bleek achteraf. De distributeur was door de censor bedreigd. Hij zou problemen krijgen, mogelijk zelfs failliet gaan. Toen heeft hij zonder wat te zeggen zelf maar wat scènes eruit gehaald. Ik wist niet wat ik zag, maar kreeg de schuld van de critici.'

Deze politieke en filmische vrijplaats is in drie jaar ook uitgegroeid tot de ontmoetingsplaats van Aziatische filmers. Sommigen komen vooral voor het PPP, gemodelleerd naar de Rotterdamse Cinemart, waar filmers potentiële geldschieters zoeken voor nieuwe projecten. Onder hen zijn enkele van de belangrijke Chinese filmers, Zhang Yuan en Ning Yin.

De laatste vertelde dat er in China een culturele liberalisatie plaats vindt, behalve in de film. 'Sterker nog, het wordt alleen maar erger, want de wat meer geschoolde functionarissen met wie op een bepaald niveau kon worden gediscussieerd, zijn vervangen door boerenknuppels met wie geen normaal gesprek mogelijk is en die beslissen volgens eigen gebrek aan wat voor kennis of inzicht ook. En het is een misverstand te denken dat Hong Kong mogelijkheden biedt. Vroeger kon je naar de Britse ambassade voor een paspoort, nu moet je naar de politie en kom je er niet meer in.'

De Chinees die het helemaal maakte in Pusan heet (onthoud die naam) Jia Zhangke. Een levendig mannetje van 28 jaar, wiens debuut Xiao Wu in Berlijn de Wolfgang Staudteprijs won en in Pusan werd bekroond met de hoofdprijs. Jia Zhangke kreeg uit handen van Simon Field en Sandra den Hamer van het Rotterdamse festival ook nog tienduizend dollar als aanlooppremie voor een nieuw project, gekozen uit veertien andere die op het PPP waren ingediend. Ook Xiao Wu, verreweg de beste Chinese film van het afgelopen jaar, krijgt zijn Nederlandse première in Rotterdam.

De banden tussen Rotterdam en Pusan zijn overduidelijk. Tijdens het laatste Rotterdamse festival was er een delegatie uit Pusan die meteen een paar Nederlandse films selecteerde voor Pusan. Zo zat een zaal vol jongelui te kijken naar De Poolse bruid (groot succes) en een kleiner publiek naar Kleine Teun en To Sang Fotostudio van Johan van der Keuken, gecombineerd met Living with my Eyes, de documentaire van Ramon Gieling over het maken van To Sang Fotostudio.

Van der Keuken was ook in Pusan, hield een lezing over zichzelf en liet tweehonderd studenten ook een stuk zien van Amsterdam Global Village: 'De reacties waren overweldigend, ze hadden nog nooit zoiets gezien. ''Mag dat wel, zo'n vrije documentaire maken?'', werd me gevraagd.' Zijn uitgebreide antwoord was bevestigend, naar zich denken laat.

Zo weten een paar duizend Koreanen dankzij het filmfestival van Pusan iets meer van Nederland en enkele Nederlanders iets meer van Zuid-Korea. Want wat weten we eigenlijk van dat land? Je kunt er geen letter lezen, maar andersom heb je in geen enkele Nederlandse krant een letter kunnen vinden over de tyfoon Yanni, die tijdens het festival in Zuid-Korea huishield. Omdat hij tussen de steden door wervelde, waren er slechts dertig doden, verloren 3500 mensen hun huis en ging een kwart van de totale rijstoogst eraan, terwijl de velden met het basisvoedsel van de Koreanen er zo lekker bijlagen.

Maar ach, dat haalt bij ons het nieuws niet. Heel ver weg, dat Zuid-Korea. Schitterend land, allervriendelijkste mensen. Als je voor een bestelling een juffrouw wilt roepen, zeg je 'Tong-sen', dat betekent 'Meisje'. Hoe ik het ook probeerde, het lukte niet de juiste uitspraak te vinden. In een laatste variatie zei ik 'Tongzoen' en zij kwam meteen vragen wat ik wilde drinken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden