BELLEN METNOËL VAN BEMMEL

Bellen met Afghanistan-verslaggever Noël van Bemmel: ‘Undercover door Uruzgan, het was een knotsgekke roadtrip’

Tien jaar nadat Nederland zich terugtrok uit Uruzgan keerde voormalig Defensieverslaggever Noël van Bemmel undercover terug naar de Afghaanse provincie. Ondanks alle inspanningen is de Taliban er weer de baas, zag hij, maar er zijn ook hoopvolle signalen.

Samen met oud-diplomaat Marten de Boer. Beeld Noël van Bemmel
Samen met oud-diplomaat Marten de Boer.Beeld Noël van Bemmel

Tien jaar later terug naar Uruzgan. Hoe ging dat in zijn werk?

Bij de koffieautomaat op de redactie kwam het een keer ter sprake, dat Nederland tien jaar weg was uit Uruzgan. Toen heb ik oud-diplomaat Marten de Boer gebeld, of hij mee terug wilde. Ik vond hem destijds al een interessante figuur. Als de militairen in Kamp Holland weer eens boos waren, dat een door hen gebouwd schooltje niet werd gebruikt of zo, dan zei hij als gepokte en gemazelde ontwikkelingswerker: zo gaan die dingen. Zonder draagvlak kun je geen project opzetten en dat kost tijd.

De Boer wilde wel meedoen, maar op één voorwaarde: dat er onafhankelijk onderzoek werd gedaan naar de situatie in Uruzgan. ‘Jullie journalisten trekken altijd hele grote conclusies als je ergens drie gesprekjes hebt gevoerd’, zei hij. Daar wilde hij niet aan mee doen. Dus hebben we Cordaid benaderd, de hulporganisatie die tot vorig jaar actief was in Uruzgan. Zij waren ook benieuwd hoe het nu gaat in Uruzgan en hebben het onderzoek gefinancierd. Op de reis na, die werd betaald door het Stimuleringsfonds van de Volkskrant. Cordaid verdient veel lof. De conclusie van het onderzoek was dat de Taliban vrijwel de hele provincie in handen hebben. Wegen zijn afgesloten, er is meer armoede, de meeste meisjesscholen zijn gesloten. Maar belangrijke buitenlandse projecten zoals wegen, scholen en klinieken functioneren nog.

Dus je was in Taliban-gebied.

Undercover ja, dat was heel vreemd. Het was net een film, zo’n cowboy-fort omringd door indianen, zo voelde het. Destijds ging ik zelden zonder militairen of Afghaanse politie op pad en dan alleen kort. Nu trok ik een traditionele shalwar kameez aan, met een tulband op en een pen in de borstzak van mijn vestje: het teken van de alfabeet. Onze fixer regelde een onopvallende auto en laadde iedere ochtend voor vertrek zijn kalasjnikov en Makarovpistool door.

Bij zo’n project staat of valt alles met een goede fixer, een lokaal iemand die begrijpt wat een journalist nodig heeft en afspraken voor je regelt. De Nederlandse journaliste Bette Dam, die twee boeken heeft geschreven over Afghanistan, beval hem aan. Hij bleek een uitstekende hulp, de schoonzoon van een warlord, met veel goede contacten.

We hadden van tevoren bedacht dat we vier dagen naar Uruzgan zouden gaan. Lang genoeg om een fatsoenlijke reportage te kunnen maken en hopelijk kort genoeg om een ontvoering te voorkomen door criminelen of Taliban. Maar van dat undercoverplan kwam weinig terecht, iedereen was al snel op de hoogte dat er buitenlanders waren. De eerstvolgende ochtend werd onze fixer al gebeld door de Afghaanse geheime dienst, wat wij daar deden. Toen heeft hij gezegd dat we bezig waren met een ontwikkelingsproject, dat is altijd welkom.

We hebben vier dagen verkleed rondgereden, vaak met gewapende bodyguards. Onze fixer is eerder ontvoerd en gemarteld door de Taliban. ‘Dan word je vanzelf voorzichtiger’, legde hij uit. Wat ook onwerkelijk was: de bewoners van Uruzgan denken met weemoed terug aan de tijd dat Nederland daar actief was (2006-2010, red.): toen was alles zo vredig! We zagen veel armoede en vluchtelingen. Maar ook kasten van huizen van families die een fortuin hebben verdiend aan de buitenlandse donoren. Twintigers vertelden dat zij als kind naar buiten renden zodra Nederlandse militairen passeerden. ‘Je stak je duim omhoog en dan kreeg je zomaar chocola!’ De vriendelijke klusjesman van het ziekenhuis vertelde ook ontvoerd te zijn: na negen jaar keerde hij terug uit Guantanamo Bay. Dat soort verhalen vertelden de bewoners hoofdschuddend of schouderophalend.

Na acht maanden voorbereiding ben ik er uiteindelijk twee weken geweest, begin oktober. Vier dagen in Uruzgan dus en de rest van de tijd in Kabul, de hoofdstad, waar de Afghaanse elite woont, ook de elite van de Uruzgani.

En dan blijkt Uruzgan tien jaar later gewoon weer in handen van de Taliban. Die de essentiële, door Nederland betaalde weg door Uruzgan blokkeren, waardoor de Afghaanse regering alleen per helikopter het gebied in kan. Is de Uruzgan-missie voor niets geweest?

Er zijn wat mild-positieve signalen. De Taliban die nu met de Afghaanse regering onderhandelt lijkt moderner en gematigder dan destijds. Ik kon gewoon bellen met de Taliban, geen figuren uit Pakistan, maar locals. Die keuren nu ook sommige ontwikkelingsprojecten in hun districten goed. Okay, meisjes mogen niet naar school en vrouwen mogen niet werken. Maar dat was altijd al zo in Uruzgan. Daar leven de bewoners volgens strenge pre-islamitische regels. Vrouwen in de grote steden hebben meer te verliezen. Laten we hopen dat de onderhandelingen met de regering een duurzame vrede opleveren. Die asfaltweg naar Chora is trouwens geweldig, aangelegd door Duitsers met Nederlands geld. Duidelijk degelijk gebouwd.

Zijn er lessen te trekken voor komende missies?

Dat de Tweede Kamer geen onmogelijke eisen moet stellen. Nederland stak veel energie in het verminderen van tribale conflicten; die leiden tot veel instabiliteit waar de Taliban weer handig gebruik van maken. Uit het onderzoek blijkt: die inspanningen hebben niets opgeleverd. Maar dat komt mede omdat De Boer niet mocht praten met de machtigste warlords van de provincie. De Kamer wilde niet geassocieerd worden met deze mannen. Maar dan kun je ook niks voor elkaar krijgen.

Verder moet je de tijd nemen. Nederland vertrok na vier jaar alweer uit Uruzgan, om vervolgens weer van nul af te beginnen in Kunduz. Na een lange carrière als ontwikkelingswerker in Afrika en Zuid-Amerika, weet een man als De Boer dat het wel twintig jaar kan duren om zaken te verbeteren. Je moet draagvlak bouwen, jonge mensen opleiden. Ontwikkelingswerk en een militaire operatie gaan slecht samen, je moet die dingen zoveel mogelijk los van elkaar opzetten. Dat heeft Urzugan mij geleerd. De Boer was overigens zo gefrustreerd over het stopzetten van de hulp dat hij zijn PvdA-lidmaatschap heeft opgezegd.

Als journalist heb ik mij voorgenomen om bij een volgend conflict, zo veel mogelijk zonder militairen op pad te gaan. Maar alles valt of staat bij een goede fixer. Het was een knotsgekke roadtrip door Uruzgan, en heel erg leerzaam.

Lees verder

Wat is er over van de Nederlandse miljoenen in Uruzgan?
Na tien jaar keert oud-diplomaat Marten de Boer terug naar Uruzgan, waar hij miljoenen euro’s aan Nederlands hulpgeld uitgaf om scholen, wegen en bruggen te bouwen. Wat is er van zijn werk geworden, nu de provincie weer bijna volledig in handen is van de Taliban?

‘Ik heb geen boerka en die ga ik ook niet kopen!’ Terug in Kabul, dat snakt naar modernisering
Er zal democratie zijn en meisjes mogen naar school, beloven de Taliban in historische onderhandelingen met de Afghaanse regering. In hoofdstad Kabul snakt men naar vrede, maar heerst ook argwaan. ‘Als het hier weer net zo wordt als in de jaren negentig, vluchten we naar Europa.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden