Reportage

Benzinecrisis in Libanon: Beiroet toetert, huilt, scheldt en bidt in lange rijen voor de pomp

Als Mustafa ’s avonds gaat slapen, hoort hij de stemmen nog. Het geschreeuw van mensen die benzine willen. Maar die is er niet. Het door crisis geteisterde Libanon staat stil.

Twee mannen duwen hun auto met lege tank naar het dichtstbijzijnde tankstation in Beiroet, 24 juni 2021.  Beeld Reuters
Twee mannen duwen hun auto met lege tank naar het dichtstbijzijnde tankstation in Beiroet, 24 juni 2021.Beeld Reuters

Mustafa Hammoud, 24 jaar, een uitgeput gezicht boven een rode overall van de oliemaatschappij Total, is tankstation-medewerker in de Libanese hoofdstad Beiroet. Hij staat aan de frontlijn van de zoveelste crisis die het bijna failliete Libanon teistert. De benzine is op.

Is de benzine echt op? Nou, nee. Zoals wel vaker in het Midden-Oosten: zo eenvoudig ligt het niet. In de havens van Beiroet en Tripoli – ’s lands tweede haven – liggen deze week meerdere olietankers, die voor zover bekend ook gewoon hun lading lossen.

Toch is benzine bijna niet meer te krijgen. De meeste tankstations in Libanon zijn gesloten. Bij het handjevol dat nog open is, vormen zich urenlange rijen, meestal voor een rantsoen van slechts een paar liter.

Bij het handjevol tankstations dat nog open is, vormen zich urenlange rijen. Beeld AP
Bij het handjevol tankstations dat nog open is, vormen zich urenlange rijen.Beeld AP

Stuiptrekking

De benzinecrisis is de zoveelste stuiptrekking van de Libanese powers that be , die van geen wijken weten. De regering is al 11 maanden demissionair. Prominente politici worden verdacht van betrokkenheid bij de allesverwoestende explosie in de haven van Beiroet, bijna een jaar geleden, maar doen er alles aan om strafvervolging te ontlopen. Het Libanese pond blijft in waarde kelderen.

Libanon, een land waar mensen met een beetje geld rond sjezen in een roze (zij) of legergroene (hij) Hummer, heeft sinds jaar en dag een subsidiestelsel voor benzine. Lang verhaal kort: je slurpbak volgooien, kost dankzij deze subsidie omgerekend slechts een paar euro.

Al in 2015 waarschuwden de Verenigde Naties (VN) dat aan deze praktijk een einde moet komen. Rijke Libanezen – met grote auto’s – profiteren namelijk meer van de regeling dan Libanezen die onder de armoedegrens leven. Inmiddels betreft dat meer dan de helft van de bevolking.

De hoge olieprijs, de ingestorte Libanese munt en de lege staatskas dwingen de demissionaire minister van Energie, Raymond Ghajar, om nu eindelijk maatregelen te nemen. De subsidie wordt stapsgewijs afgebouwd. Uiteindelijk zal benzine worden verkocht tegen marktprijzen. Wie dat niet kan betalen, moet de auto voortaan laten staan. Lastig wordt dat wel: openbaar vervoer bestaat vrijwel niet in Libanon.

Benzinesmokkel naar Syrië

Het einde van de subsidieregeling was nog niet aangekondigd, of de Libanese tankstations sloten massaal hun pompen. Minister Ghajar gaat ervan uit dat dit komt omdat de nu nog goedkope Libanese benzine naar buurland Syrië wordt gesmokkeld, waar die veel meer opbrengt. Vrijwel dagelijks arresteert het Libanese leger smokkelaars in de grensregio. Per olietanker, omgebouwde gemeentelijke vuilniswagen of gewoon per taxi, rijden zij benzine de grens over.

In een dystopische scène die veel zegt over de verwevenheid tussen criminelen en het openbaar bestuur organiseerden benzinesmokkelaars onlangs een snelwegprotest vlak bij de Syrische grens. Hoezo is smokkel ineens een probleem? Het Libanese Verbond van Tankstation-eigenaren ontkent dat de nu nog goedkoop ingekochte benzine wordt gesmokkeld of gehamsterd.

De pomp waar Mustafa werkt, een Total-filiaal in een chique buitenwijk van Beiroet, is een van de weinige in de hoofdstad waar automobilisten nog kans maken op een volle tank. Zijn klanten staan daarvoor drie tot vijf uur in de rij. ‘Elke dag zijn er problemen’, roept hij boven hun getoeter uit. ‘Dit is een nette wijk. Maar het gaat er niet meer om of dit mensen uit een nette wijk zijn of niet. Ze hebben benzine nodig.’

Mustafa is een Syrische vluchteling, zoals de meeste pompbedienden. Alleen de manager is een Libanees. ‘Zodra ik mijn mond opendoe, horen ze dat ik uit Syrië kom. Als wij zeggen: sorry, de benzine is voor vandaag op, dan zeggen ze: je liegt. Libanezen zijn heel nationalistisch.’

Patrouilles bij de pomp

Om te voorkomen dat gevechten uitbreken over de laatste druppels benzine, houden zwaarbewapende militairen de rij van zeker een kilometer lang in het gareel. De staatsveiligheidsdienst en de politie patrouilleren tussen de pompen. ‘Iedereen die vol is: wegwezen!’, schreeuwt de grijzende pompmanager Robert Sarki.

Een lange rij auto's staat te wachten voor een tankstation in Jiyeh. Politie patrouilleert regelmatig bij de pompen, ter voorkoming van vechtpartijen.  Beeld Reuters
Een lange rij auto's staat te wachten voor een tankstation in Jiyeh. Politie patrouilleert regelmatig bij de pompen, ter voorkoming van vechtpartijen.Beeld Reuters

Toen de subsidie vorige week een beetje werd afgebouwd, dacht hij: nu blijven de klanten weg. ‘Maar ze blijven komen.’ Hij heeft één keer eerder zo’n gekkenhuis meegemaakt. Het ultieme Libanese cliché: ‘Tijdens de burgeroorlog.’

Hussein Khalil (53), ambtenaar bij het Libanese staatstelecombedrijf, heeft een dag vrij genomen om te kunnen tanken. Na ruim drie uur is hij aan de beurt. Als gevolg van de ingestorte Libanese pond is zijn salaris veel minder waard. ‘Het is niet meer draaglijk. Het is niet alleen de benzine. Maar ook de elektriciteit, die steeds uitvalt. En de prijs van de boodschappen. Wij kunnen de supermarkt niet meer betalen.’

Goedmakertje

Als goedmakertje stelt de overheid een nieuw subsidieplan in het vooruitzicht van in totaal een half miljard dollar, alleen voor arme inwoners. Deze subsidie zal ook gelden voor levensmiddelen. Het plan lijkt luchtfietserij: de staatskas is immers leeg. Westerse diplomaten en internationale organisaties houden de hand op de knip zolang de huidige machthebbers niet vertrekken.

Vroeg in de middag, met een eindeloze rij voor de deur, komt pompmanager Sarki met vervelend nieuws. Wat hem betreft is de benzine op. ‘Voor vandaag zijn we gesloten. Probeert u het morgen om 6 uur weer.’

‘Maar iedereen wacht hier al uren’, huilt een vrouw van middelbare leeftijd die na drie uur wachten bijna aan de beurt was. ‘Dieven, dieven, dieven!’, roept een man die hetzelfde lot treft.

Mustafa weet wanneer het allemaal opnieuw begint: de volgende ochtend om 3 uur. Dan zullen de eerste auto’s zich alweer opstellen voor de nog gesloten pomp. De bestuurders zullen slapen achter het stuur, in de hoop uiteindelijk met een volle tank naar huis te gaan. Als dat niet lukt, zullen ze hem uitschelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden