Belofte EU-hervorming is vals

Worden de volkeren van Europa op de komende top in Laken opnieuw misleid? Bob van den Bos meent van wel, want regeringsleiders zullen pretenderen dat er structurele hervormingen in de EU komen en dat er aan nieuwe EU-leden zware eisen voor toetreding worden gesteld....

TELKENS weer trachten de Europese leiders het vertrouwen van de burgers te herwinnen door ze te misleiden. De komende top in Laken gaat hiervan ongetwijfeld een nieuw sterk staaltje leveren.

Er zal met veel fanfare een zogenoemde 'Conventie' worden aangekondigd om ingrijpende hervormingen voor te bereiden met het oog op de spoedige grote uitbreiding. Het initiatief hiertoe is genomen uit onvrede over de Europese Raad in Nice, waar de regeringsleiders zich achter gesloten deuren een onbeschaamde koehandel veroorloofden. Nu zullen vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de nationale parlementen, de Commissie en de regeringen maandenlang kunnen discussiëren over het toekomstige Europa. Een uitstekend idee natuurlijk, maar helaas schuilt er een adder onder dit nieuw aangelegde, democratische gras.

Veel regeringsleiders, zeker die van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Scandinavische landen, hebben in werkelijkheid totaal geen behoefte aan een nieuwe hervormingsronde, die tot een verdere inlevering van nationale soevereiniteit kan leiden. Duitsland en Spanje staan onder sterke druk van hun deelstaatregeringen een halt toe te roepen aan het sluipende proces van machtsverschuiving in de richting van Brussel, waar regio's geen zeggenschap hebben. Naarmate de integratie vordert wordt het verzet tegen overheveling van besluitvorming heviger: we stuiten op de harde kern van nationale bevoegdheden (belastingen, strafrecht, sociale voorzieningen).

Om de kloof met de burgers te verkleinen liggen er voorstellen op tafel om de nationale dimensie te versterken ten koste van verdere Europeanisering. Zo zou er een Europese senaat moeten komen van nationale volksvertegenwoordigers. Ook zou er een duidelijke competentieverdeling moeten worden afgesproken tussen Brussel en de lidstaten. In de politieke werkelijkheid hebben beide ideeen geen schijn van kans. Nóg een volksvertegenwoordiging erbij verlamt de besluitvorming. Een afgrendeling van bevoegdheden zou het toekomstig probleemoplossend vermogen van Europa te veel belemmeren. Zo zou een 'nieuw' verschijnsel als internationaal terrorisme onmogelijk aangepakt kunnen worden als justitie strikt nationaal moet blijven opereren. Menig lidstaat is als de dood dat de Europese Commissie te sterk wordt. Het uitstekende idee om de voorzitter van dit orgaan door de bevolking te laten kiezen, krijgt dan ook nauwelijks steun van regeringsleiders, die wel hun mond vol hebben van het versterken van de band tussen Europa en de burgers.

Het instellen van een Conventie verschaft de Europese staatslieden een democratisch alibi om hun onwil tot hervormingen te camoufleren. De vergadering zal niet besluitvormend zijn; zij kan slechts voorstellen doen aan de regeringsleiders. Het heterogene karakter van de bijeenkomst maakt het buitengewoon moeilijk om duidelijke meerderheden achter ingrijpende vernieuwingen te krijgen, laat staan om consensus te bereiken. Voorstanders van Europeanisering en pleitbezorgers van renationalisatie houden elkaar in een verlammende houdgreep. Ook van de kandidaat-lidstaten, die als waarnemers aan de Conventie mogen deelnemen, zal zeker geen impuls voor radicale hervormingen uitgaan. Hun voornaamste doel is zo snel mogelijk tot de EU toetreden en zij hebben derhalve geen enkele behoefte aan het aanwakkeren van tegenstellingen.

De regeringsleiders en de Commissie is er veel aan gelegen de nieuwe toetredende landen niet voor het hoofd te stoten. De kandidaten mogen niet te lang in de wachtkamer worden gehouden, omdat zij anders wellicht hun geduld en animo voor aansluiting verliezen. Tegelijkertijd neemt onder de EU-bevolking de vrees toe dat spoedige uitbreiding veel geld kost en nieuwe problemen schept ten aanzien van immigratie en criminaliteit. Deze situatie leidt ook hier tot een 'doen alsof'-strategie om de burgers zand in de ogen te strooien. Formeel is besloten dat de nieuwe lidstaten pas mogen toetreden als ze aan strenge politieke, economische, wetgevende en bestuurlijke eisen voldoen. In werkelijkheid wordt erop aangestuurd om de toetredingsbesprekingen volgend jaar af te ronden, hoewel aan de voorwaarden lang niet wordt voldaan. Tekenend is dat verantwoordelijk Commissaris Verheugen onlangs meer dan een half miljard gulden extra heeft vrijgemaakt om de bestuurlijke capaciteit in de kandidaatlanden te verbeteren. De besteding daarvan zal veel meer tijd kosten dan het jaar dat rest tot het aangekondigde einde van de onderhandelingen.

Het tijdpad gaat een eigen leven leiden met als gevolg dat men het met de afgesproken criteria minder nauw zal gaan nemen. Nu al wordt in de voortgangsrapporten van de Commissie de situatie in verschillende landen rooskleuriger voorgesteld dan hij is. De vorderingen worden bejubeld en de tekortkomingen gerelativeerd. Overhaaste uitbreiding betekent dat de EU veel onopgeloste problemen importeert. Ook met de uitdrukkelijke afspraak dat elke kandidaat op zijn eigen verdiensten wordt beoordeeld zal de hand worden gelicht. Hoewel Polen veel minder ver gevorderd is dan de meeste andere toetredingslanden is het politiek ondenkbaar dat Polen niet zou meedoen in de eerste aansluitingsronde. Met name voor Duitsland zou dit vanwege de nauwe betrekkingen en historische gevoeligheden onaanvaardbaar zijn. Alles wijst erop dat eerdaags het groene licht wordt gegeven aan tien landen, die met elkaar gemeen hebben dat ze nog niet aan de gestelde eisen voldoen.

De Europese Raad van Laken moet natuurlijk een succes lijken en zal daarom eindigen met een eensgezinde verklaring die de lidstaten nergens toe bindt. De regeringsleiders zullen de noodzaak van hervormingen onderstrepen zonder aan te geven waar deze uit zouden moeten bestaan. Voor de zoveelste keer gaan ze verklaren dat de burgers zich meer in de EU moeten herkennen. Tegelijkertijd werken ze met hun politiek van 'doen alsof ' zelf mee aan het proces waardoor de bevolking zich steeds verder van Europa vervreemdt.

De vrede en stabiliteit op ons continent vergen een uitbreiding van de Europese Unie. Een toenemend aantal problemen kunnen we niet meer nationaal oplossen. De consequentie hiervan is dat we met steeds meer landen op Europees niveau gezamenlijke besluiten moeten nemen. Het inleveren van nationale zeggenschap is daardoor een historische onvermijdelijkheid geworden, waar we eerlijk over moeten zijn. Als de beslissingen meer in Brussel worden genomen, dient ook de democratische controle mee te verhuizen: het Europees Parlement moet volledige wetgevende- en begrotingsbevoegdheden krijgen. De komende top zou hier duidelijkheid over moeten verschaffen. De burgers zijn genoeg misleid door valse voorstellingen van zaken. Na Maastricht, Amsterdam en Nice hebben zij geen behoefte aan van hetzelfde Laken een pak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden