Ben Meier 1930-2013

Diamantslijper werd handelsman met groot gevoel voor management en teamgeest.

Koningin Máxima draagt het sieraad regelmatig. Het diamanten koningin-Julianahorloge, dat het Nederlandse volk in 1959 schonk aan de toen 50-jarige koningin, is een van de absolute juwelen in de collectie van de Oranje Nassaus.


De diamanten voor het horloge werden allemaal geslepen door Ben Meier - de man die in de jaren zestig Coster Diamonds in Amsterdam overnam en daar een van de belangrijkste toeristische attracties van de hoofdstad van maakte. Behalve busladingen met Amerikanen, Russen en Chinezen vergaapt ook de jetset zich graag aan de collectie van Coster. Playboybaas Hugh Hefner kocht er even een diamanten ring van 250 duizend euro. Andere bekende klanten waren filmdiva Gina Lollobrigida en de thrillerschrijver Alistair MacLean.


Ben Meier overleed op 1 december op 83-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Zijn laatste kunstje was de opening van het Diamantmuseum, zeven jaar geleden. Hier wordt de geschiedenis van het inmiddels 173 jaar oude bedrijf Coster Diamonds getoond, waar onder meer de Koh-i-Noor, het pronkstuk van de Britse kroonjuwelen, en de Dresden-diamant, onderdeel van de kroonjuwelen van het Saksische vorstenhuis, werden geslepen.


Zijn vader werkte bij de Amsterdamsche Bank, toentertijd de huisbank van de diamantairs. Dankzij zijn bemiddeling kon Ben Meier als 15-jarige een baantje krijgen bij de diamantslijperij van Coster, waar hij het vak zou leren. Hoewel hij aanvankelijk liever banketbakker wilde worden, ontwikkelde hij zich tot een bekwaam vakman. Na vijftien jaar als slijper te hebben gewerkt, ging hij in de handel. Met een letter of credit van 250 duizend dollar werd hij door zijn vader naar Angola gezonden, toentertijd een Portugese kolonie. 'Omdat dollars daar hard nodig waren, kon ik ze verkopen aan koffieplantages in ruil voor escudo's. Dat bracht meteen al 10 procent winst op. Voor dat bedrag kon ik duizend karaat aan diamant kopen, juist op het moment dat er enorme schaarste heerste omdat diamantair De Beers al zijn handel had stopgezet. Zo verdiende ik mijn eerste miljoen.' Vervolgens reisde hij naar Liberia. Hier ontdekte hij een grote partij diamanten die waren vervuild door glas. Hij ontdekte de werkelijke waarde van de partij en wist een tweede grote slag te slaan.


Enkele jaren later nam Meier samen met een aantal partners de in 1840 door Moses Coster opgerichte fabriek over. Hij expandeerde het bedrijf. Toen de slijperij aan het Waterlooplein in de jaren zeventig moest wijken voor de Stopera, verplaatste Meier het bedrijf naar de Paulus Potterstraat. Hier werd het een toeristische attractie. Meier bleek een uitstekende manager te zijn. Hij combineerde enthousiasme met spitsvondigheden en teamgeest. Nadat hij zijn bedrijf aan Kees Noomen had overgedragen, woonde hij wisselend in Portugal en Amstelveen, waar zijn kinderen en kleinkinderen actief waren bij de plaatselijke hockeyclub.


In 2007 kwam een pand naast de slijperij leeg te staan. Hij wist dat weg te kapen voor het Rijksmuseum er lucht van kreeg en vestigde hierin zijn museum voor de Amsterdamse diamantindustrie, vlakbij de grootste musea van Amsterdam. Meier betaalde de inrichting uit eigen zak - een bedrag van ongeveer 1,5 miljoen euro. In het museum is het oude vakmanschap te zien, net als replica's van beroemde diamanten als de Golden Jubilee, Hope en Taylor-Burton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden