BELASTINGEN EN PREMIES 1996: Sociale zekerheid

Iedereen die in Nederland van een uitkering afhankelijk is,gaat er in 1996 ietsje op vooruit. Want sinds kort zijn de uitkeringen weer gekoppeld aan het minimumloon....

Mensen met een AOW-uitkering gaan er meer op vooruit dan alleen op basis van de koppeling noodzakelijk is. Dat is een gevolg van de fiscale ouderenaftrek van 910 gulden per jaar. Een echtpaar waarvan beide partners ouder zijn dan 65 jaar en dat alleen een AOW-uitkering heeft, krijgt er in januari netto twee tientjes per maand bij. De totale netto-uitkering komt dan op 1858,12 gulden per maand. Iedere partner krijgt daarvan de helft.

AOW

De bruto uitkeringsbedragen van de AOW per 1 januari 1996:

AOW per maand vakantietoeslag.

Gehuwden 1019,28 59,26

Gehuwden met maximale toeslag 2038,56 118,52

Gehuwden zonder toeslag

(partner jonger dan 65 jaar)

(AOW vóór 1-2-1994) 1468,51 82,96

Ongehuwden 1468,51 82,96

Ongehuwd met kind tot 18 jaar 1833,67 106,66

Maximale toeslag (AOW vóór 1-2-1994): 570,05 gulden

Maximale toeslag (AOW vanaf 1-2-1994): 1019,28 gulden

De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen van de jongere partner.

Netto AOW voor gehuwden (50 procent uitkering per maand)

1-1-1995 1-1-1996

maand 917,16 929,06

vakantietoeslag 49,61 50,14

Totaal 966,77 979,20

Voor een huishouden zijn de bedragen twee maal zo hoog.

Netto AOW voor alleenstaanden

1-1-1995 1-1-1996

per maand 1273,29 1290,13

vakantietoeslag 69,45 70,19

Totaal 1342,74 1360,32

WEDUWEN EN WEZEN

Het pensioen voor een weduwe met een kind jonger dan 18 jaar is netto gelijk aan het minimumloon. Voor een weduwe zonder kind jonger dan 18 jaar, is het pensioen of de uitkering netto gelijk aan 70 procent van het minimumloon. Weduwnaars kunnen onder dezelfde voorwaarden als weduwen aanspraak maken op een AWW-pensioen.

Bruto per maand vakantiegeld

Weduwen met kind tot 18 jaar 2412,40 160,43

Weduwen zonder kind tot 18 jr 1755,18 112,30

Wezen tot 10 jaar 568,06 35,94

Wezen van 10 tot 16 jaar 852,09 53,90

Wezen van 16 tot 27 jaar 1136,12 71,87

KINDERBIJSLAG

De hoogte van de kinderbijslag is afhankelijk van de leeftijd van het kind. Het basisbedrag per kind is per 1 januari 1996 415,10 gulden per kwartaal.

Voor kinderen die op of na 1 januari 1995 geboren zijn, is de hoogte van het kinderbijslagbedrag alleen nog maar afhankelijk van de leeftijd. Voor kinderen geboren vóór 2 oktober 1994, respectievelijk voor kinderen die geboren zijn na 1 oktober 1994, maar vóór 1 januari 1995 of die na 1 oktober 1994 6 of 12 jaar worden, bestaat er een overgangsregeling. Deze houdt in dat de hoogte van het kinderbijslagbedrag, naast de leeftijd van het kind, ook nog afhankelijk is van het aantal kinderen in het gezin.

Vanaf 1 januari 1996 gelden in de kinderbijslag de volgende bedragen per kind per kwartaal.

Kinderen geboren vóór 2 oktober 1994:

Leeftijd 0 t/m 5 6 t/m 11 12 t/m 17

18 t/m 24

Gezinnen met:

1 kind 290,57 415,10 539,63

2 kinderen 338,05 482,93 627,81

3 kinderen 353,88 505,54 657,20

4 kinderen 385,68 550,97 716,25

5 kinderen 404,75 578,22 751,69

6 kinderen 417,47 596,39 775,31

Zodra een kind 6, 12 of 18 jaar wordt, is tabel II

van toepassing.

II. Voor kinderen die zijn geboren na 1 oktober 1994 en voor 1 januari 1995 en kinderen die na 1 oktober 1994 6, 12 of 18 jaar zijn geworden:

0 t/m 5 6 t/m 11 12 t/m 17

18 t/m 24

Gezinnen met:

1 kind 290,57 352,84 415,10

2 kinderen 338,05 410,49 482,93

3 kinderen 353,88 429,71 505,54

4 kinderen 385,68 468,32 550,97

5 kinderen 404,75 491,49 578,22

6 kinderen 417,47 506,93 596,39

In beginsel bestaat voor kinderen vanaf 18 jaar geen kinderbijslagrecht meer.

Voor een overgangscategorie van studerende kinderen bestaat slechts nog recht zolang de studie duurt, mits over het 4e kwartaal 1995 voor hen kinderbijslagrecht bestond.

III. Voor kinderen geboren op of na 1 januari 1995 gelden de volgende bedragen:

0-6 jaar 290,57

6-12 jaar 352,84

12-18 jaar 415,10

Deze bedragen blijven gelijk, ongeacht de gezinsgrootte.

AAW

De algemene grondslag van de AAW wordt verhoogd. Ook de grondslagen voor AAW-gerechtigden beneden de 23 jaar, die worden afgeleid van de minimumjeugdlonen, worden aangepast.

De situatie per 1 januari 1996:

vanaf 23 jaar 100,41

22 jaar 85,35

21 jaar 72,80

20 jaar 61,75

19 jaar 52,72

18 jaar 45,69

DAGLONEN

De daglonen waarnaar de uitkeringen op grond van de WAO en de WW worden berekend, worden per 1 januari 1996 verhoogd.

Het maximumdagloon voor de berekening van de WW-, WAO- en de Ziektewetuitkeringen wordt 289,59 gulden.

PREMIEPERCENTAGES VOLKSVERZEKERINGEN

werk werk over

gevers nemers maximaal

AOW -- 15,40 45.325,-

AWW -- 1,70 idem

AAW -- 6,70 idem

AWBZ -- 7,35 idem

PREMIEPERCENTAGES WERKNEMERSVERZEKERINGEN

werkg werkn over

WAO -- 7,95 289 p.dag

Wachtgeldverzekering 0,50 0,50 idem

Werkl.heidsverzekering 5,25 2,25 idem

ZW 1,90 1,00 idem

ZFW 5,35 1,65 195 p.d.

Vorstverlet 0,14 -- 0,14

VUT 1,11 1,00 2,11

Voor de volksverzekeringen geldt een premievrije voet van 7003 gulden per jaar. De premievrije voet voor de WAO bedraagt 100 gulden per dag. De premies voor Ziektewet, wachtgeld, vut en vorstverlet zijn gemiddelden. De werkelijke premies worden per bedrijfstak vastgesteld.

BIJSTANDSUITKERINGEN

Vanaf 1 januari kent de nieuwe Algemene bijstandswet nog maar drie normen voor mensen van 21 jaar en ouder. De wet maakt onderscheid tussen echtparen of ongehuwd samenwonenden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Voor elk van deze drie groepen geldt een eigen normbedrag. Voor echtparen en samenwonenden is dat 100 procent van het netto-minimumloon, voor alleenstaande ouders 70 procent en voor alleenstaanden 50 procent.

Voor degenen die vóór 1 januari 1996 een bijstandsuitkering ontvingen die in 1996 doorloopt, blijft de uitkeringssystematiek in dat jaar hetzelfde. Maar als er iets verandert in de persoonlijke situatie gelden de regels van de nieuwe bijstandswet.

Voor mensen die na 1 januari 1996 een uitkering aanvragen, gelden de regels van de nieuwe Algemene Bijstandswet.

De hoogte van de uitkeringen wijzigt per 1 januari. Dit is het gevolg van de toepassing van de koppeling en van veranderingen in belastingen en premies. De netto uitkering voor een echtpaar stijgt met 23,29 gulden per maand.

Normbedragen in guldens voor mensen van 21 jaar en ouder die na 1 januari een uitkering aanvragen:

per maand vakantie- totaal

uitkering

Echtparen of ongehuwd 1826,45 100,19 1926,64

samenwonenden

Alleenstaande ouders 1278,52 70,13 1348,65

Alleenstaanden 913,23 50,09 963,32

Maximale toeslag voor mensen van 21 jaar en ouder:

per maand vakantie- totaal

uitkering

Alleenstaande ouders en

alleenstaanden 365,29 20,04 385,33

Normbedragen voor mensen jonger dan 21 jaar:

echtparen, beide partners

jonger dan 21 jaar 631,14 34,62 665,76

echtparen, een partner

jonger dan 21 jaar 1228,80 67,40 1296,20

alleenstaanden 315,57 17,31 332,88

Voor mensen jonger dan 21 jaar met een of meer kinderen die tot hun last komen, gelden hogere bedragen:

echtparen, beide partners

jonger dan 21 jaar 996,43 54,66 1051,09

echtparen, een partner

jonger dan 21 jaar 1594,09 87,44 1681,53

alleenstaande ouders 680,86 37,35 718,21

Normbedragen voor mensen die vóór 1 januari 1996 al een uitkering hadden die in 1996 doorloopt:

per maand vakantie- totaal

uitkering

Echtparen of ongehuwd 1826,37 100,27 1926,64

samenwonenden

Hieronder vallen ook twee mensen van hetzelfde geslacht die een gezamenlijke huishouding voeren.

Alleenstaande ouders 1643,73 90,24 1733,97

Voor alleenstaande ouders die jonger zijn dan 21 jaar of die schoolverlater van 21 tot 27 jaar zijn, gelden lagere bedragen.

thuiswonend 479,91 38,83 518,74

uitwonend 893,11 38,83 929,94

Alleenstaanden van 21 jaar en ouder die geen schoolverlater zijn:

thuiswonend:

23 jaar en ouder 1278,46 70,19 1348,65

22 jaar 1052,12 68,81 1120,93

21 jaar 923,18 58,87 982,05

woningdelers:

23 jaar en ouder 1085,79 70,19 1155,98

22 jaar 891,99 68,81 960,80

21 jaar 893,11 58,87 951,98

Eigen vermogen

Niet al het spaargeld behoeft te worden aangesproken, voordat men voor bijstand in aanmerking komt. Het vrij te laten vermogen is ¿ 18.600 voor gezinnen en ¿ 9.300 voor alleenstaanden.

Voor mensen jonger dan 65 jaar die een bijstandsuitkering ontvangen en een eigen huis bewonen, geldt een extra vrijlating. Bij hen wordt van het vermogen in het huis namelijk nog eens vijftienduizend gulden volledig vrijgelaten en van het meerdere de helft. De totale vermogensvrijlating is begrensd tot ¿ 78.600 voor gezinnen en ¿ 69.300 voor alleenstaanden.

IOAW EN IOAZ

De IOAW is bestemd voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden, en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen,

ongeacht hun leeftijd. De IOAW geldt, nadat de uitkeringsperiode voor de werkloosheidswet inclusief de vervolguitkering is verstreken.

Voor de IOAZ komen in aanmerking mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte ex-zelfstandigen (ongeacht hun leeftijd), die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moeten beëindigen.

De bedragen zijn:

maand vakantiegeld totaal

gehuwde en ongehuwde

partners die beiden

21 jaar of ouder zijn 2352,22 188,18 2540,40

alleenstaanden van

21 jaar of ouder met

een of meer kinderen 2142,51 171,40 2313,91

alleenstaanden

vanaf 23 jaar 1801,69 144,13 1945,82

van 22 jaar 1432,11 114,57 1546,68

van 21 jaar 1208,03 96,64 1304,67

MINIMUMLOON EN MINIMUMJEUGDLOON

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen in januari met 0,96 procent.

Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het bruto minimumloon bij een volledig dienstverband per 1 januari. per maand 2184,00

per week 504,00

per dag 100,80

De bruto minimumjeugdlonen bedragen per 1 januari 1996:

Leeftijd % van het Per maand Per week

minimumloon van

23-jarigen en ouder

22 85 1.856,40 428,40

21 72,5 1.583,40 365,40

20 61,5 1.343,20 310,00

19 52,5 1.146,60 264,60

18 45,5 993,70 229,30

17 39,5 862,70 199,10

16 34,5 753,50 173,90

15 30 655,20 151,20

De netto bedragen zijn, anders dan de bruto bedragen, niet wettelijk bepaald. Ze kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen. Dit komt door verschillen in

inhoudingen op het loon, onder meer in verband met de premieheffing voor de sociale zekerheid.

In onderstaande bedragen zijn pensioenpremies buiten beschouwing gelaten, evenals de nominale premies voor de Ziekenfondswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De bedragen geven daarom alleen een globale aanduiding.

Voor werknemers van 23 jaar en ouder zijn de netto minimumloonbedragen globaal afgerond als volgt:

In 1995 In 1996

Belastinggroep per maand per maand per week

1 1393 1402 328

2 1645 1651 385

3 1835 1869 435

4 1797 1826 425

5 1847 1876 436

Voor alleenstaande werknemers van 22 jaar en jonger, ingedeeld in tariefgroep 2, bedraagt het netto minimumloon globaal:

In 1995 In 1996

Leeftijd per maand per maand per week

22 1434 1436 336

21 1254 1258 294

20 1098 1100 258

19 966 972 228

18 864 870 204

17 774 785 184

16 701 714 167

15 635 648 152

(NB: De volgorde van de bovenstaande onderdelen wijkt af van de volgorde waarin deze in de papieren krant hebben gestaan)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden