Beleggers op de tast tussen dollar en euro

De euro gaat stijgen ten opzichte van de dollar, zo luidt de algemene verwachting. Moet de particuliere belegger nu al zijn dollarbeleggingen verkopen en de opbrengst investeren in euro-fondsjes?...

Een belegger in Rorento kreeg onlangs ongevraagd advies van zijn Rabobank. Stap uit dat Robeco-fonds, redeneerde de bank, want dat zit voor ruim eenderde in Amerikaanse dollar-beleggingen. U kunt uw geld beter in euro-fondsen steken, want de euro wordt de komende tijd meer waard ten opzichte van de dollar.

Stel dat die verwachting uitkomt. Is het dan een goed idee om dit Rabo-advies op te volgen? Hebben valutakoersverschillen invloed op fondsrendementen, en zo ja, zijn die uit te rekenen?

Eerst even kijken in het jaarverslag over 2000 van Rorento. Geografisch gezien maken de beleggingen in Amerikaanse dollars 34,5 procent uit van het totaal, de euro-bezittingen 34,3 procent. Gemeten naar de verdeling over valuta's zit zit Rorento voor 42,3 procent in euro's, en voor 24,2 procent in Amerikaanse dollars.

Hoe kan dat nou? 'Het verschil zit hem in de instrumenten waarmee Rorento zijn valuta-risico's gedeeltelijk afdekt', zegt Paul van Dijk, specialist beleggingsfondsen bij het financiële onderzoeksbureau MoneyView.

'Omdat het herstel van de euro dat in de laatste maanden van 2000 begon, duidelijk doorzette', schrijft Rorento in het jaarverslag, 'zijn de valutaire belangen in de Amerikaanse dollar, de dollar-gerelateerde valuta's, de yen en het Britse pond begin 2001 gedeeltelijk afgedekt.'

Maar hoe gedeeltelijk, vertelt het fonds er niet bij. De boodschap is dat de valuta-effecten op de rendementen van beleggingsfondsen vrijwel onzichtbaar zijn. Dat geldt al voor professionals. 'Ik ken geen enkel bureau dat deze effecten zichtbaar maakt in zijn overzichten van beleggingsfondsen', zegt Van Dijk.

Want dát er valuta-effecten zijn, staat buiten kijf, en die kunnen behoorlijk oplopen. Van Dijk maakte een berekening om dat te illustreren. Hij koos voor Columbia Securities, een fonds in Amerikaanse dollar-beleggingen uit de ABN Amro-familie. Anders dan de meeste fondsen noteert Columbia ook in dollars. De onderzoeker koos voor een dollarfonds omdat de verhouding tussen euro en dollar nu eenmaal dé valuta-kwestie is voor Europese beleggers.

Als startpunt nam Van Dijk 2 januari 1992; toen was de dollar omgerekend 1,725 euro waard. Zijn rekensom liet hij eindigen op 16 januari 1998, bij gebrek aan meer actuele data in zijn computer. Over die periode berekende hij twee reeksen. De ene toont de fondskoersontwikkeling van Columbia in euro's, gecorrigeerd voor de valutakoersbeweging van de dollar. De andere toont de beweging van de fondskoers op basis van de beginwaarde van de dollar van 1,725 euro.

Het verschil tussen beide waarden is het valuta-effect op het fondsrendement. Dat was overwegend positief, dat wil zeggen dat de dollar voor het grootste deel van die periode meer waard was dan de euro. Op 16 januari 1998 was de koers van Columbia 139,20 euro. In dat bedrag zat een valuta-effect van 22,57 euro. Afgelopen donderdag sloot Columbia omgerekend op 147,53 euro. Het valuta-effect was plus 45,57 euro - meer dan twee keer zoveel als ruim drie jaar geleden.

Deze uitkomst lijkt korte metten te maken met het Rabo-advies waarmee dit verhaal begon. Anders en wat grover geformuleerd luidt dat resultaat namelijk: beleggen in dollars leverde een flink valuta-voordeel op ten opzichte van beleggen in euro's.

Dood geld

Maar dat is wel een historische conclusie. Met de nabije toekomst als uitgangspunt zou die Rabo-adviseur best eens gelijk kunnen hebben. 'Door de bank genomen heeft het eurogebied meer groeipotentieel', zegt Van Dijk.

Europa bulkt van het 'dode geld', onder de matras en in de oude sok. In Duitsland staat het beleggen door particulieren nog in de kinderschoenen. Van Dijk: 'Al die verborgen rijkdom móet een keer de markt op.'

Een andere positieve factor vindt hij de terughoudendheid van de Europese Centrale Bank met renteverlagingen - ook al 'deed' Duisenberg er deze week weer eens eentje. 'Al die verlagingen in de VS lijken erop gericht de koersen op Wall Street op te krikken, niet om de bedrijven te helpen', aldus Van Dijk. 'Maar eens raakt dat instrument toch uitgewerkt.'

Beleggen in euro's lijkt dus toch een goed idee. Alleen heeft die conclusie niets te maken met valuta-verschillen, maar met structurele economische overwegingen - en zo hoort het ook. De markt gedraagt zich daar ook naar. Als koersschommelingen van invloed zouden zijn op de rendementen van beleggingsfondsen, zouden dollarfondsen de afgelopen jaren duidelijk beter hebben moeten presteren dan euro-beleggingen.

Maar daarvan is niets te zien. De rendementen van Amerika- en euro-fondsen van vier grote Nederlandse fondsbeheerders ontlopen elkaar nauwelijks.

Valuta-verschillen, regio-verschillen, structurele factoren: misschien moet de belegger ze allemaal naast zich neerleggen. 'Er is inmiddels zó'n enorme keuze aan beleggingsfondsen', zegt Van Dijk, 'dat de particulier maar moet vergeten om nog langer zelf in specifieke aandelen te beleggen. Fondsbeheerders doen het altijd beter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden