reportage belgië

Belgen hebben respect voor hun frietkot: ‘De Hollander benadert friet te veel als voedsel’

Mevrouw Vucitrna met een puntzak friet voor een klant. Beeld Aurélie Geurts

De frietkraam in Nederland zit in de puree. Nee, dan België. Daar is het frietkot na een moeilijke periode terug in het middelpunt van het dagelijks bestaan. Het verschil: ‘De Hollander benadert friet te veel als voedsel.’

Hij is een vaste klant, zegt Willy De Jong, terwijl hij de mayonaise uit zijn snor veegt. De 82-jarige man staat bij frietkraam De la Chapelle in Brussel, en prikt zijn patatten tevreden uit een grote puntzak. De Jong loopt moeizaam, met behulp van een wandelstok, maar hij woont in de buurt, en houdt nu eenmaal van friet. ‘Als het even kan’, zegt hij, ‘kom ik hier elke dag!’

De frietkraam als middelpunt van het dagelijkse bestaan: kom daar in Nederland maar eens om. Vorige maand maakte horecajournalist Ubel Zuiderveld bekend dat hij bezig is met een fotoboek van de laatste frietkramen die ons land nog telt. Twintig jaar geleden waren het er zo’n 1.700, vertelt Zuiderveld over de telefoon, en de helft daarvan is nu verdwenen. ‘Over nog eens tien jaar zijn het er niet meer dan 100, 200.’

Kemal Vucitrna, uitbater van Friterie de la Chapelle in Brussel. Beeld Aurélie Geurts

Maar ook in België heeft het frietkot op de tocht gestaan. ‘In de jaren tachtig begon een ware heksenjacht’, zegt Bernard Lefèvre, voorzitter van het Nationaal Verbond van Frituristen, met gepijnigde blik. ‘Telkens als ergens een plein opnieuw werd ingericht, moest het frietkot weg. In Antwerpen is hierdoor geen enkele vrijstaande kraam meer over, en in Leuven zijn het er nog vier.’

‘Raar volkje’ 

Lefèvre glimlacht minzaam als hij de Belgen ‘een raar volkje’ noemt. Hij legt uit: ‘Als wij zeggen dat iets ‘typisch Belgisch’ is, dan bedoelen we het negatief. Dus dat prachtige kot, dat belangrijke onderdeel van onze cultuur, vonden de ambtenaren bij de openbare diensten maar een vies ding dat het straatbeeld verpestte.’

Want typisch Belgisch, dat is het. Waarschijnlijk werd de eerste frietkraam in 1838 geopend op de kermis van Luik, en in de volgende eeuw verspreidden ze zich over het hele land. Onooglijke houten barakken met een paar plastic tuinstoelen ervoor, of een plakkerige caravan met een luifel. ‘Niet mooi?’ Lefèvre moet lachen. ‘Ach, ik zeg altijd maar: wanneer is een vrouw mooi? Je hebt natuurlijk de uiterlijke kenmerken, maar een vrouw wordt pas aantrekkelijk als zij karakter uitstraalt. En karakter, dat hebben onze kramen in overvloed!’  

Dankzij een stevige lobby, heeft het Nationaal Verbond voor Frituristen het tij weten te keren en in 2014 werd het frietkot in Vlaanderen uitgeroepen tot nationaal erfgoed. Twee jaar later volgde Wallonië, en in 2018 ook Duitstalig België en Brussel. ‘Sindsdien kun je bij de gemeente het woord frietkot weer laten vallen, zonder dat ze direct beginnen te gillen’, zegt Lefèvre, ‘en de uitbaters durven weer te investeren in hun kraam.’

Klanten bij het frietkot De La Chapelle in Brussel. Rechts staat Willy De Jong, al jaren een vaste klant. Hij komt elke dag een frietje halen. Beeld Aurélie Geurts

Enorme rijkdom

België telt naar schatting 4.700 frietkoten (met één ‘t’, benadrukt Lefèvre, want dat zeggen Nederlanders altijd verkeerd). ‘En ze zijn allemaal goed, want anders kunnen ze niet overleven. Maar de één heeft zijn frietje liever wat dikker, of juist wat knapperiger. Voor iedere Belg is er een plek waar zijn favoriete patatten worden gemaakt, en dat is een enorme rijkdom.’

Het verbaast Lefèvre niet dat het de frietkraam in Nederland moeilijker vergaat. ‘Als de ordening van de openbare ruimte in België al tot problemen leidde, kan ik me voorstellen dat dat in Nederland een slagveld veroorzaakt. Maar de Hollander is ook te rationeel, en benadert frieten teveel als voedsel. Diepvriesfrieten, of zo’n muur met snacks, dat is vast heel handig, maar zo raak je de gezelligheid natuurlijk wel kwijt.’ Hoofdschuddend vertelt Lefèvre over zijn eindeloze discussies met Nederlandse snackbarhouders over ‘dat schepje extra’. ‘Zij snappen niet waarom we onze puntzakken zo overvol scheppen; dat levert toch niks op? Bij ons hoort het erbij.’

Kemal Vucitrna, uitbater van Friterie de la Chapelle in Brussel, kan zich geen ander vak voorstellen. ‘Mijn broer, ook een friturist, is ooit met pensioen gegaan. Na anderhalve maand smeekte hij of hij bij mij in de zaak kon helpen.’ Beeld Aurélie Geurts

Dat hoef je Kemal Vucitrna, de uitbater van Friterie de la Chapelle, niet te vertellen. Zeven dagen per week staat hij samen met zijn vrouw in het mayonaisekleurige gebouwtje in de schaduw van de Kerk van Onze Lieve Vrouwe Ter Kapelle – negen uur ’s morgens begint hij met de voorbereidingen, en elf uur ’s avonds gaat het licht pas uit. Zijn puntzakken zitten overvol goede friet: knapperig van buiten, van binnen een soort puree. Daar komen mensen voor terug, zegt Vucitrna tevreden. Maar het zijn niet alleen de frieten waarmee hij zijn klanten bindt. ‘Het is net als in een café – je moet niet teveel praten, en heel goed kunnen luisteren.’ En dan, lachend: ‘Ik weet als eerste dat een huwelijk op springen staat, omdat ik mevrouw al met haar nieuwe vriend heb gezien.’

Er staat een rij voor de kraam. Een man met zijn zoon, een groep schoolkinderen, een jonge vrouw uit Oostenrijk die net in Brussel is komen werken, en Andy Estenne (30). Andy komt uit de buurt, maar woont sinds een jaar in Australië, en is nu even terug. ‘Dan ga je direct friet eten hè. Dat mis ik daar.’ Natuurlijk heb je in Australië ook frieten, vertelt hij, maar die zijn niet zo lekker. ‘Ik heb er met iedereen ruzie over, want zij noemen het French fries. Belachelijk! Frieten komen uit België, niet uit Frankrijk. Frieten zijn onze grote trots.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden