Column

Bellen met Yvonne Kroonenberg

Hoe goed de lessen van een doorgewinterd stilist als Yvonne Kroonenberg van pas komen.

Beeld thinkstock

'Toen mij werd gevraagd een column voor deze krant (dit blad, tijdschrift) te schrijven...' Geen slappere opmaat denkbaar dan bovenstaande openingszin. In stukjesschrijversland is het überhaupt not done (en spreek je moerstaal) de lezer op te zadelen met jouw scheppingsproces. Dat jij een column aan het schrijven bent (was), weet die lezer al. Want hij zit hem te lezen. En dat het een column ís, kan hij zien aan de opmaak, aan de lengte en aan het fotootje erboven.

Ook is het zaak je niet te vaak van uitroeptekens te bedienen, noch van wegebbende puntjes aan het eind van een zin. Of van grappige hoofdletters: Manlief, De Man, Geliefde, zonder bezittelijk voornaamwoord, uit gêne voor te veel intimiteit. En het plaatsen van zinnetjes of woordjes tussen haakjes, gedachtenstreepjes of ironiserende aanhalingstekens moet eveneens terdege worden beperkt: veel te vermoeiend voor die arme lezer. O ja, en vermijd het gebruik van verkleinwoorden, want daaruit blijkt dat er een vrouw(tje) aan het woord is.

Dergelijke richtlijnen heb ik niet allemaal zelf bedacht. Een aantal dank ik aan mijn telefoonvriendin Yvonne Kroonenberg, ooit bestsellerschrijfster en een doorgewinterd stilist. Ik heb veel van haar geleerd. Toen zij al was gearriveerd, moest ik nog beginnen, terwijl ik nota bene de oudste van ons tweeën ben.

Soms las ik haar telefonisch mijn probeersels voor. Bij 'doch' in plaats van 'maar' barstte ze in kermen uit en ook had ze de diepste minachting voor 'immers' en 'echter'. 'Geen archaïsch taalgebruik, A'rie!', snerpte haar Amsterdams-Haagse stemmetje. (A'rie uitgesproken zoals in Arie Boomsma.)

Wat ook niet van haar mocht: strooien met 'staande' uitdrukkingen als de revue passeren, partijtje meeblazen en hart onder de riem. En wat een innig verdriet dat ik mijn geliefde zeilmetaforen links moest laten liggen: wind in de zeilen, alle zeiltjes bijzetten, overstag gaan. (Overigens ('Geen overigens, A'rie') liet ik in het werkelijke leven deze sportieve beker graag aan mij voorbijgaan ('En geen gegoochel met Bijbelcitaten'). Zat ik echt in een zeilboot, dan was, naast het omklemmen van de fok, mijn grootste bekommernis of mijn haar en bikini wel op de juiste plaats bleven zitten. Dit terzijde.)

Ik vrees dat Yvonne zo'n terzijde met mij als koket nest linea recta naar de prullenbak zou hebben verwezen. Het is maar goed dat ik haar tegenwoordig niet meer raadpleeg. Maar haar lessen staan me nog helder voor de geest. Zoals, naar aanleiding van onzeker gejeremieer over gebrek aan inspiratie dit opbouwende advies: 'Als er maar wat stáát.'

Tot slot: mag een columnist schrijven over haar kinderen? 'Liever niet, A'rie.' Maar wel over kleinkinderen. Hierover heb ik mijn leermeesteres nooit kunnen consulteren, want die had ik destijds nog niet. Ik waag het erop.

Mijn donkerbruinogige, goedgemutste kleindochter Mimi is de vreugde van mijn oude dag. Laatst mocht ik op haar passen. Bij het binnenkomen begroette ik haar met het geijkte, maar welgemeende compliment: 'Wat heb je een mooie jurk aan!' Haar antwoord liet niet lang op zich wachten. Na een korte blik op mijn 70 jaar oudere gestalte, zei ze met een hartelijk gezicht: 'Jij ook.'

Tweeënhalf en nu al medevrouw!!!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden