analyse belgische formatie

België zit al bijna een jaar zonder regering, maar niemand heeft haast met de formatie

Belgische politieke partijen hadden tijdens de verkiezingscampagne één boodschap gemeen: ons land worstelt met urgente problemen, die snel moeten worden opgelost. Maar blijkbaar vinden zij die dossiers toch niet zo heel dringend. België zit al sinds december 2018 zonder regering, en niemand maakt haast met de formatie.

De leiders van de drie Waalse partijen die deze week een regionale regering hebben gevormd: Jean-Marc Nollet (links) van Ecolo, Elio di Rupo van de PS, en Willy Borsus van de MR. Het wachten is nu op een Vlaamse regering. Beeld BELGA

Deze week steeg er in Wallonië eindelijk witte rook op: de socialisten (PS) en liberalen (MR) hebben samen met de groenen (Ecolo) een regeringsakkoord gesloten. ‘Dat is een begin’, zegt politicoloog Carl Devos van de Universiteit Gent. ‘Nu is het wachten op de Vlamingen. Pas als die ook een regionale regering hebben gevormd, zal men doorpakken op federaal niveau.’

De Belgische formatie heeft veel weg van een enorme knoop waar te veel touwtjes uithangen. Je moet niet zomaar ergens aan trekken, want dan komt de knoop alleen maar strakker te zitten. Het eerste probleem is dat er meerdere regeringen tegelijk moeten worden gevormd: zowel regionaal als landelijk. Het tweede punt is de verkiezingsuitslag. Wallonië stemde links, Vlaanderen rechts, de grote partijen hebben allemaal verloren en de winnaars zijn radicale partijen waar niemand mee in zee gaat. Landelijk is bovendien alleen een meerderheid mogelijk als partijen grote compromissen sluiten. 

Moeilijk te volgen

De kranten staan dan ook al maanden vol met artikelen die net zo moeilijk zijn te volgen als de Netflixserie Dark. Denk aan stukken met de volgende strekking: ‘Partij A en B willen alleen landelijk met partij C regeren, als partij D ook aanschuift, en partij E niet meedoet. En dat terwijl C de verkiezingsbelofte heeft gedaan nooit met D in zee te gaan, en partij E op regionaal niveau nodig heeft.’   

‘Ja, het is lastig’, zegt politicoloog Devos over de telefoon. ‘Maar dan moeten ze maar beter hun best doen. Ik zie hoe politici de schouders ophalen over de duur van de formatie, en vooral naar elkaar wijzen. Terwijl ons land dringend een regering nodig heeft om grote zaken als mobiliteit, klimaat, energie en pensioenen beet te pakken. Partijen lijken zich vooral druk te maken over de mogelijke reactie van de kiezer over vijf jaar. Dat is onverantwoordelijk.’

Natuurlijk, politici zijn altijd bang voor een toekomstige afstraffing van de kiezer. ‘Maar in België is het probleem dat iedereen die nu aan de onderhandelingstafel zit, de verkiezingen heeft verloren’, zegt  Dave Sinardet, politicoloog aan de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel. ‘Uiterst rechts won in Vlaanderen, uiterst links in Wallonië, en de rest zit in een identiteitscrisis.’

Zo vraagt de Vlaams-nationalistische N-VA zich af of ze zich nog rechtser moet gaan profileren en een soort Vlaams Belang-light moet worden. Of is ze die uiterst rechtse kiezer toch al kwijtgeraakt, en kan ze zich beter op het centrum concentreren? Zolang de partij daar niet uitkomt, is het lastig om knopen door te hakken over bijvoorbeeld de vraag of ze federaal met links moet gaan regeren of toch liever in de oppositie gaan.

Bang voor hun baantje

‘Daar bovenop ligt een personele vraag’, zegt Sinardet. ‘Mensen zijn bang voor hun baantjes. Er is te veel volk voor te weinig ministerposten.’

Toch is het zo dat er in België, net als je denkt dat de knoop onontwarbaar is, altijd weer iemand opduikt die een beginnetje weet te maken en de boel alsnog los peutert. ‘We zijn goed in verrassingen’, verzucht Devos. ‘In 1991, na de verkiezingen die we zwarte zondag zijn gaan noemen vanwege de winst van Vlaams Belang, kwam Jean-Luc Dehaene met een noodkabinet. Niemand had er veel vertrouwen in, maar achteraf beschouwen we het als een van de sterkste regeringen ooit.’ Hij is even stil, en zegt dan: ‘Het is een kwestie van willen.’

VIER VOORBEELDEN VAN PRANGENDE KWESTIES

Begrotingstekort

Het rapport vorige week van het Monitoringcomité (groep ambtenaren die waakt over de Belgische begroting) maakte nog maar eens duidelijk hoe dringend het land een federale regering nodig heeft die kan ingrijpen. Dit jaar kampt de federale begroting van het land met een structureel tekort van 6,9 miljard euro, en dat kan volgens het rapport in 2024 zijn opgelopen tot 13 miljard. Bij deze cijfers is geen rekening gehouden met de verschillende beloftes die de politieke partijen voor de verkiezingen gemaakt hebben. Het beheersen van het budget is dus een van de grootste uitdagingen voor de nieuwe regering, onder meer door de kosten van de vergrijzing, die elk jaar meer stijgen.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt

Er moeten meer mensen aan het werk in België, en om dat voor elkaar te krijgen, moet de arbeidsmarkt geflexibiliseerd worden. Daar was het vorige kabinet het al over eens, maar de regering viel voordat ze veranderingen had doorgevoerd. Zo zijn de regels omtrent nachtdiensten heel streng. Het is in principe verboden en de wetgeving is gebaseerd op uitzonderingen.

Ook moeten er knopen worden doorgehakt over het ontslagrecht, en de verhouding tussen het minimumloon en een uitkering. Bovendien blijft de werkloosheidsuitkering in België gewoon doorlopen, waar je in Nederland na maximaal twee jaar in de bijstand terecht komt.

Energie

De helft van de Belgische energieproductie komt uit kerncentrales, maar de zorgen over de veiligheid van de centrales in Doel en Tihange (zeven reactoren uit de jaren zeventig en tachtig) nemen alleen maar toe. Door gebreken, zoals afgelopen najaar bijvoorbeeld betonrot, moeten de centrales nu om de haverklap dicht. En dat terwijl begin deze eeuw al is besloten dat de centrales vanaf 2015 gefaseerd dicht moeten. Dat wordt steeds uitgesteld omdat er nauwelijks is gewerkt aan alternatieve energiebronnen, en er elektriciteitstekorten dreigen bij sluiting.

Pensioenhervormingen

Ook met dit dossier was het vorige kabinet aan de slag gegaan – en ook dit werd niet afgerond omdat de regering voortijdig viel. Zo was men het erover eens dat de pensioenleeftijd geleidelijk moet worden opgetrokken naar 67 jaar, maar er is nog veel onduidelijk. Bijvoorbeeld: gaan werkloze 50-plussers hierdoor nu pensioen verliezen of niet? En hoe zit het met de uitzonderingen bij zware beroepen? En wat met het ingewikkelde puntenstelsel dat eerst de pijler was onder de hervorming, maar dat later onder vuur kwam te liggen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden