Beminnelijke natuurvriend met een scheutje jagersbloed

Naar Jac. P. Thijsse, natuurvriend bij uitstek, is menige groenvoorziening genoemd en al bij zijn leven werden gedenkboeken aan hem gewijd....

JAN WOLKERS heeft het in mei fraai samengevat. Op een symposium in Den Burg op Texel zei hij: 'Als je Thijsse wilt citeren, is het eind ervan zoek. Het gaat maar door, als een hoorn van overvloed waaruit hij de hele flora en fauna van ons land over je uitstort in woorden en beelden die je voorgoed bijblijven.' Hij had het over Jac.P. Thijsse, de natuurbeschermer die in 1945, nu vijftig jaar geleden, op 79-jarige leeftijd overleed en dit jaar op diverse plaatsen herdacht wordt.

Het citaat van Wolkers staat in een boek over Thijsse, geschreven op initiatief van de Stichting Thijsse-jaar Texel. Thijsse heeft enkele jaren op Texel gewoond en zou zijn leven lang het Waddeneiland blijven bezoeken. Jac.P. Thijsse - Een leven in dienst van de natuur verscheen vrijdag en werd in vrij korte tijd geschreven door zes jonge historici van de Universiteit van Amsterdam onder leiding van J.P. Verkaik, medewerker van de vakgroep economische en sociale geschiedenis.

Het is geen biografie van Thijsse, zegt Verkaik in het voorwoord. Het is een bundel geworden waarin diverse aspecten van het leven en werk van Thijsse worden belicht. De haast bij het schrijven is slechts hier en daar merkbaar. De bundel is een aanvulling op alles wat al over Thijsse is gepubliceerd. En dat is heel wat. Er zullen weinig Nederlanders zijn die al tijdens hun leven zoveel erkenning hebben gekregen als de zoon van een beroepsmilitair, die na Maastricht, Grave en Woerden in Amsterdam terechtkwam, begon als onderwijzer, opklom tot leraar in het middelbaar onderwijs en via zijn natuurliefde zo hoog op de maatschappelijke ladder steeg dat hij tot een andere sociale klasse ging behoren.

Hij kon 'op stand' in Bloemendaal gaan wonen en kreeg contacten met grootgrondbezitters en de stedelijke elite. Hij kreeg een eredoctoraat van de Amsterdamse universiteit en al tijdens zijn leven verschenen er twee gedenkboeken en een speciale aflevering van een tijdschrift over hem. Hij werd erelid van Natuurmonumenten en natuurbeschermingsorganisaties in Engeland en Frankrijk, hij kreeg koninklijke onderscheidingen en er werden in Bloemendaal en Amstelveen natuurparken naar hem genoemd. Kortom: een glanzende carrière.

De Amsterdamse historici hebben niet alleen alle literatuur over Thijsse doorgenomen, ze hebben ook tal van archieven geraadpleegd. Uiteraard deden ze ook onderzoek bij Verkade, de fabriek waarvoor Thijsse de natuuralbums schreef waarmee hij de meeste bekendheid verwierf.

De schrijvers schetsen een sympathiek beeld van Thijsse. Hij komt te voorschijn als een joyeuze, beminnelijke man die goed met mensen kon omgaan. Een man ook die doorgaans wars was van polarisatie en als bestuurslid van bijvoorbeeld Natuurmonumenten streefde naar verzoening van uiteenlopende standpunten, een amicale bemiddelaar dus. En hij deugde, concludeert Verkaik. Hij gebruikte de natuur niet om te moraliseren, hij verbond geen gedachten van Blut und Boden aan zijn natuurvisie en hij legde geen overmatige dosis romantiek in zijn benadering.

De werkkracht van Thijsse moet formidabel geweest zijn. Het begon allemaal in 1894, toen hij met zijn Amsterdamse collega-onderwijzer Eli Heimans het eerste gezamenlijke natuurboekje publiceerde, Van vlinders, bloemen en vogels. Het was het begin van een vruchtbare samenwerking. Er volgden in zeventien jaar nog acht boekjes. In 1896 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift De Levende Natuur onder redactie van Heimans, Thijsse en een derde Amsterdamse onderwijzer, Jaspers. En in 1899 publiceerden Heimans en Thijsse de eerste editie van een nieuwe geïllustreerde flora, bestemd voor het onderwijs.

De boeken, het tijdschrift en de flora werden een groot succes. Dat kwam vooral door hun schrijfstijl. Schrijven over de natuur gebeurde daarvoor nog in een plechtig, gedragen Nederlands. Heimans en Thijsse trokken met hun scholieren de natuur in en wilden de natuurbeleving dichter bij het volk brengen. Ze kozen een levendige, enthousiaste stijl. Ze vonden een toon, aldus de schrijvers van de bundel, die hun voorgangers misten. En ze hadden de tijd mee. De natuurbeleving begon in die jaren aan haar opkomst.

Alles wat Heimans en Thijsse schreven en tekenden, was gebaseerd op eigen onderzoek. Beiden waren ze natuurliefhebbers van huis uit. Als jongens hadden ze thuis urenlang door de natuur gedwaald die toen nog volop op het platteland te vinden was, ook in landbouwgebieden. En bijna alles ging op de fiets en vooral te voet. Ze verwierven zich daardoor een grote kennis waardoor ze als 'veldbiologen' ook door geschoolde biologen werden erkend. Heukels en Heinsius bijvoorbeeld gingen al snel met Heimans en Thijsse samenwerken.

In 1906 publiceerde Thijsse zijn eerste Verkade-album, Lente. Er zouden er nog achttien volgen (waaronder één over Texel) met een totale oplage van 1,1 miljoen exemplaren. Dit jaar verscheen postuum een niet eerder gepubliceerd album, Eik en Beuk. Tussen dat alles door schreef Thijsse ook nog voor andere bladen. Hij had een rubriek in het Algemeen Handelsblad en nam in 1914 na de dood van Heimans diens rubriek in De Groene Amsterdammer over. Daarnaast publiceerde hij nog regelmatig in andere bladen. En hij hield lezingen. Per trein reisde hij het land door om de liefde voor de natuur over te dragen.

Alsof dat alles naast het lesgeven niet genoeg was stortte hij zich volop in al dan niet nieuwe verenigingen en was hij mede-oprichter van de Natuurhistorische Vereeniging (nu de KNNV), de Ornithologische Vereniging en vooral van Natuurmonumenten, waarvan hij vele jaren secretaris zou blijven. Vooral in die functie groeide hij naar de bovenlaag van de samenleving. Hij was verder jaren actief in de vereniging Vogelbescherming.

Zijn energie blijkt uit een brief die hij schreef op 4 januari 1945, vier dagen voor zijn dood. 'Ik ga nu met alle macht mijn Instructief Plantsoen opeischen in elk nieuw te bouwen stadskwartier. Daar zit zoo'n geweldig stuk maatschappelijke opvoeding aan vast, dat het wel mijn hele verdere leven in beslag zal nemen.'

Thijsse is nu eigenlijk op slechts één punt enigszins omstreden. Dat betreft de jacht. In jagerskringen valt regelmatig te vernemen dat Thijsse een hartstochtelijk jager was, met als impliciete boodschap dat jacht en natuurbescherming goed samengaan. Nog vorige week publiceerde het blad De Jager enkele citaten van Thijsse uit 1894, waarin hij beschrijft hoe hij op Texel een kluut schoot en zich ook vermaakte met het testen van twee geweren.

In de nieuwe bundel wordt alleen geconstateerd dat Thijsse inderdaad af en toe aan een jacht meedeed, maar dat hij zich in discussies over een nieuwe Vogelwet tegen de jagers opstelde en een zo groot mogelijke bescherming bepleitte. Thijsse wilde wel de jacht op vogels voor wetenschappelijke collecties toelaten, maar hij zag de jacht pas als het vierde gevaar voor vogels, na katten, kinderen en de mode.

Hij was in ieder geval geen vijand van de plezierjagers, zoals blijkt uit een citaat uit 1923: 'Over het algemeen zijn in Nederland de jacht en de jagers niet erg getapt en het voorwerp van velerlei onvriendelijke opmerkingen. (. . .) Als alle menschen wijs waren, dan zouden zij er vrede mee hebben, dat de jachtlust tot onze oerinstincten gerekend moet worden en hoop putten uit de omstandigheid, dat velen onzer niet meer jagen met het geweer, maar met kijker en camera. (. . .) Het is een gecompliceerd geval, dat met welwillendheid beschouwd moet worden.'

In een andere recente publikatie, een doctoraalscriptie van A. van Loon, wordt een andere conclusie getrokken. Van Loon twijfelt niet aan de wil van Thijsse om de vogels beter te beschermen, maar hij voelde zich kennelijk meer verwant met de jagers, blijkens dit citaat uit 1903: 'Hoe meer ik met jagers omga, hoe meer ik versterkt word in de meening, dat zij kunnen behoren tot de beste beschermers van planten en dieren.' En hij verklaarde ook er geen bezwaar tegen te hebben om schadelijke vogels als aalscholvers ('visch-verslinders') af te schieten.

Piet van Seeters

Jan-Paul Verkaik (redactie): Jac.P. Thijsse - Een leven in dienst van de natuur.

Walburg Pers; ¿ 39,50.

ISBN 90 6011 950 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden