Column

Bellen vanaf onherkenbare nummers hoort niet

Thomas van Luyn
null Beeld Robin de Puy / de Volkskrant
Beeld Robin de Puy / de Volkskrant

Ik wil echt niet opnemen als het scherm 'onbekend' zegt, maar de stapeling van ringtone en trilfunctie oefent grote emotionele druk uit op mijn negeervermogen. Gaat de telefoon niet meer over, dan vult mijn buik zich met schuldgevoel jegens de onbekende beller.

Vroeger woonde er een jongetje bij ons in de straat dat de hele zomer elke dag aanbelde, omdat hij met me wilde spelen. Ik werd kriegel van zijn wanhopige eenzaamheid en verstopte me dan achter de bank, omdat hij soms door het raam loerde of ik er echt niet was. Blijkbaar voelde hij nattigheid. Als hij afgedropen was, liet hij een verwijtende stilte achter. Zo erg dat ik soms alsnog achter hem aanrende.

Een onbekend nummer kan ik gelukkig niet terugbellen, anders zou ik het nog doen ook. Natuurlijk, waarschijnlijk is het een zak die me iets wil slijten, maar wat nou als het de hypotheekmeneer is om te vertellen dat ik een termijn heb gemist en dat ze mijn huis gaan afpakken als ik niet snel betaal? Of een vriend in nood die me belt vanaf een groot kantoor omdat zijn telefoon leeg is? Of de koning die me wil polsen voor een lintje?

In dat mijnenveld van afwegingen en emoties neem ik héél af en toe op. Of ze met de heer T. van Luyn spreken, hoor ik dan. Dat is voor mij genoeg om meteen op te hangen. Ik heb geen zin meer in het spelletje van moeilijk doen, afwimpelen, smoesjes verzinnen, een lollig tegenscript afdraaien of ruzie zoeken. Al na 'Spreek ik met...' hang ik weer op. Beste voor iedereen.

Maar nu flapte ik er meteen uit: 'met Thomas', en ja, dat moet je niet doen. De mevrouw zei: 'Hallo Thomas. Met Marjolijn van Oxfam Novib. Bel ik gelegen?'

Ai. Ze noemde me bij mijn voornaam, ik moest nu diep in mezelf graven om bot te kunnen doen.

'Weet je, zet het maar gewoon op de mail', zei ik.

'Wat moet ik in die mail zetten dan?'

Holy crap. Ze klonk geïrriteerd en menselijk. Daar had ik niet op gerekend.

In welk script zaten we nu?

'Euh, nou.. dat wat je me nu wou gaan zeggen.'

'Joh, dat duurt minder dan een minuut. Maar ik kan ook later terugbellen, hoor.'

'Nee... nee... laat maar... dit wordt toch niets...' hakkelde ik als een een meisje dat een lieve jongen afwees.

'O. Nou. Jammer dan. Dag.'

Ze klonk echt een beetje over de zeik, hetgeen onkarakteristiek is voor een telemarketeer. Misschien kenden wij elkaar? Misschien had ze een leuk voorstel - het wás tenslotte Oxfam Novib, da's toch iets anders dan een telecomboer of een energiebedrijf. Mijn vader zat in de ontwikkelingshulp, dus Novib is praktisch familie. Misschien was ik helemaal voor niets een hork geweest, en zei er ergens een Marjolijn tegen een kantoorgenoot: 'Nou, ik heb Thomas gebeld, die waar we mee uiteten waren vorige maand. Maar hij blafte me meteen af. Wat een botte, defensieve eikel zeg.'

Het hoort niet, bellen vanaf onherkenbare nummers. Als iemand aan de voordeur aanbelt, draagt-ie ook geen masker. Wat ik wil, is een voicemail die zegt: 'U belt vanaf een toestel zonder nummerherkenning. Als u niet bereikbaar wil zijn, wil ik het ook niet.' De eerste die me dat wil verkopen, neem ik op.

Reageren? t.vanluyn@volkskrant.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden