REPORTAGE

Belgenvlucht: zo kan het dus ook

Amersfoort telde tijdens de Eerste Wereldoorlog meer gevluchte Belgen dan eigen inwoners. Het Museum Flehite laat zien hoe het anno 1914 met de opvang van vluchtelingen was gesteld. 'Ik denk dat de mensen van nu hier nog een voorbeeld aan kunnen nemen.'

1914: Tenten op het terrein van de Juliana Stolbergkazerne. Beeld Archief Eemland

Veel Amersfoorters, zeggen nogal wat Amersfoorters, kennen het Belgen-monument boven op de Amersfoortse Berg niet. Laat staan dat ze weten waarom de bakstenen reus met drie zuilen en reliëfs met allegorische voorstellingen ooit is opgetrokken.

Het staat er wel op, zij het wat omslachtig. Lees de tekst op de twee plaquettes, in het Frans en Nederlands. 'Als getuigenis der dankbaarheid van het Belgische volk voor de edelmoedige hulpvaardigheid aan de Belgische uitgewekenen gedurende de wereldoorlog 1914-1918 door het Nederlandsche volk bewezen.'

Zo kan het dus ook. Naar maatstaf van de met zorg bekeken toevloed van ongeveer duizend asielzoekers per week uit onder meer Syrië en Eritrea, kreeg Amersfoort en omstreken gedurende die jaren van Nederlandse neutraliteit wel wat meer te verstouwen. Het toen 25.000 zielen tellende stadje zag ze in september en oktober 1914 in enkele weken tijd op het treinstation arriveren: 17.000 militairen en 5.000 burgers, in passagierswagons en veewagens en op open laadbakken.

Beeld Marcel van den Bergh

Trots

Honderd jaar later blikt Amersfoort met enige trots terug op die periode. Het monument op de berg is onlangs gereinigd, de buxushagen zijn geknipt en de grindpaden eromheen aangeharkt. Kunsthal KAdE toont Belgische kunst. Vorige maand opende in Museum Flehite de tentoonstelling Belgen op de vlucht, met de zelfverzekerde ondertitel Gastvrij Amersfoort 1914-1918.

Bezoekers zien op een scherm getuige Jeanne Clapdorp aan het woord, die als kind in een opvangkamp verbleef en vreemde Hollandse liedjes op school leerde. 'Tjok, tjok, tjok, achter aan m'n rok. Zo gaan wij naar buiten, waar de vogeltjes fluiten!'

Er is een maquette met schattig ogende groene mansardehuisjes; in werkelijkheid waren het barakken waarin drie gezinnen van soms zeven of acht personen zich moesten redden met een woonkamer en één slaapkamertje voor de hele familie.

Onze-Lieve-Vrouwetoren

Op affiches worden toneelvoorstellingen en gezamenlijke sportwedstrijden aangekondigd. Er hangen schilderijen en tekeningen van Belgische kunstenaars met hun zicht op Amersfoort, waarop vaak een prominente rol is weggelegd voor de Onze-Lieve-Vrouwetoren - de kerk deed de makers denken aan het silhouet van Antwerpen of Mechelen.

Samensteller en conservator Gerard Raven heeft wel een verklaring voor het warme onthaal van toen - dat later toch ook wat kille trekjes zou gaan vertonen. 'De burgers hadden zoiets nog nooit meegemaakt. Er was een lange periode van vrede aan voorafgegaan. En dan voltrekt zich een niets ontziende oorlog vlak over de grens.' Wat volgens hem ook meespeelde: 'De Belg was er een van ons, iemand met hetzelfde bloed, iemand die dezelfde taal sprak.'

In Amersfoort ontfermt zich een inderhaast uit de gegoede burgerij gevormd burgercomité over de Vlamingen en Franstaligen. De vluchtelingenstroom is op gang gekomen na de val van de vestingen rond Luik en Antwerpen. Ze zijn de grenzen van Limburg en Noord-Limburg overgestoken, op paard en wagen, achter handkarren en kruiwagens of te voet, zeulend met zakken, koffers en karbiezen. Ze hadden vernomen dat het Duitse leger, getergd door de langzamere opmars dan voorzien, massaal burgers executeert. Raven trekt graag een parallel met het heden. 'Je hoort nu precies hetzelfde over Islamitische Staat.'

Rik Wouters

Onder de vluchtelingen in Amersfoort bevonden zich ook kunstenaars. De bekendste was kunstschilder en beeldhouwer Rik Wouters (1882-1916), als soldaat ingezet bij de verdediging van Luik. De Duitsers namen hem gevangen, maar hij ontsnapte en vluchtte naar Nederland. De commandant van Kamp Zeist, J.C. Stoett, ontdekte de gaven van Wouters en stelde hem aan als ordonnans, zodat hij zich ook buiten het kamp kon bewegen. Wouters maakte als dankbetuiging een bronzen hoofd van Stoett. Hij verbleef maar kort in het kamp. In 1915 werd bij de kunstenaar kaakbeenkanker geconstateerd. Hij mocht het kamp verlaten, ging in Amsterdam wonen en stierf op 11 juli 1916.

Warm onthaal

Ze worden op het station van Amersfoort met gejuich en gezang binnengehaald. Bij café 't Valkje in de Valkestraat krijgen ze eten en drinken, in pakhuizen aan de haven en gymlokalen liggen strozakken voor de nacht klaar. De soldaten verblijven in de Juliana van Stolbergkazerne, die toch leegstaat omdat de Nederlandse manschappen de grens bewaken. Op het terrein worden tenten opgezet. De burgers delen snoep en fruit uit.

Zo euforisch blijft het niet. Gemor, zoals dat nu ook klinkt, steekt op. Amersfoorters beginnen na enkele weken te klagen over 'luie en domme' Belgen. Afwijkende gewoonten vallen op. De vrouwen drinken veel koffie. Ze eten taartjes zomaar uit de hand. Het verstrekken van voedselpakketten wekt jaloezie. Belgen pikken banen en woonruimte in. Er komen verhalen over diefstal en prostitutie. Conservator Raven wijst erop dat veel en dikwijls grote gezinnen al voor hun vlucht in armoe leefden, ze waren afkomstig uit de krottenwijken van Antwerpen en Luik.

Hij loopt door een van de museumzalen en wijst op oude zwart-witfoto's die een drastische stap weerspiegelen: de overheid gaat aparte dorpen voor de vluchtelingen bouwen, met schooltjes en gaarkeukens, beleid dat ook nu nog gemeengoed is. In en rond Amersfoort worden de enclaves genoemd naar de Belgische monarchen: Elisabethdorp (1915) Albertsdorp (1916) en, naar de dochter van het koningskoppel, Marie-Josédorp (1917), al wordt de laatste naam in verband met de lastige uitspraak spoedig veranderd in Nieuwdorp. De houten barakken zijn vooral bestemd voor de vrouwen en kinderen van de geïnterneerde militairen.

Geweld

Zelf zijn die in het eerste oorlogsjaar ondergebracht in Kamp Zeist bij Soesterberg. Mocht nog iemand geloven in de idylle van de eerste weken, begin december 1914 wordt die wreed verstoord. Op neutraal terrein worden de Belgische militairen alsnog geconfronteerd met krijgsgeweld: hun Nederlandse bewakers openen het vuur als ze in opstand komen tegen de erbarmelijke omstandigheden. Er vallen acht doden en achttien gewonden. Over de noodzaak van de schietpartij lopen de meningen uiteen. Volgens de regering weigerden de Belgen zich zelfs na drie salvo's terug te trekken, maar in kranten wordt melding gemaakt van slachtoffers die in de rug en het achterhoofd zijn getroffen.

De opstandelingen hadden wel enige reden tot protest: in de barakken is geen verwarming, het krioelt er van de ratten en de luizen, voor eten en drinken worden woekerprijzen gerekend. Bovenal klagen ze over het regime. Ze kunnen geen kant op. Het leven is een geestdodende aaneenschakeling van corveediensten, appèl en marcheren. Na de schietpartij versoepelen de regels: de militairen mogen onderwijs volgen en gaan werken - zolang ze de Nederlanders maar niet van de arbeidsmarkt verdringen.

De gescheiden dorpen voor de Belgen hebben de argwaan en wrevel na het warme welkom wel getemperd. Maar er blijven klachten. Een pastoor uit Soest noteert begin 1917 over de bewoners van Albertsdorp: 'De Belgen maakten het zeer onveilig - hun brutaliteit overtrof verre hun beleefdheid.' Eind 1918: 'Vertrek alle Belgen tot onze grote vreugde.'

Geen pretje

Militair historicus Jeanette Pors, van wie eind deze maand een wetenschappelijke publicatie over de Belgische vluchtelingen in Amersfoort verschijnt, trekt in De Kroniek, het tijdschrift over historisch Amersfoort, de conclusie dat de stad het er heel behoorlijk vanaf heeft gebracht. Zeker, er zijn incidenten geweest. De Belgen hebben het niet breed gehad, maar dat geldt in die tijd ook voor de Nederlanders. In Kamp Zeist was het geen pretje, maar in de loopgraven bij de grens waren onze jongens er niet veel beter aan toe. Amersfoorters trokken op zondag geregeld bij wijze van uitje de barakken langs, waar de Belgen zelf vervaardigde kistjes, sieraden van zilverpapier en paardenhaar en beeldjes als souvenir aanboden. De Nederlandse vrouwen begonnen naar voorbeeld van enkele welgestelde dames uit België de Franse mode van strakkere japonnen over te nemen. Pors in De Kroniek: 'Gesteld kan worden dat de verhouding tussen de Belgen en de plaatselijke bevolking goed was. En dat is best bijzonder voor een samenleving die plotsklaps werd verdubbeld.'

Conservator Raven haakt in. 'Ik denk dat de mensen van nu hier nog een voorbeeld aan kunnen nemen.' Hij wijst op de huidige bestemming van Kamp Zeist in Soesterberg: detentie- en uitzetcentrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers. 'Ironisch, niet?' Albertsdorp is een bungalowpark, nu vooral bewoond door Polen en Roemenen, nog één haveloos ogende barak is vermoedelijk uit 1915, het gebouwtje dient nu als opslagruimte. Op de plek van Elisabethdorp is nu een asielzoekerscentrum.

De liefdadigheid van toen had ook zijn grenzen. Na de oorlog stuurde Nederland België een rekening van 47 miljoen gulden voor de opvang van de militairen - geheel volgens internationale afspraken. Brussel weigerde aanvankelijk te betalen, maar ging in 1938 alsnog overstag. Het bedrag was met rente en indexering gegroeid tot 60 miljoen. Wel heeft Nederland de huisvestingskosten van Belgische burgers - 42 miljoen - nooit gedeclareerd.

Ongewild getuigt zelfs het Belgenmonument ervan dat naties snel vergeten. Het bouwwerk, een ontwerp van architect Huib Hoste, was in 1918 voltooid, maar de plaquettes dateren van 1938. Ruzies over de interneringsrekening, de scheepvaart op de Schelde en claims op Zeeuws-Vlaanderen en Limburg zaten een officiële inhuldiging in de weg. Pas op 22 november van dat jaar betuigde koning Leopold III koningin Wilhelmina op de Amersfoortse Berg zijn dank voor de edelmoedige hulpvaardigheid.

Belgen op de vlucht, Museum Flehite, Amersfoort, tot 4/1. Museumflehite.nl.

De school in Albertsdorp. Beeld Collectie archief Eemland
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden