Bendegeweld neemt toe, maar fysiotherapeut Mônica houdt haar favela op de been

Gratis behandeling voor mensen uit sloppenwijken noodzakelijk

Fysiotherapeut Mônica Cirne eet gehaast haar lunch van rijst met kip. Ze heeft vanochtend haar betalende ­patiënten gehad en straks behandelt ze gratis de arme bewoners van Complexo do Alemão, een favela in Rio de Janeiro. 'De dagelijkse schietpartijen veroorzaken spanningsklachten bij de wijkbewoners', zegt de 49-jarige Cirne. 'Maar ik heb ook crackbaby's en patiënten met kogelwonden.'

Mônica Cirne, de fysiotherapeut die samen met vrijwilligers de favela Alemão op de been houdt. Foto Leonardo Wen

Tijdens de lunch kijkt Cirne naar het 12 uur-journaal. 'Een 8-jarig jongetje is overleden', zegt de nieuwslezer. 'Het joch stond met zijn vader in de file, toen gewapende mannen de wachtende auto's een voor een beroofden. De vader probeerde zijn auto te keren, de criminelen schoten, het zoontje kreeg een kogel in zijn hoofd.'

Na de reclame volgen amateurbeelden van een man die vastgebonden op straat ligt. 'Weer een geval van eigen rechter spelen door CV', aldus de nieuwslezer, refererend aan Comando Vermelho, de machtigste drugsorganisatie van Rio. De man op de grond wordt doorzeefd met kogels. Cirne zucht, zet de tv uit en loopt naar haar behandelruimte.

Het leek een tijdje beter te gaan met Rio de Janeiro, maar de Braziliaanse stad is vrijwel terug bij af. In de eerste zeven maanden van dit jaar vielen door bendegeweld bijna vierduizend doden. In de favela's woedt hevige strijd: drugsbendes vechten onderling om territorium en botsen daarbij met de politie en illegale milities van oud-­militairen en -politieagenten. Verdwaalde kogels maken iedere dag gemiddeld drie slachtoffers. Ook roofovervallen nemen toe.

In 2008 begonnen de autoriteiten met het 'pacificeren' van favela's, in aanloop ook naar het WK voetbal en de Olympische Spelen. De politie trok de wijken in en probeerde er de controle over te nemen. In combinatie met een goedlopende economie leidde het ertoe dat geweld- en criminaliteitscijfers in Rio tot 2013 flink afnamen. 'Ik merkte het aan mijn patiënten', aldus Cirne, die haar gratis spreekuur in 2007 begon. 'Ze waren optimistischer, minder gespannen.'

Lees verder onder de grafiek.

Bergafwaards

Emerson de Noguiera, een magere jongen met een innemende lach, zit al te wachten op Cirne. Hij zakte twee jaar geleden in elkaar tijdens een potje voetbal. Het bleek een herseninfarct te zijn, de jongen was toen 14 jaar oud. 'Mijn mond stond scheef in het begin', vertelt hij. 'En ik kon niet meer lopen.' Cirne heeft veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, onder hen veel jongeren. 'Het is de voortdurende blootstelling aan stress.'

De Nogueira woont met zijn ouders en 8-jarige zusje in Alvorado, een van de gevaarlijkste gedeelten van Alemão. 'Vaak kunnen we niet naar school vanwege de schietpartijen', zegt hij, terwijl hij met een gewicht aan zijn slechte been door de ruimte strompelt. 'Ik ben iedere dag bang dat ik dood ga.' Cirne duwt hem een bal in de handen. 'Recht voor je houden', zegt ze.

Sinds 2013 gaat het bergafwaarts met Rio, en de geweldscijfers zijn weer bijna op het niveau van voor de pacificatie. 'De diepe economische crisis speelt een belangrijke rol bij de huidige geweldsgolf', zegt Ignacio Cano, socioloog aan de Staatsuniversiteit van Rio de Janeiro en gespecialiseerd in het pacificatieproces. 'Rio heeft geen geld de politiemacht op sterkte te houden.'

De federale regering stuurde eind juli 9.000 militairen naar Rio om de criminaliteit te bestrijden. Maar het is dweilen met de kraan open. De Olympische Spelen kostten vorig jaar een fortuin en de deelstaat is bankroet. Toeristen blijven weg vanwege het geweld en de werkloosheid is hoog.

'De armsten zijn het hardst geraakt', zegt Cano. 'Een deel van hen vindt op het criminele pad een uitweg uit de armoede.' De socioloog ziet de nabije toekomst somber in. 'Er is geen beleid. Politici in Brazilië zijn door alle corruptieschandalen alleen nog bezig met overleven. Met voorkomen dat ze in de gevangenis belanden.'

Mônica Cirne aan het werk met de Emerson de Noguiera, die als 14-jarige een herseninfarct kreeg. Foto Leonardo Wen

Rijendik

Ook in Alemão, van oudsher hoofdkwartier van Comando Vermelho, is de situatie ernstig verslechterd. Cirne ontvangt iedere maandag en vrijdagmiddag zo'n zestig inwoners, voor hun behandeling heeft ze hulp van twee andere vrijwilligers. 'Ik heb het idee dat ze er fysiek nu slechter aan toe zijn dan voor de pacificatie', zegt ze. 'De teleurstelling over de mislukking hakt erin, het gevoel dat de situatie nooit beter zal worden.'

Zelf heeft ze het ook zwaar, vooral sinds haar man eind vorig jaar in zijn rug werd geschoten. 'Hij weigerde zijn telefoon af te geven bij een roofoverval', aldus Cirne. 'Na zijn dood heb ik een paar maanden niet gewerkt', gaat ze verder. 'Maar ik moet door. De patiënten staan rijendik voor de deur. Ik zou me het liefst vijf dagen per week met deze doelgroep bezighouden, maar ik ben afhankelijk van donaties.'

Lees verder onder de foto.

Vrijwilligers behandelen een patiënt, een slachtoffer van bendegeweld. Foto Leonardo Wen

In Brazilië heeft iedereen toegang tot gratis gezondheidszorg, maar de kwaliteit laat te wensen over. 'De wachtlijsten zijn ontzettend lang', vertelt Cirne. 'Patiënten uit sloppenwijken worden vaak niet serieus genomen. Artsen sturen hen met een doosje paracetamol naar huis.' Valeska Lima (27) knikt instemmend. 'Toen mijn problemen drie jaar geleden begonnen, wilde niemand luisteren.'

Lima zit op de behandeltafel en kijkt hoe Cirne met stevige bewegingen haar opgezwollen voeten masseert. 'Ik kon steeds moeilijker lopen, maar in het ziekenhuis zeiden ze dat het niks ernstigs was.' Lima praat rustig, maar in haar ogen is de wanhoop zichtbaar. 'Inmiddels kan ik niet meer lopen, ook de kracht in mijn armen neemt snel af. De dokter zegt dat ik een genetische test moet doen, maar er is een wachtlijst. En ik heb geen geld om een particulier laboratorium te betalen.'

Van Cirne leert ze welke oefeningen ze kan doen om haar spieren zoveel mogelijk te activeren. 'Ik doe wat ik kan', aldus de fysiotherapeut. 'Maar ik ben geen arts. Er is geen diagnose, dus hoe weet ik dan welke behandeling ze nodig heeft?' Lima komt twee keer per week, als het lukt. 'Als er geschoten wordt, blijf ik thuis', zegt ze. 'Ik kan niet meer wegrennen voor de kogels.'