Benedictus treft in Turkije een ‘praktisch dode’ kerk

Paus Benedictus XVI wil zich tijdens zijn bezoek aan Turkije inzetten voor zijn geloofsbroeders. Hij gaat er ook praten met de kerkleiders van andere genootschappen....

De christelijke kerken in Turkije zijn niet groot, maar vooral protestantse christenen zijn gematigd optimistisch over de toekomst. Althans zolang Ankara poogt zich aan te sluiten bij de Europese Unie. Mocht Turkije lid worden van de EU, dan zal hun positie – geloven de christenen – er definitief op vooruitgaan.

Ruim 99 procent van de Turkse bevolking is moslim. Ankara heeft de rooms-katholieke en de Armeens kerk – naast het jodendom – als religieus genootschap erkend. Maar de Turkse regering ziet kerken in de eerste plaats als ‘buitenlands’, met andere woorden: als niet-Turks.

Paus Benedictus XVI spreekt volgens de rooms-katholieke mensenrechtenorganisatie Missio tijdens zijn bezoek aan Turkije met ‘een praktisch dode kerk’. De rooms-katholieke kerk heeft 20 duizend gedoopte leden, maar dat zijn veelal buitenlanders die getrouwd zijn met Turken.

De enige echte groei van het christendom in Turkije is te danken aan de vlucht van christenen uit Irak. Sinds de val van Saddam Hussein zijn er ruim 200 duizend gevlucht naar Syrië, Jordanië en Turkije. De kerk verkeert dus in een benarde positie. In Ankara, met zijn vijf miljoen inwoners, hebben zich dit jaar tien Turken laten dopen.

Benedictus XVI was liever eerder gekomen. In 2005 kreeg hij de uitnodiging om samen met de oosters-orthodoxe kerken het feest van de apostel Andreas te vieren. Andreas en zijn broer Petrus waren de eerste volgelingen van Jezus. Andreas stierf de marteldood en de patriarch van Constantinopel (zoals Istanbul vroeger heette) wordt beschouwd als zijn opvolger. De paus van Rome is de opvolger van Petrus.

Maar de paus is niet alleen herder van de rooms-katholieken, hij is ook staatshoofd – van het Vaticaan. Daarom moest de Turkse staat hem uitnodigen en moest de paus een bezoek afleggen bij de Turkse president. Daarvoor was in 2005 geen ruimte meer in de agenda.

Het percentage christenen in Turkije daalt nog steeds. Was een eeuw geleden nog 30 procent van de bevolking van het Ottomaanse Rijk christen, in de twintigste eeuw liep dat terug tot 0,3 procent, als gevolg van verbanning, emigratie, volkerenmoord en vervolging. De grootste obstakels voor christenen in Turkije zijn de bureaucratie – met ingewikkelde richtlijnen verhinderen ambtenaren de bouw van kerken – en het gebrek aan opleidingsmogelijkheden voor geestelijken.

Maar Turkije maakt het de christenen ook op andere wijze moeilijk. De Evangelische Kerk in Duitsland constateerde onlangs dat het niet-erkennen van de moord op 1,5 miljoen Armeniërs en een half miljoen Assyrische christenen tijdens de Eerste Wereldoorlog de verstandhouding met Armeense christenen en Assyriërs er niet beter op maakt. Turkije ziet de Armeniërs als de vijfde colonne van de Europeanen, die een erkenning van de Armeense genocide verlangen.

Ook de Grieks-orthodoxen werden gewantrouwd als vijfde colonne tijdens de verschillende conflicten tussen Ankara en Athene van de afgelopen decennia. Het kwam de Grieks-orthodoxen te staan op een verbod priesters op te leiden. Hun seminarie – onderdeel van de theologische faculteit in Istanbul, die in 1844 is gesticht – zit nu al 35 jaar dicht. Ondanks herhaalde protesten van de EU en de toezegging van Turkse autoriteiten dat christenen niet anders worden behandeld dan moslims.

Ook het Armeense seminarie zit sinds 1970 dicht, en ook in dit geval heeft de EU herhaaldelijk gevraagd om heropening. Maar de staatssecretaris van Onderwijs liet in 2003 weten dat er al 24 theologische (moslim-)faculteiten zijn. Waarom dus nog een erbij?

Met een paar duizend volgelingen zijn de protestantse kerken in Turkije karig vertegenwoordigd, maar volgens hun leiders zit er een lichte groei in. Zo is er een radiozender – Blijde Boodschap – die legaal uitzendt. Deze kleine kerken hopen en bidden dat Turkije zich aansluit bij de EU. Zo niet, dan kan de houding jegens christenen in het algemeen en bekeerlingen in het bijzonder wel eens een stuk vijandiger worden. Op het zich afwenden van de islam (bijvoorbeeld om christen te worden) staat officieel de doodstraf.

Die straf wordt niet voltrokken, maar nog deze maand moesten twee Turkse bekeerlingen voor de rechter verschijnen wegens afvalligheid. Ze worden beschuldigd van pogingen Turkse moslims tot het christendom te bekeren en het aanzetten tot religieuze haat. Ook zouden ze de islam hebben beledigd door die een primitief geloof te noemen.

De 37-jarige Hakan Tastan en de 46-jarige Turna Topal zijn aangeklaagd op basis van artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht, dat belediging van de Turkse republiek en de Turkse identiteit strafbaar stelt. Op grond daarvan zijn tal van auteurs, uitgevers en journalisten vervolgd, onder wie Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk. De EU stelt intrekking of wijziging van dit artikel als voorwaarde voor een Turks lidmaatschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.