Belangengroepen gijzelen ontslagdebat

Vergeet bij het maken van nieuw ontslagrecht de positie van jongeren en flexwerkers niet, schrijft Martin Pikaart, Luister dus niet te veel naar oude vakbonden....

Vakbonden roepen om het hardst dat Nederland een uitzendland wordt met de kabinetsvoorstellen, zonder in te gaan op de constatering dat het huidige ontslagrecht vooral voordelig uitpakt voor de oudere werknemer met een vast contract. Hierbij een poging het doel van ontslagrecht te beschrijven, na de omschrijving van SER-leden Van der Heijden en Grapperhaus in een bijdrage (12 oktober) hierover aan een serie op de Forum/Betoog-pagina’s.

Uitgangspunten hierbij zijn zowel de ongelijke machtspositie van werkgever en werknemer als de feitelijke constatering dat indien een werkgever van een werknemer af wil, dat vrijwel altijd lukt. In het overgrote merendeel van de gevallen gaat de ontslagprocedure alleen maar over hoeveel geld er wordt meegegeven. De kern van de modernisering van het ontslagrecht is dan ook niet: optimale ontslagbescherming, maar wel: welke regelingen treffen we bij ontslag, in het bijzonder welke ontslagvergoeding. Ik denk dat er uitgangspunten zijn te vinden voor een moderner ontslagrecht die voor alle partijen aanvaardbaar zijn.

1. Maak de procedure eenduidig.

Nu zijn er twee procedures: bij de kantonrechter en via het CWI. De werkgever bepaalt welke route hij neemt. Gezien het uitgangspunt (tegengaan van ongelijke machtspositie) is het logisch de gerechtelijke route over te houden.

2. Bied snel duidelijkheid.

Nu gaat vaak veel tijd zitten in sociale plannen en ander getouwtrek tussen werkgevers en bonden. De werknemer is meer gebaat bij snelle helderheid over zijn positie. Leg de ontslagvergoeding dus in de wet vast, met een ontsnappingsclausule voor bedrijven die in grote financiële nood verkeren.

3. Een wettelijke formule moet vergelijkbare uitkomsten opleveren voor vergelijkbare gevallen.

Nu geldt: hoe zekerder je contract, hoe meer geld je overhoudt bij ontslag. Maar flexwerkers hebben juist het meeste recht op een ontslaguitkering, aangezien zij de grootste onzekerheid accepteren. De verschillen tussen insiders en outsiders zijn groot: vaak worden allerlei bovenwettelijke vergoedingen afgesproken in sociale plannen voor de vaste werknemers, zoals begeleiding naar ander werk en een aanvulling op het nieuwe salaris. Aan de andere kant staan de flexwerkers van wie de contracten niet worden verlengd zonder enige hulp weer op straat. Er zijn zelfs cao’s die tijdelijke contracten onbeperkt laten verlengen.

Over een aantal secundaire zaken (zoals de opleiding wel of niet verdisconteren in de ontslagvergoeding) moet toch eenvoudig een akkoord te bereiken zijn.

Het zogenaamd heikele punt van de preventieve ontslagtoets kan geschrapt worden. De ontslagvergoeding werkt veel effectiever als preventieve toets. Onredelijk ontslag kan worden aangevochten bij de rechter. Van werkgevers kan geëist worden dat ze een deel van de jaarlijkse 2 miljard die ze zeggen te besparen met een eenvoudiger procedure in een fonds stoppen voor steun aan werknemers bij gerechtelijke procedures.

De traditionele vakbonden behartigen de belangen van hoofdzakelijk oudere werknemers met een vast contract. Het is dus logisch dat de vakbeweging vooral voor die verworvenheden opkomt.

Het is de taak van het kabinet zich niet te laten gijzelen door eenzijdige belangengroeperingen, maar ook te luisteren naar de outsiders op de arbeidsmarkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden