Bemiddelaar voorkomt gelazer

Bemiddeling werkt ook in het strafrecht. Merkwaardig dus dat er zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Aan tafel met twee boze buren en een bemiddelaar.

Beeld anp

Wiel Erens gooit de plastic koffiebekertjes in de prullenbak en zet de telefoon in een hoek op de grond. Hij wil dat de witte tafel op het politiebureau leeg is als de twee echtparen hier straks zitten. Je weet maar nooit.


De onenigheid is een jaar geleden begonnen. Iets met stoeptegels. Daarna ging het over een webcam voor een raam van Jan, te hoge struiken bij Kees, middelvingers van Jan, een verkeerd geparkeerde auto, klodders spuug. Tot Kees een kopstoot uitdeelde.


Jan deed aangifte, Kees werd door de politie opgehaald voor verhoor en toen was de burenruzie opeens een strafzaak. Omdat de officier van justitie dacht dat een straf wel de zaak zou 'oplossen', maar de ruzie niet, vroeg hij Erens te bemiddelen.


Erens (57) is in Zuid-Limburg een fenomeen. Hij is een vrij forse verschijning met een beetje gel in het grijze haar en een vol gezicht. Hij zou een goede leraar zijn, zo eentje die altijd vrolijk goedemorgen zegt, een geintje best kan hebben, maar daarna streng zegt: kom op, en nu aan het werk. En dat iedereen dan ook luistert.


Erens werd alleen geen leraar, hij werd bemiddelaar. Het aantal zaken dat hij sinds 1999 heeft opgelost zonder dat er een rechter over hoefde te oordelen, loopt in de 1.700. Niemand in Nederland doet hem dat na.


De vraag is: waarom niet? Uit onderzoek in het buitenland blijkt dat bemiddeling effectiever is dan de gang naar de rechter en de recidive vermindert. Bemiddeling wordt in Nederland ook al volop ingezet in het civiele- en bestuursrecht, maar nog niet in het strafrecht.


Onbegrijpelijk, vindt een reeks van mensen die het kunnen weten. Neem de ex-advocate die, bij de rechter vrijspraak pleitend voor het diefje dat ze vertegenwoordigde, dacht: 'Wat de uitspraak ook wordt, dit is niet de oplossing.' Nu bemiddelt ze in strafzaken, of in zaken die een strafzaak dreigen te worden.


Of praat met de officier van justitie die, omdat er nu eenmaal aangifte is gedaan, wordt gedwongen iemand te vervolgen voor het afpakken van een petje en zich afvraagt of het OM daartoe nou op aarde is.


En de rechter die constateert dat het in haar rechtszaal vaak belangrijker is dat dader en slachtoffer met elkaar in gesprek komen dan wat zij doet. 'Alleen: daarvoor zit ik er niet.'


Hun uitgangspunt: straf zou een ultimum remedium moeten zijn - het laatste, en botste, middel om iemand te corrigeren. Nu volgt na aangifte actie van het OM tot de zaak is afgehandeld. Terwijl mensen het, met een beetje moeite, vaak best zelf kunnen oplossen.


Die kritiek op het strafrecht klinkt allang en al even lang vinden proeven plaats met alternatieven. Het overzicht daarvan - in 2010 gemaakt in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie - telt bijna twintig A4-tjes; een lijst projecten van 1981 tot 2010. Vrijwel allemaal zijn ze gestopt en niemand heeft daarvoor een goede verklaring.


Mooie zaak

Wiel Erens staat ook op de lijst. Waar bij veel proeven hoogstens tientallen mensen betrokken waren, heeft hij er honderden voorbij zien komen. En waar de meeste proeven stopten, ging hij door.


Drie, vier keer per week bemiddelt Erens tussen slachtoffers en daders. Het komt voor dat een rechter in Maastricht nog tijdens een zitting een telefoontje 'naar boven' pleegt: 'Wiel, ik heb denk ik een mooie zaak voor je.' Soms is hij druk, maar dan hoort hij het verhaal en denkt: ik kan hem wel laten liggen, maar dan krijg je later zo veel gelazer, dus ik jas hem er tussendoor.


Gelazer: dat betekent een rechter en een vonnis. In veel van de zaken waarin Erens bemiddelt, is het verschil tussen dader en slachtoffer vooral afhankelijk van wie het hardste naar het politiebureau rent. Letterlijk. Aan een vonnis heb je dan weinig. 'Dan heb je een winnaar en een verliezer. Daarna begint het feest gewoon opnieuw.'


Met twee koffiebekertjes laat Erens de opstelling bij de rechtbank zien, waarbij slachtoffer en dader elkaar doorgaans niet kunnen aankijken, laat staan spreken. De laatste tijd mag het slachtoffer weliswaar steeds vaker zijn mening geven, maar dat neemt Erens' belangrijkste bezwaar tegen strafzaken niet weg.


'Bij mij mag iederéén er wat van vinden.' Als mensen daarna eenmaal naar elkaar beginnen te luisteren, dan kan Erens meestal in een half uurtje afronden. Doorgaans ondertekenen ze wat hij noemt 'een sbo'tje' (strafrechtbemiddelingsovereenkomst) met daarin afspraken over toekomstig gedrag. Dat dient als voorwaardelijk sepot en daarmee is de kous af. Erens: 'Excuses aanbieden, een hand geven, en wegwezen.'


In Weert gaat dat vandaag nog even duren. Kees is opgestaan uit zijn stoel en maakt wilde armgebaren: 'Je bent een zielig mannetje!' schreeuwt hij naar Jan.


Lijdensweg

Ook de rechtbank in Amsterdam werkt sinds kort met bemiddelaars. Hier is een proef, in 2010 en 2011, na een positieve evaluatie wel voortgezet. Dit najaar krijgt de proef een vervolg, waaraan ook vijf andere rechtbanken willen meedoen: die van Breda, Den Bosch, Rotterdam, Noord-Holland en Den Haag.


Voor Erens is het simpel: mensen gaan weleens over de schreef. Hij treft vaak buren aan zijn tafel of jongeren die uithaalden wat vroeger kattenkwaad werd genoemd en geregeld mensen die elkaar, letterlijk, hebben getroffen tijdens het uitgaan.


De belangrijkste vraag die de maatschappij zichzelf volgens Erens steeds moet stellen is: hoe lossen we dat op?


Een voorbeeld. Een groep jongens vernielt geregeld bomen bij een fruitteler, totdat de teler een van de jongens pakt ('degene die het minst hard kon lopen'). Hij schudt hem flink door elkaar en sluit hem enige tijd op in een stal. Eenmaal thuis vertelt de jongen wat er is gebeurd, waarop de ouders aangifte doen van mishandeling.


Erens: 'Meestal zegt een rechter dan: u heeft dat gedaan, nou, dat is twee weken gevangenisstraf. En binnen 10 minuten staat iedereen weer buiten.'


In dit geval belde de rechter tijdens de zitting naar Erens. In het bemiddelingsgesprek bood de tuinder zijn excuses aan en betaalde hij een schadevergoeding. De jongen zei: sorry, ik had het niet moeten doen. De rechter verklaarde de tuinder daarna schuldig, maar hij kreeg geen straf meer. Zaak afgerond.


Jammer alleen dat de politieke wind de andere kant uit waait. De VVD won in 2012 de verkiezingen met leuzen als 'Meer straf en minder begrip voor criminelen' en 'Meeleven met slachtoffers, niet met daders'. Minister Ivo Opstelten en zijn staatssecretaris Fred Teeven (beiden VVD) gelden als hardliners. Vooral Teeven maakt zich de laatste jaren sterk voor het slachtoffer, terwijl bemiddeling juist nadrukkelijk gebeurt tussen slachtoffer en dader.


De roep om strafrechtbemiddeling komt vooral van rechters, officieren en advocaten zelf, die de gebreken van het systeem in de praktijk zien. Zo nam Anne Martien van der Does, vice-president van de rechtbank in Amsterdam, in 2010 het initiatief tot de proef met strafrechtbemiddeling.


Ze begon erover na te denken toen ze als rechter verkeerszaken deed. Van der Does maakte vaak mee dat de chauffeur na een dodelijk ongeval zijn spijt had willen betuigen, maar dat niet mocht van de politie. Aan de andere kant van de rechtszaal zat dan de familie die boos was omdat hij nooit wat van zich had laten horen. 'Ik probeerde voor enig begrip te zorgen. Mijn strafzaak ging daar niet over, maar het was voor die mensen het belangrijkste.' De evaluatie van de proef sterkte haar in haar ideeën. 'Slachtoffers en daders kwamen veel tevredener uit de strijd.'


In Limburg hoort bemiddelen inmiddels tot de dagelijkse praktijk. Toch is de houding van het OM, waar Wiel Erens op de loonlijst staat, ook dubbel. Nu hij zijn eigen functieprofiel moet schrijven, probeert hij het woord 'bemiddelaar' te vermijden. Dat vindt het OM te soft klinken. Erens: 'Maar bij Wiel Erens aan tafel komen mensen er minder makkelijk vanaf dan bij de rechter. Elkaar onder ogen komen is vaak een lijdensweg.'


Koffiepauze

In Weert halen Kees en Jan een schijnbaar oneindige hoeveelheid onverkwikkelijkheden naar boven. Erens zit rustig in zijn stoel en reageert er nauwelijks op. Het is voor hem onmogelijk vast te stellen wie er gelijk heeft. Bovendien is het doel van het gesprek juist het verleden te laten rusten.


Een uur verstrijkt, en nog een uur. Erens vraagt wat Kees en Jan nodig zouden hebben om zonder problemen naast elkaar te kunnen leven. Hij benadrukt dat het toch 'van de zotte is' dat ze hier zitten. De beschuldigingen blijven over en weer vliegen.


Dan gooit Erens het over een andere boeg: hij stelt een koffiepauze voor. Maar niet voordat hij beide partijen nogmaals duidelijk heeft gemaakt dat een oplossing alleen mogelijk is als ze beiden een stap in elkaars richting zetten. 'Zou dat kunnen?'


In het buitenland heeft het idee van bemiddelen allang wortel geschoten. Argentinië geldt als een voorloper: in de provincie Buenos Aires gaan alle zaken voor delicten onder de zes jaar gevangenisstraf eerst naar een bemiddelaar. Ook Noorwegen (sinds 1991), België (sinds 1994), Noord-Ierland (sinds 1998), Duitsland (sinds 1999) en Oostenrijk (sinds 2000) bemiddelen volop in strafzaken.


In Nederland lijkt er pas het laatste jaar voorzichtig wat te bewegen. Een wetswijziging per januari 2012 schrijft voor dat rechters bij hun strafoplegging rekening houden met het resultaat van een bemiddeling. De wet, natuurlijk in strijd met de verkiezingsretoriek van harder straffen, wordt nauwelijks in praktijk gebracht.


Wat ontbreekt, is dat het OM en de rechtbanken consequent bemiddelingen in strafrecht nastreven. Ook zou de financiering voor de bemiddelaars onderdeel moeten worden van de 'gewone' rechtsbijstand waarop iedereen aanspraak kan maken.


Voor Erens is financiering geen probleem: hij heeft een vast contract. Wel bekritiseren sommige voorstanders van bemiddeling zijn rol: hij heeft een uitzonderingspositie binnen het OM in Limburg, waaraan in theorie morgen een einde kan komen. Zo moest Erens vorig jaar het bemiddelen tijdelijk staken. Ook zou hij niet onafhankelijk zijn: het OM staat voor het slachtoffer.


Erens zelf houdt zich met dergelijke discussies niet bezig. Hij wil gewoon bemiddelen, bijvoorbeeld door het gesprek aan te gaan met de studenten die op een donderdagavond in een dronken bui over auto's waren gelopen en bij een kroeg een bord van de muur sloopten.


Bemiddeling gaf de studenten - first offenders - ook de kans een vonnis te ontlopen. Niet onbelangrijk met het oog op stages en banen. Erens: 'De schade was 8.000 euro en ze vroegen of ze in termijnen konden betalen. Dan vraag ik altijd: 'Heb je het delict ook in termijnen gepleegd?' Dus: in één keer betalen. En ze moesten zelf dat bord weer terughangen.'


Er zijn wel grenzen aan wat hij kan, of wil, bemiddelen, zegt Erens. Bij hem voorkomt een bemiddeling vervolging. Dat zorgt ervoor dat hij relatief simpele zaken bemiddelt.


Rust

Het 'Amsterdamse model' is anders. Daar is de bemiddeling onderdeel van de strafzaak. De officier of rechter verwijst door naar een onafhankelijke bemiddelaar, die met beide partijen om tafel gaat. Het resultaat van het gesprek komt terug bij de officier of rechter. Die kan de zaak seponeren, maar ook besluiten om alsnog een straf uit te spreken. Vanwege die extra controle door een officier of rechter kunnen ook zwaardere zaken voor bemiddeling in aanmerking komen, iets wat Van der Does ook graag wil. Een gewelddadige tasjesroof? Moeilijk, zegt Erens. Gewoon doen, zegt Van der Does.


Tijdens de koffiepauze in het politiebureau is de vrouw van Kees in huilen uitgebarsten. 'Al die leugens, ik kan er niet meer tegen!'


Erens praat met beide partijen afzonderlijk en hoort van Jan dat het al een paar maanden rustig is tussen de twee. Het komt mede omdat hij zijn vaste plek bij het raam, pal naast Kees' voordeur, heeft verruild voor een andere plek in zijn woonkamer. Zo zien ze elkaar gewoon minder.


Die rust, vraagt Erens na de koffiepauze, kunnen we daar niet mee vooruit? Dat kan. Excuses voor de kopstoot maakt Kees niet, een hand geeft hij Jan evenmin. 'Nu nog niet.' Wel wil hij toezeggen normaal met zijn buurman te zullen omgaan. 'Ikke wel.' Jan accepteert een sepot voor de kopstoot. Daarmee is de zaak ten einde.


Erens: 'Door mensen met elkaar te laten praten, voorkom ik ook zaken. Een veilige maatschappij creëer je niet met een vonnis, maar door mensen met elkaar een oplossing te laten vinden. Niet meer en niet minder.'


In Maastricht ziet hij de partijen na een bemiddeling vaak gezamenlijk de heuvel aflopen waarop de rechtbank is gebouwd. Pratend. Als hij ze onderaan de heuvel een hand ziet geven, weet hij dat het goed zit. 'Dan keren ze hier niet meer terug.'


Inzet: Vrijwilligheid staat voorop

Een bemiddelingsgesprek vindt alleen plaats als beide partijen daartoe bereid zijn. Wiel Erens belt ze daarom eerst op om te vragen of ze willen meewerken en om uit te leggen wat een bemiddeling inhoudt. Niet zelden geeft hij ze een week of twee bedenktijd. 'Vaak vinden mensen het eng.'


Een bemiddeling vindt plaats achter gesloten deuren, maar soms wel in het bijzijn van een wijkagent of advocaten. De uitkomst van een bemiddeling maakt deel uit van het strafdossier. Wat ze tijdens het gesprek tegen elkaar zeggen, blijft echter geheim.


Dat is het belangrijkste bezwaar van sommige juristen: zij vinden openbaarheid van de rechtspraak een groot goed. Daar komt bij dat de rechter volgens hen namens de gehele maatschappij een vonnis velt.


Erens begrijpt die kritiek, maar benadrukt dat die vooral geldt voor grote zaken die hevige onrust veroorzaken in de maatschappij. Daarin zou hij ook niet bemiddelen. 'Ik doe vooral huis-tuin-en-keukenzaken. Mensen komen er normaal gesproken alleen naartoe als ze zelf een belang hebben.'


Inzet: Wel voorloper in andere zaken

Met uitzondering van strafzaken is Nederland een voorloper als het gaat om bemiddeling. Sinds 2005 heeft elke rechtbank een mediationbureau waarnaar rechters zaken doorverwijzen. Dat werkt zo goed dat buitenlandse delegaties geregeld komen kijken om inspiratie op te doen.


Er is geen juridische reden om bemiddeling in strafzaken uit te sluiten. Sinds 2012 schrijft de Nederlandse wet voor dat rechters bij hun strafoplegging rekening houden met het resultaat van een bemiddeling. Die wetswijziging kwam elf jaar na het zogeheten kaderbesluit van de Europese Unie, dat voorschrijft dat 'elke lidstaat zorgt voor de bevordering van bemiddeling in strafzaken'.


Naar aanleiding van het EU-besluit begeleidt de stichting Slachtoffer in Beeld (SiB) sinds 2007 gesprekken tussen slachtoffers en daders. De politiek gebruikt dat soms om te laten zien dat strafrechtbemiddeling al plaatsvindt. Die SiB-gesprekken staan echter los van de zaken die het OM en de rechter afhandelen.


De hoogste juridische organen in Nederland zien ook veel in strafrechtbemiddeling. In 2002 liet het college van procureurs-generaal - de hoogste instantie binnen het OM - zich er al positief over uit. Al in 2009 constateerde Geert Corstens, de president van de Hoge Raad, dat het tijd was bemiddeling in strafzaken meer aandacht te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden