Benny was een heavy cat

Jazztrompettist Benny Bailey was wereldberoemd, maar woonde jarenlang anoniem in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Vorige maand werd hij dood in zijn huiskamer gevonden....

Ontmoet Benny Bailey, en alle grauwheid van het bestaan verdwijnt.

Deze jazzcat moet je hebben, en het loopt allemaal gesmeerd. Benny Bailey is cool, hij is hip. Ontmoet Benny Bailey, en het komt allemaal goed.

Whee!

Maar niemand in de Spaarndammerbuurt in Amsterdam, waar Benny Bailey op 14 april 2005 dood in zijn huiskamer werd aangetroffen, luisterde naar het nummer Meet Benny Bailey van de wereldberoemde muzikant Quincy Jones. Niemand ontmoette ooit Benny Bailey, de bejaarde jazztrompettist die in een flatje van woningcorporatie De Key in de Spitsbergenstraat woonde en over wie de legendarische Dizzy Gillespie eens zei: 'Hij is de allergrootste trompettist, na mij.'

Bij café 't Haantje om de hoek halen ze hun schouders op, net als bij café Nova, Johnny's Pizza Expres, het Vispaleis of bakker Nagtegaal. In het Servicepunt van de buurt bekijken ze geïnteresseerd zijn foto, maar klimt niemand op de balie om boordevol jazz zijn eerbetoon aan de blazende buurtbewoner uit te schreeuwen. Zelfs wijkagent Aad Veltman, die meent elke 'Spaarndammer' wel een keer in de ogen te hebben gekeken, kende hem niet.

Na zijn dood schreef de wereldpers in ronkende bewoordingen: 'Een veelzijdig muzikant met een wonderbaarlijke techniek' (The New York Times), en daar sloten The Daily Telegraph, Frankfurter Allgemeine, The Courier Mail, The Sunday Independent, The Guardian, Le Temps, The Jerusalem Post, Der Spiegel en The Los Angeles Times zich al even lyrisch bij aan.

Er was een groot Spaarndammer heengegaan, daar kwam het op neer, al was dat de Amsterdamse gemeentelijke instanties ontgaan. Nadat hij door een glazenwasser was opgemerkt, kon niemand de 79-jarige Bailey plaatsen en bereidde het bureau Uitvaart van de Gemeentelijke Sociale Dienst een van overheidswege gearrangeerde begrafenis voor. Zonder vrienden, familie en kennissen, want die waren er niet, bleek uit 'grondig onderzoek'.

Niemand was op het idee gekomen om 'Benny Bailey' op Google in te tikken en in alle rust de 22 duizend hits na te lopen.

Benny Bailey had zo zijn eigen ritme. Als hij wakker werd, pakte hij eerst zijn brilletje en dan de trompet die altijd naast zijn bed lag. Even opwarmen voor het ontbijt, heette dat, en zo klonken er eerst een paar korte en een paar lange noten, waarna hij een ballad speelde die in het trappenhuis in de Spitsbergenstraat sprookjesachtig nagalmde.

Zijn gebit, van levensbelang voor een trompettist, had hij jaren geleden door een tandarts in Stockholm stevig laten vastzetten. Hij kon hard en hoog tetteren, zonder hoogbejaarde problemen. Hij kon dag en nacht spelen - nice and easy - en hij had schnabbels in overvloed, in binnen-en buitenland.

John Engels (drums) zou eind april met hem in De Tor in Enschede spelen. Op het feest dat voor Engels' 70ste verjaardag op 13 mei in het Bimhuis werd gehouden, zou hij een van de belangrijkste gasten zijn. Benny stond voor het eerst dit jaar op het North Sea Jazz Fe s t i v a l geprogrammeerd, ook samen met Engels - nu omgetoverd tot een Tribute to Benny Bailey.

'Godverdomme!', treurt de drummer. 'Benny! Ik hield van die vogel. Ik vind het verschrikkelijk. Een warm, warm mens. Daarom wilde ik ook op zijn begrafenis B ody and Soul spelen. Lichaam en ziel. En de muziek die alles verbindt. Benny kon dat. Met Benny kon je godverdomme oplossen in de muziek.'

Dat Benny Ernest Harold Bailey uiteindelijk toch nog een passende begrafenis kreeg, was vooral te danken aan René van Beeck (contrabas). Hij hoorde van een advertentie in de krant, veertien dagen na Bailey's dood, ondertekend door de Sociale Dienst. 'We waren 'm effe kwijt', zegt Van Beeck, die geregeld met hem speelde. 'Hij zal wel op toernee zijn door Duitsland, Scandinavië, Italië of Frankrijk, dacht ik nog. En toen hoorde ik over die kale mededeling waarin zijn naam verkeerd stond geschreven. Het is een grof schandaal dat ze bij de dienst geen enkele moeite hebben gedaan om familie of vrienden te achterhalen, dus ben ik dat gaan doen. Benny was verdomme een heavy cat!'

Zijn zoon in Berlijn werd geïnformeerd, evenals zijn drie dochters in Zweden en New York en zijn twee zusters in Cleveland. De Amerikaanse ambassade werd erbij betrokken en jazzmuzikanten veegden hun agenda schoon om aanwezig te zijn bij zijn crematie, op 10 mei in Westgaarde.

Eric van Lier (trombone) droeg tijdens de dienst een tekst voor die Quincy Jones vanuit Los Angeles had opgestuurd: 'Benny was een van de indrukwekkendste mensen die ik ooit heb ontmoet. En dan hebben we het niet eens over de trompettist! Ze zeggen dat blazers als Clifford Brown en Art Farmer een bijna wiskundige benadering van de muziek hadden. Bij Benny was het niets minder dan door God gezonden.'

Terwijl de kist zakte, klonken Benny's stem en trompet in A Kiss To Build A Dream On.

Op het balkon hangt nog een roestig wasrekje en is een slecht opgevouwen Perzisch tapijt te herkennen. De luxaflex is dichtgetrokken en op de vergrendelde voordeur van zijn flatje staat 'Bailey'. In het trappenhuis is geen trompet meer te horen, zegt zijn voormalige bovenbuurman Hans Denijs.

Hij maakte wel eens een praatje met hem, zo bij de voordeur of op de trap. 'Hi, how are you doing?' En weg was Benny, beetje gebogen naar buiten lopend. Er stond altijd wel een taxi voor de flat die hem naar een volgend optreden bracht, en dan vooral in het buitenland. Hij was een jazzreiziger, die alleen en in zijn eigen tempo, voor muziek uit zijn stoel kwam.

Vorig jaar leek hij dat onrustige bestaan zat te zijn. 'Listen Ietsje', zei Bailey vorig jaar tegen Ietsje de Leeuw, manager van Masha Bijlsma (vocals), met wie hij door Duitsland toerde. 'Misschien wordt het wel tijd om naar The States te gaan, om daar te sterven. It ' s time to go home.'

Ook zijn familie in Cleveland merkte dat hij steeds meer heimwee kreeg en dat hij het beu was in zijn eentje in Amsterdam te wonen. Zijn zus Sanza Clark: 'Hij begon ons, maar ook zijn kinderen, met wie hij nauwe banden had, steeds meer te missen. Zeker door de komst van een kleindochter was het voor hem veranderd. Hij zou terugkomen bij zijn familie, daar was geen twijfel over mogelijk .'

jinds 1991 woonde hij in Nederland, eerst in de Bijlmermeer in een wijk tussen de Gaasperplas en het Academisch Medisch Centrum, daarna tien jaar in de Spaarndammerbuurt. De reden? Mwâhh, daar was niks jazzy of g roovy aan. Hij was niet zoals Don Byas (sax) tegen een Hollands lief opgebotst, bleef niet zoals Chet Baker (trompet) vanwege de dope in Nederland hangen en werd ook geen sociale drinker zoals Ben Webster (sax) die op de Wallen woonde - om even de andere in Nederland overleden jazzlegendes op een rijtje te zetten.

Tegenover Jarmo Hoogendijk (trompet) berekende hij dat vanuit Amsterdam de vliegtickets naar de rest van de wereld het goedkoopst waren. In een interview zei hij dat de huren in Amsterdam betaalbaar waren en roemde hij het openbaar vervoer. Volgens Hans Dulfer (sax), die de dode Amerikaanse blazers allen meemaakte, 'is hier ook altijd poen en wat te spelen, en denkt iedereen dat ze wereldberoemd zijn, omdat ze uit Amerika komen'.

Dat Bailey ondanks zijn geweldige spel in Amerika nooit de supersterstatus van trompettisten als Dizzy Gillespie en Miles Davis bereikte, had te maken met het feit dat hij al begin jaren vijftig het land verliet. Veel jazzcats om hem heen raakten in navolging van Charlie Parker aan de heroïne en Benny dacht als hij in die jazz-scene in Los Angeles zou blijven, hij ook als tandeloze junk zou eindigen.

Hij moest weg, terwijl hij toen al een enorme staat van dienst had en in bands speelde van Teddy Edwards, Dizzy Gillespie, Lionel Hampton en - later - Quincy Jones. Hij ging in Zweden wonen, vond onderdak in Duitsland en speelde overal in Europa met de big band van Kenny Clarke en Francy Boland en in talloze andere bezettingen, met grote namen als Dexter Gordon of Wynton Marsalis. Hoogendijk: 'Hij zei altijd: noem maar een naam, en ik vertel je waar ik met hem heb gespeeld. Ja, en dan begon hij met dat lieve hoofd van hem te vertellen dat hij Miles Davis wel eens de les had gelezen en dat ze samen dope hadden gebruikt'.

Engels: 'Benny was de jazzbijbel, man, hij heeft met iedereen gespeeld. Hij liet ons gaan, die vogel. Hij begreep dat de shit elke dag opnieuw begint, en dat je telkens de diepte als jazzmuzikant in moet. Jazz is de blues, daar komt het vandaan. Benny had veel blauwe noten, dozen vol.'

De buurvrouw die tien jaar lang tegenover hem woonde, komt er speciaal haar huis voor uit. Ze wijst op de vuilniszak die op Bailey's balkon is achtergelaten, alsof ze blij is iets bekends te zien. Maar Benny Bailey, nee, al sla je d'r dood, die heeft ze nooit ontmoet. 'Jammer, want ik hou nog wel zo van een mooi trompetje.'

Bij het opruimen van de flat werden vier trompetten gevonden. Saxofonist Domagoy Ralasic, met wie hij vijf jaar geleden een cd opnam en die vorige week in Zeeland een gig aan Bailey opdroeg, kreeg er twee mee.

In zijn vakantiehuis op het eiland Vis in de Kroatische Zee heeft hij er een speciale vitrine voor vrijgemaakt. 'Daar leg ik de trompetten, wat concertfoto's en de speciaal voor mijn vriend Benny gemaakte mondstukken in. Daar kunnen die trompetten, met uitzicht op zee, bijkomen van een lange reis door de jazzgeschiedenis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden