Bepaald niet bang

Met haar nieuwe beleidsplan schopt Gitta Luiten, directeur van de Mondriaan Stichting, wederom tegen de schenen van de grote Nederlandse musea....

Harmen Bockma

De afstand had bijna niet groter kunnen zijn. Gitta Luiten bevond zich vorige week donderdag in Mumbai (India), nadat ze eerder die week Dubai had aangedaan. Landen en steden die Nederland in een snel globaliserende wereld scherp in de gaten moet houden, vindt de directeur van de Mondriaan Stichting. Het draait niet langer alleen om New York, Londen en Parijs, maar ook om Istanbul, São Paulo en Peking. Vandaar dat de Mondriaan Stichting, het Prins Claus Fonds en het Belgische instituut voor beeldende kunst BAM jaarlijks een oriëntatiereis organiseren voor conservatoren en museumdirecteuren.

Op datzelfde moment dineerden de directeuren van de grote Nederlandse musea voor moderne kunst – verenigd in het zogenoemde miniconvent – met minister Plasterk van Cultuur in restaurant Incanto aan de Amstel, met uitzicht op de Munttoren, een van de oudste plekken van de hoofdstad. Ze spraken er openhartig met de minister over allerhande kwesties, waaronder de in hun ogen veel te vrijgevochten houding van de Mondriaan Stichting.

Het eigengereide beleid van de stichting en haar directeur Gitta Luiten zint de museumdirecteuren al jaren niet. In november 2006 kwam het tot een ongekende botsing over de door de Mondriaan Stichting benoemde samensteller van de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië. Het twee weken geleden gepresenteerde beleidsplan voor de komende vier jaar is volgens de musea een nieuw dieptepunt. ‘Wij zijn vrije keurvorsten die niet hoeven te dansen naar het pijpen van de directeur van een mantelorganisatie’, zegt Gijs van Tuyl, directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum en voorzitter van het miniconvent.

Luiten (39) heeft sinds haar aantreden in 2001 een duidelijk stempel gedrukt op de Mondriaan Stichting. In interviews, toespraken en op opiniepagina’s heeft ze de musea keer op keer de oren gewassen. Ze zijn te weinig internationaal, besteden te weinig aandacht aan de veranderende samenleving en aan het bereiken van het (veranderende) publiek, stelt ze. Als de kunstwereld er niet in slaagt duidelijk te maken waarom hij belangrijk is, komt de legitimatie van de subsidiëring in gevaar, vreest Luiten.

De nieuwste voornemens – het voortzetten van de prijs van een half miljoen euro voor het museum met het beste plan om meer allochtonen te trekken (de eerste winnaar was in 2006 het Van Abbe Museum in Eindhoven), het instellen van een prijs van een ton voor het museum met het beste plan om nieuw publiek te trekken en een programma om de professionaliteit te bevorderen bij de musea – ervaren de musea als weer een klap in hun gezicht. ‘Dat half miljoen en die ton zijn weggegooid geld’, vindt Van Tuyl.

Luiten wordt bewonderd om haar plannen en de manier waarop ze die presenteert. ‘Ze is bepaald niet bang’, zegt VVD-Tweede-Kamerlid Atzo Nicolaï, die goed met haar is bevriend. ‘Ze heeft zeer uitgesproken opvattingen, ze vindt iets goed óf slecht. Het is heel goed dat iemand een steen in de vijver van gezaghebbende museumdirecteuren werpt.’ Voormalig ABN Amro-topman Rijkman Groenink, jarenlang penningmeester van de Mondriaan Stichting, zegt dat het intellectueel een genoegen is om met Luiten samen te werken.

Volgens Els van der Plas, directeur van het Prins Claus Fonds (dat de wisselwerking tussen cultuur en ontwikkeling wil bevorderen), schuwt ze het conflict niet. ‘Dat is erg on-Nederlands, want wij polderen liever. Haar aanpak is verfrissend.’ ‘Gitta dwingt de musea zich te verhouden tot culturele diversiteit’, zegt Lex ter Braak, de directeur van het Fonds Beeldende Kunst Vormgeving en Bouwkunst (BVKB). ‘Dat op de agenda zetten en doorzetten tegen de wil van de musea is helemaal terecht.’ Luitens voorganger Melle Daamen prijst haar vermogen om ideeën in beleid om te zetten.

Maar er worden ook kanttekeningen geplaatst haar confronterende aanpak. ‘De Mondriaan Stichting opereert momenteel op het randje’, vindt Daamen. ‘Het gaat ook om persoonlijke verhoudingen, weet ik uit eigen ervaring.’ Lex ter Braak waarschuwt: ‘Je moet als directeur wel oppassen dat je instelling geen stal wordt van je eigen stokpaardjes.’ Bereikt ze wel haar doel, vraagt Van der Plas zich af. ‘Je creëert zo ook veel tegenstand.’

Luiten had altijd al uitgesproken opvattingen, herinnert hartsvriendin Martine van Rijn zich. De twee kennen elkaar van jongs af, maar raakten echt bevriend toen Luiten op haar 15de een zomer lang het kantoor runde van de zeilschool van vader Van Rijn. ‘Het ene na het andere meisje was huilend weggelopen, want mijn vader is geen gemakkelijke man, en hij gaf zelden een compliment. Maar Gitta kan goed met lastige mensen omgaan. Ze denkt: oké, zo zit hij in elkaar en laat het dan langs zich afglijden. Zo dwong ze respect af.’

Gitta Luiten studeerde geschiedenis en mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, waar Van Rijn rechten studeerde. ‘Ze is heel trouw. Ik belde haar midden in de nacht omdat ik liefdesverdriet had. Stond ze een half uur later met een fles wijn op de stoep. Ook nu let ze er heel goed op dat we elkaar regelmatig zien. Ik ben daar slordiger in dan zij.’

Luiten liep stage bij het Rijksmuseum, waar ze bleef werken op de afdeling publiciteit. Daarna werd ze woordvoerster bij de Raad voor Cultuur, waar Atzo Nicolaï destijds algemeen secretaris was. Daarop volgde de afdeling persvoorlichting bij toenmalig staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg, van wie ze even later politiek assistent werd. Nog voor de verkiezingen werd ze, op haar 32ste, benoemd tot directeur van de Mondriaan Stichting. Niet eerder kende Nederland zo’n jonge fondsdirecteur. Bij de stichting, zei Luiten in 2002, komen haar twee grote liefdes – de cultuur en de politiek – samen. De autonomie van de kunst wordt er verenigd met het maken van beleid en de legitimatie ervan.

‘Nee, met de hand op mijn hart, ik zat niet achter die benoeming’, zegt Van der Ploeg. Onder zijn bewind verscheen de nota Cultuur als confrontatie, waarin werd aangedrongen op meer aandacht voor jongeren en culturele minderheden, voor publieksbereik, voor een breder en diverser kunstaanbod. Herkenbare thema’s voor wie de Mondriaan Stichting onder Luiten heeft gevolgd. ‘Het verschil met mijn voorgangers is dat ik er niet alleen over sprak, maar er ook budget aan verbond’, zegt Van der Ploeg. ‘Dat doet Gitta nu ook. Put your money where your mouth is.’

Jan Riezenkamp, in die tijd als directeur-generaal Cultuur de hoogste cultuurambtenaar, bewonderde de wijze waarop Luiten de moeilijke positie vervulde van schakel tussen de staatssecretaris en zijn ambtenaren. ‘Dat deed ze heel goed.’ Ook knap vindt hij het dat ze in alle opzichten overeind bleef tegenover de volgens hem onvoorspelbare Van der Ploeg.

Riezenkamp maakt zich zorgen over het conflict tussen de stichting, waarvan hij een van de geestelijke vaders is, en de musea. In de ruzie met het miniconvent lijkt het volgens hem niet meer te gaan om de feiten, maar om de emoties, die weer nieuwe feiten creëren. Luitens persoonlijkheid heeft daar volgens hem ook mee te maken. ‘Ze wil weten dat ze er is, ze gooit stevige knuppels in het hoenderhok. Maar je moet wel met elkaar in gesprek blijven.’

Wat zich wreekt, is dat er op dit moment volgens Riezenkamp een duidelijk beleidsmatig kader vanuit Den Haag ontbreekt. ‘Er is een vacuüm ontstaan, dat door directeur en bestuur van de stichting wordt gevuld. Zo’n prijs van het enorme bedrag van een half miljoen euro, ik vind het kantje boord, om het vriendelijk te formuleren.’

Grote ophef in het miniconvent veroorzaakte de Mondriaan Stichting in 2006, toen tegen de traditie in geen museumconservator werd aangewezen voor de prestigieuze positie van artistiek leider voor de inzending voor de Biënnale van Venetië. In plaats daarvan schoof de stichting Maria Hlavajova naar voren, de van oorsprong Tsjechische directeur van de relatief kleine kunstinstelling BAK, de ‘basis voor actuele kunst’ in Utrecht.

Het kwam de stichting te staan op een pissige brief van het miniconvent, geschreven door Kees van Twist, destijds directeur van het Groninger Museum, nu cultureel attaché in New York. ‘Zij wil op de stoel van de directeuren van culturele instellingen gaan zitten, maar de stichting is een doorgeefluik van het ministerie’, zegt hij. ‘Die multicultiprijs is niet meer dan een half miljoen voor club- en buurthuiswerk in Eindhoven. Het is niet Gitta’s persoonlijke budget, dat lijkt ze wel eens te vergeten. Het is de kassa van OCW, waar het geld van de overheid is geparkeerd om contact met het veld te houden.’

In mei vorig jaar ontstond opnieuw ophef. Samen met Ter Braak stelde Luiten het subsidiestelsel voor beeldende kunst ter discussie in de bundel Second Opinion. De huidige manier van subsidiëren moet beter, betoogden Luiten en Ter Braak, waarbij Luiten zich aanzienlijk scherper uitliet dan haar collega. In plaats van veel kunstenaars een beetje te geven, zouden minder kunstenaars een hoger bedrag moeten krijgen, betoogde ze.

De bedoeling was om discussie uit te lokken, en dat lukte ook, alleen niet helemaal op de manier die Ter Braak graag had gezien. Boze kunstenaars, onder wie beroemdheden als Rineke Dijkstra en Joep van Lieshout, voelden zich weggezet als luie subsidietrekkers. ‘Ik heb meer de neiging om de nuance op te zoeken, Gitta zoekt het meer zwart-wit. Maar in de publieke opinie werden de afzonderlijke stukken één stuk, en ook nog eens vernauwd tot een paar slogans.’

Volgens ingewijden speelt een botsing van persoonlijkheden mee. De felle, politiek ingestelde jonge vrouw Gitta Luiten zou irritatie opwekken bij mannen met macho-achtige ego’s als Gijs van Tuyl en Wim van Krimpen, de directeur van het Haags Gemeentemuseum. Atzo Nicolaï denkt dat er ook sprake is van een generatieconflict. ‘Gitta staat voor deze eeuw, voor de multiculturele samenleving. Zo’n clash van generaties moet af en toe plaatsvinden.’

Maar volgens Van Tuyl is noch van het een, noch van het ander sprake. ‘Wat een onzin, veel van mijn collega’s hebben een jonger hart dan Gitta Luiten. En jonge vrouwen werken in culturele organisaties als het Stedelijk volop mee. Er is geen sprake van een genderconflict.’

De vraag is hoe lang Luiten nog directeur blijft van de Mondriaan Stichting, nu ze daar zeven jaar zit en het nieuwe beleidsplan is gepresenteerd. ‘We zullen nog veel van haar horen’, denkt Nicolaï. ‘En dat zal niet in een uithoek van de kunsthistorie zijn. Dat zal zijn waar de discussie is, bijvoorbeeld in de politiek.’ Rijkman Groenink ziet Luiten wel een hoge functie bekleden in de non-profitsector. Dat is ook de gedachte van Rick van der Ploeg: ‘Ik zou zeggen dat ze haar vleugels moet uitspreiden in een wat andersoortig veld. Artsen zonder Grenzen, Greenpeace, het Kankerfonds, dat zou ze zeker kunnen. Een museum? Nee, dat moet je aan goede conservatoren overlaten.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden