Ben ik eenzaam genoeg?

KEVIN CANTY is de kampioen van de wanhoop. Toegegeven: doordat hij zo tergend ingetogen schrijft, lijkt hij soms meer de kampioen van de onverschilligheid....

Hans Bouman

Acht jaar geleden debuteerde hij met A Stranger in This World, een imposante verhalenbundel met een hamerende openingszin: 'De derde keer dat we mijn moeder in het ziekenhuis lieten opnemen, waren mijn vader en ik al verhuisd naar Florida, naar Jacksonville Beach.' Het was een zin, zo zou blijken, die het oeuvre van Canty aardig samenvatte. Zowel het voortdurend onderweg zijn naar 'iets beters' (of beter nog: het ontvluchten van het huidige bestaan) als het telkens in cirkeltjes ronddraaien van de personages, werd erin verbeeld.

Ook de twee romans die Canty na zijn debuut publiceerde, Into the Great Wide Open en Nine Below Zero, werden bevolkt door 'vreemden in deze wereld': mensen die geen vat krijgen op de werkelijkheid. 'Je doet iets, en dan nog iets, en dat wordt je leven', zegt een van hen. 'Je maakt wat keuzen, hebt een paar ongelukken en na een tijdje blijkt dat je leven te zijn geweest', aldus een ander.

Met Honeymoon is Canty terug bij zijn oude stiel, het genre waar vermoedelijk zijn grootste kwaliteiten liggen: het korte verhaal. Het aantal malen dat hij met Raymond Carver is vergeleken, is niet te tellen, en inderdaad heeft hij met deze meesterverteller gemeen dat hij zijn proza uitbeent tot het absolute minimum. Hij is uiterst spaarzaam met informatie, legt niets uit en verdomt het zijn verhalen te laten eindigen met een epifanie, een moment van inzicht, een glimp van verlossing. Het heeft sommige lezers gefrustreerd doen verzuchten dat Canty zijn verhalen altijd laat ophouden op het moment dat ze eindelijk van de grond leken te komen.

Die verzuchting is vanuit literair oogpunt overigens allerminst gerechtvaardigd. Neem het titelverhaal, waarin een man en een vrouw op de terugweg zijn naar huis, na het huwelijksfeest van een vrouw met wie ze beiden een verhouding hebben gehad. Twee verliezers, die wanhopig troost zoeken bij elkaar. Al rijdend drinken ze zich volledig lam. Op een gegeven moment komen ze een gewond hert tegen. Hun onvermogen iets te doen - hulp bieden of halen, het dier afmaken - onderstreept opnieuw hun machteloosheid. Niet veel later komen ze de jager tegen, wiens zoon het dier niet juist heeft weten te raken. Er vloeit meer drank, en nog meer. 'Denk je dat ik dronken genoeg ben om met je te slapen?', vraagt de vrouw. 'Denk je dat ik eenzaam genoeg ben?'

Dan zien ze aan de hemel het sterrenbeeld Orion. Einde verhaal. Mooie afronding, want Orion is de jager uit de Griekse mythologie, en dit verhaal gaat op meerdere niveaus over mislukte jachtpraktijken. Maar een epifanie is het niet. Het is de knipoog van een wrede god.

In 'Aquarium' ontfermt, Olive, een 38-jarige vrouw, zich over Robbie, haar neef van 20. Ze is ooit aan de cocaïne verslaafd geweest en nu neeflief met hetzelfde probleem kampt, lijkt zij de aangewezen figuur om hem weer op het goede pad te helpen. Maar al snel belanden ze in bed.

Even laten gunt Canty ons, terloops, een blik in Olives gevoelens, wanneer ze in een Chinees restaurant belanden dat ze omschrijft als 'rood als de binnenkant van een baarmoeder en niemand is boven de dertig, iedereen rookt en niemand is lelijk, behalve degenen die zich opzettelijk lelijk maken'. Na deze van nostalgie naar de jeugd overlopende observatie, kan het niet verbazen dat we Olive en Robbie niet veel later, en stevig aan de coke, aantreffen op een dansfeest. Slotzin: 'Plotseling begrijpt Olive het. Dit is waar ze moet zijn.'

Leegte, onderdrukt verdriet, eenzaamheid en het onvermogen dat op te heffen zijn de thema's die telkens terugkeren. In 'Flipper' moet het immer hongerige jongetje Flipper naar een kamp voor dikke kinderen. In de bossen in de omgeving, komt hij in contact met een 13-jarig zwanger meisje, dat in een naburig kamp voor ongehuwde moeders zit. Zij brengt snoepgoed voor hem mee en biedt hem verlossing uit zijn eenzaamheid. Totdat ze weg moet om te bevallen en niet meer opdaagt voor hun dagelijkse ontmoetingen. En o, wat heeft Flipper dan een honger.

De personages van Kevin Canty weten niet wat goed voor ze is, en als ze het wel weten, trekken ze zich van die wetenschap niets aan. In 'Slapers hand in hand' gaat een zojuist gepensioneerde arts zijn kleinzoon ophalen, die weer eens door zijn moeder in de steek is gelaten. Hij belandt in bed met de vrouw - een prostituee - die de jongen zolang onder haar hoede heeft genomen. Als compensatie voor wegens haar zorgtaak gemiste arbeidsuren, betaalt hij haar na afloop honderd dollar.

En in 'Carolina Beach' wordt Victor tegen beter weten in verliefd op Laurie, die lijdt aan terminale borstkanker. Ze gaan er een weekend samen tussenuit, naar een strandhuisje, waar de vrouw doodziek wordt. Victor wordt overvallen door angst 'tot onderin zijn ballen' vanwege de nabijheid van de dood. Maar: 'Geen moment - dat moet je hem nageven - geen moment wenste hij dat hij niet was gekomen.'

Op zoek zijn naar liefde, geluk, verlossing, maar uitkomen bij ziekte, drank, drugs, vraatzucht en overspel, dat is het lot dat Canty voor zijn personages in petto heeft. Hij laat ze dansen, hij laat ze kruipen; bij vol bewustzijn, of verblind; maar altijd richting het ravijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden