interview erik masthoff

Belaagde bestuurder in zaak-Michael P.: ‘De instelling wordt als dader gezien. Maar er is maar één dader’

Erik Masthoff: ‘We zijn geen sekswalhalla of een drugshol en het is ook niet zo dat we de hele dag zitten te niksen.’ Beeld Freek van den Bergh

Erik Masthoff kreeg ervanlangs in de zaak-Michael P. Dat uitgerekend hij, als verantwoordelijke voor zijn behandeling in de gevangenis in Vught, bestuurder werd bij de instelling vanwaaruit P. Anne Faber verkrachtte en doodde. Voor het eerst reageert Masthoff. 

Wie in de forensische psychiatrie werkt, weet dat op een dag een patiënt een verschrikkelijk misdrijf kan plegen, zegt psychiater Erik Masthoff (48). ‘En dat er negatieve aandacht voor komt. Dat er vragen over worden gesteld. Wie daar niet tegen kan, moet een ander werkveld zoeken.’

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Als iemand dat heeft ondervonden, is hij het wel. Masthoff, veertien jaar werkzaam in de forensische psychiatrie, was verantwoordelijk voor de zorg en de behandeling van gedetineerden in de gevangenis in Vught in de jaren dat Michael P. er verbleef, na diens veroordeling voor een dubbele verkrachting van twee minderjarigen in 2010.

Sinds maart is Masthoff bestuurder van zorgorganisatie Fivoor. Hieronder valt ook de forensisch-psychiatrische kliniek in Den Dolder. Die had Michael P. onder behandeling, toen hij op 29 september 2017 Anne Faber (25) verkrachtte en om het leven bracht. De maatschappelijke ophef was groot. Hoe kon het dat zo’n gevaarlijke patiënt zo veel vrijheden had gekregen?

Zowel de gevangenis in Vught als de kliniek in Den Dolder heeft ernstige fouten gemaakt, oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid op 28 maart van dit jaar. De nadruk lag te veel op de zorg voor de patiënt en te weinig op het beschermen van de samenleving. Vorige maand kwam de kliniek in Den Dolder wederom negatief in het nieuws, toen een volgens de politie gevaarlijke cliënt niet terugkeerde van onbegeleid verlof.

Masthoff werd ook persoonlijk onder vuur genomen, in de media en in de Tweede Kamer. Dat nou net de verantwoordelijke voor de behandeling van Michael P. in de gevangenis in Vught de boel moest gaan besturen bij Fivoor, de zorginstelling vanwaaruit P. zijn misdrijven kon plegen. ‘Werkelijk ongehoord’, was nog een van de vriendelijkste kwalificaties die over die overstap werd opgetekend.

Nu heeft Erik Masthoff besloten voor het eerst zijn kant van het verhaal te vertellen, in zijn kantoor in de tbs-kliniek Kijvelanden vlak bij Rotterdam, ook onderdeel van Fivoor. Buiten knagen bruine konijnen het gazon kaal, binnen houdt Masthoff zijn blauwe ogen schuin op de tafel gericht terwijl hij behoedzaam zijn antwoorden formuleert. Hij weet dat alles wat hij zegt opnieuw negatieve reacties kan oproepen, ‘maar dat is dan maar zo’.

De moord op Anne Faber is bijna twee jaar geleden. Al die tijd heeft geen van de betrokken forensische instellingen zijn verhaal gedaan. Waarom doet u dat nu wel?

‘De gebeurtenis in Den Dolder was verschrikkelijk, erger dan dat kun je je niet voorstellen. Op zo’n moment past deemoed. Een reactie van een kliniek kan dan worden gezien als defensief gedrag. Nu denk ik dat het goed is als wij meer openheid geven. Mijn medewerkers vragen dat ook: wanneer gaan wij nu eens vertellen hoe het echt zit? Zij herkennen zich niet in het beeld van hun werk zoals dat wordt geframed in de media en in de Tweede Kamer.’

Eind juni publiceerde De Telegraaf een interview met een voormalige verslaafde crimineel die ooit in Den Dolder zat. Die beweert dat in zijn tijd binnen de muren veel drugs werden gebruikt, dat cliënten vrijelijk in en uit liepen en dat het personeel bestond uit ‘meisjes’ in korte rokjes die soms tegen betaling seks hadden met cliënten.

Masthoff: ‘Dat zit gewoon echt niet zo. We zijn geen sekswalhalla of een drugshol en het is ook niet zo dat we de hele dag zitten te niksen. De medewerkers daar vinden zo’n publicatie verschrikkelijk. Iedere dag doen een heleboel mensen heel erg hun best deze moeilijke doelgroep zorg te verlenen. Voor die cliënten zelf en voor de veiligheid van de samenleving. Als deze mensen zorg krijgen, is de kans kleiner dat zij terugvallen. Maar er zijn nu medewerkers die op een feestje niet meer durven vertellen waar zij werken.’

Medewerkers zijn lastiggevallen na de dood van Anne Faber?

‘Ja. Er zijn bommeldingen gedaan, mensen zijn persoonlijk bedreigd of bespuugd. Er treedt een ‘verdadering’ op van het instituut. De medewerkers en de instelling worden gezien als dader van het verschrikkelijke delict. Wij zijn verantwoordelijk voor de zorg en beveiliging, maar er is maar één dader: Michael P. Als medewerkers in de krant zien staan, voor de zoveelste keer: fout, fout, fout, het is daar een grote bende, raakt dat hen enorm. Ze moeten daar soms letterlijk om huilen.

‘Zowel in Vught als in Den Dolder zijn sommige direct betrokkenen langdurig uitgevallen. Mensen aan het begin van hun carrière, die naar eer en geweten hun werk hebben gedaan, zitten meer dan een jaar ziek thuis. Dat vind ik erg.’

Masthoff was directeur Zorg in de penitentiaire inrichting van Vught in de periode dat Michael P. daar gedetineerd zat wegens de brute verkrachting van twee minderjarige meisjes. Vanuit deze gevangenis werd P. begin 2017 overgeplaatst naar de kliniek in Den Dolder, ter voorbereiding op zijn terugkeer in de maatschappij. De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelde dat bij die overplaatsing essentiële informatie over onder meer zijn zedenverleden niet is overgedragen. In een gesprek met de kliniek omschreef een gevangenismedewerker Michael P. als ‘een jongen waar je echt geen problemen mee krijgt. Echt een modelpatiënt.’

Wat was jullie eigen analyse van wat er in de zaak Michael P. is misgegaan?

‘De inspecties hebben geoordeeld daarover. Het is nu niet aan mij om daar iets anders over te zeggen.’

U was als directeur Zorg in Vught eindverantwoordelijk voor de behandelafdeling. In hoeverre was u bij de behandeling van Michael P. betrokken?

‘Vught heeft het grootste PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum, red.) van Nederland. Daar gaan per jaar zevenhonderd gevangenen in en uit, die ken ik niet allemaal. Michael P. was een van de vele patiënten, ik heb niet met hem te maken gehad. Ik hoorde voor het eerst van Michael P. toen het fout was afgelopen.’

In het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid staat dat P. in de gevangenis in Vught betrokken was bij ernstige geweldsincidenten en drugs gebruikte. Toch wordt hij bij de overdracht naar de kliniek omschreven als een ‘modelpatiënt’. Hoe kan dat?

‘Ik ken het dossier inmiddels. De frase modelpatiënt is een quote uit een gespreksverslag, dat is niet wat er in zijn analyse staat. In een mondeling gesprek is door een medewerker van de gevangenis gezegd dat Michael P. zich in de periode voorafgaand aan de overplaatsing correct gedroeg, hij stond open en werkte mee aan de behandeling. Dat was feitelijk ook zo. Daarmee is niet gesteld dat er bij hem geen problemen of risico’s waren. Juist daarom werden voor hem zorg en een stapsgewijze resocialisatie nodig geacht. Het is niet waar dat P. in Vught ernstig geweld heeft gepleegd. Er zijn wel incidenten geweest, zoals het niet opvolgen van aanwijzingen van het personeel en een aanvaring met een medegedetineerde.’

Michael P. sloeg die medegevangene op zijn oog. Dat vinden jullie in de forensische zorg geen ernstig geweld?

‘Dat soort incidenten komt veel voor in het gevangeniswezen en gelden in die context niet altijd als ernstig. De Onderzoeksraad heeft het erover dat Michael P. voor incidenten gestraft werd met isolatie in eigen cel. In ons vak noemen we dat geen isolatie, maar afzondering, waarbij iemand één of enkele dagen op zijn eigen cel moet blijven. Bij ernstiger incidenten kan iemand in een isolatiecel worden geplaatst met alleen een matras. Michael P. heeft nooit in zo’n isolatiecel gezeten. Dat zegt dus iets over de beoordeling van de incidenten. Ook het drugsgebruik kan worden genuanceerd. In de anderhalf jaar voor de overplaatsing had P. niet positief gescoord bij drugscontroles. Het aangehaalde gebruik stamde van daarvoor.’

U vindt dus dat het rapport van de Onderzoeksraad niet klopt, omdat de feiten uit hun context worden getrokken?

‘De dood van Anne Faber is een onbeschrijfelijk ernstige gebeurtenis die een enorme impact heeft op alle betrokkenen. De zorgen naar aanleiding daarvan begrijp ik volledig. Dat ik in het rapport van de Onderzoeksraad een bepaalde nuance mis, doet niets af aan de conclusie dat zowel de PI Vught als de kliniek in Den Dolder op verschillende punten beter had moeten acteren.’

Erik Masthoff: ‘Was het beter geweest als we deze man hadden vastgehouden tot het einde van zijn detentie en dan de poort hadden opengedaan?’ Beeld Freek van den Bergh

Het is voor de buitenwereld schokkend om in dat rapport te lezen dat de informatie over P.’s zedenverleden vanuit de gevangenis niet werd overgedragen aan de kliniek. Terwijl deze cliënt een lange straf uitzat voor een ernstig zedenmisdrijf.

‘Ik weet dat Vught een behoorlijk dossier heeft overgedragen, ook zijn delictgeschiedenis. Een klein onderdeel had Michael P. geblokkeerd. Dat recht heeft hij, daar zijn wij ook niet blij mee. De minister heeft gezegd dat hij daar wat aan gaat veranderen. Het systeem werkt nu zo dat de gevangenis een heleboel informatie stuurt naar de organisatie die de indicatie stelt. Die zoekt een kliniek uit en stuurt dan die kliniek een korte samenvatting van die informatie. De minister wil dat anders en wij ook. Dat wij bij een nieuwe patiënt alle informatie krijgen en zelf de intake doen. Het klopt dat in deze zaak de aandacht op iets anders is komen liggen dan op zijn zedenproblematiek. En achteraf gezien is dat niet goed. Michael P. had niet in Den Dolder moeten zitten, daar zijn we het over eens. Maar was het beter geweest als we deze man hadden vastgehouden tot het einde van zijn detentie en dan de poort hadden opengedaan?’

Dan werden jullie in elk geval niet verantwoordelijk gehouden voor zijn misstappen.

‘Dan was inderdaad ons straatje schoongeveegd. Maar ik vind dat we dat zo niet moeten doen. Wij proberen het zo goed mogelijk te doen voor de patiënt, maar ook voor de veiligheid van de samenleving.’

Staat het voor een breder probleem, dat iemand die een lange straf uitzit voor een dubbele verkrachting op gegeven moment niet meer te boek staat als zedendelinquent? Vertroebelt na verloop van tijd het zicht op cliënten?

‘Je kunt niet zeggen dat deze casus exemplarisch is voor het geheel. We moeten in de forensisch psychiatrie altijd scherp hebben met wie we te maken hebben en wat hij heeft gedaan. Wat zijn de risico’s dat dit opnieuw gaat gebeuren en hoe kunnen wij dat risico verminderen? Maar het blijft ook mensenwerk. En we hebben geen glazen bol. Niet iedere patiënt wordt te allen tijde doorzien. Als iemand in de war is, is dat veel gemakkelijker te zien dan als iemand zich voor het oog van de wereld normaal gedraagt. Er zijn psychopaten bij die zich er bij wijze van spreken al twintig jaar in hebben gespecialiseerd zich heel goed voor te doen.’

Wat wilt u veranderen?

‘Dat als een patiënt iets verborgen houdt voor ons, hij er niet in komt. Als hij de overdracht van een deel van het dossier blokkeert bijvoorbeeld. Wij verlangen volledige openheid van de patiënt. In het geheel moet de informatieoverdracht beter. Stel, iemand pleegt een delict en komt vast te zitten. Die wordt doorgeplaatst naar een kliniek. Die gaat dan naar een woonvorm. Misschien gaat het dan weer ergens mis. Het is belangrijk dat als een patiënt naar een volgende halte gaat in het systeem, de goede informatie meegaat. En dat de ontvangende partij een eigenstandig oordeel vormt en niet blind vaart op de voorganger. Mogelijk heeft de voorganger iets niet gezien dat jij wel ziet.’

In de overdracht van Vught naar Den Dolder zijn hierin fouten gemaakt, concludeert de Onderzoeksraad. U was op dat moment als Directeur Zorg in de gevangenis eindverantwoordelijk. Vervolgens wordt er een bestuurder gezocht bij Fivoor, de overkoepelende organisatie waar de kliniek in Den Dolder onder valt. Dacht u niet: er is onder mijn leiding iets gruwelijk misgegaan, ik laat deze functie aan me voorbijgaan?

‘Ik wist natuurlijk dat het ophef kon geven. Daar is het in de sollicitatieprocedure ook over gegaan. Ik heb daar zelf een inschatting over gemaakt, als ook de mensen die mij hebben benoemd. En alle betrokkenen hebben gemeend dat ik iets te brengen had bij Fivoor. Ik ken het forensische veld, ik ken het werk en ik weet wat er beter moet. Ik had ook een andere baan kunnen kiezen. Van huis uit ben ik psychiater. Er zijn achthonderd vacatures voor psychiaters. Ik hoef maar mijn vinger op te steken en dan zit ik ergens in de luwte. Maar dat heb ik niet gedaan, omdat ik vind dat forensisch werk belangrijk is. Met alles wat ik in me heb zal ik eraan werken het zo goed mogelijk te maken.’

De familie van Anne Faber noemde uw aanstelling bij Fivoor ‘respectloos’. Heeft u overwogen voorafgaand aan uw overstap om de nabestaanden te benaderen?

‘Als er behoefte zou zijn bij hen, had ik dat kunnen doen. Als die behoefte tot een gesprek er niet is, wil je daar mensen ook niet mee belasten. Zit de familie van Anne Faber daarop te wachten?’

Tot in de Tweede Kamer werd er gedebatteerd over uw nieuwe baan, in columns werd u aan de schandpaal genageld. Wat vond u daarvan?

‘Ik vind het niet prettig, zwak uitgedrukt. Maar ik begrijp ook hoe het gaat. Iedereen kan van alles roepen zonder de context te kennen, zonder de persoon te kennen. Mensen realiseren zich niet wat het effect kan zijn. Mijn kinderen lezen dat ook, die zitten ook ergens op school. Maar ik accepteer dat het is zoals het is. Ik wil niets afdoen aan het sentiment dat heerst.’

U had ook kunnen passen voor deze baan.

‘Dat klopt. Maar dat betekent, een beetje gechargeerd, dat straks niemand meer in de forensische psychiatrie wil werken. Daar is altijd een risico dat iets verkeerd afloopt en dat daar negatieve aandacht voor komt. De afgelopen twintig jaar is bijna iedere kliniek weleens aan de beurt geweest met een heel naar geval. Dat is helaas inherent aan het werk dat wij doen.’

Begin juni kwam de Fivoor-kliniek in Den Dolder opnieuw in opspraak: cliënt Peter M. keerde niet terug van een onbegeleid verlof. Hij zou volgens zijn familie gevaarlijk zijn als hij zijn medicijnen niet inneemt – een boodschap die later ook door de politie werd verspreid in een opsporingsbericht. Fivoor meldde de verdwijning van Peter M. niet bij de burgemeester of omwonenden.

De burgemeester verweet Fivoor in de kwestie rond Peter M. slechte communicatie en een gebrek aan ‘samenlevingsgevoeligheid’. Waarom hebben jullie de verdwijning niet gemeld aan de gemeente, er waren toch afspraken over meer openheid?

‘Er was ook meer openheid, maar de afspraak was dat wij een melding maakten als wij dachten dat er een situatie was die naar onze mening gevaarlijk was voor de bewoners. Dat was in dit geval niet zo.’

Deze Peter M. had zich eerder gewelddadig gedragen, waardoor de rechter hem een behandeling oplegde. Zijn familie waarschuwde indringend voor hem. Waar ligt dan voor jullie de lat om iemand gevaarlijk te noemen?

‘Wij hadden bij deze meneer ingeschat dat hij op dat moment niet agressief zou worden naar andere mensen. Deze man had eerder voor de rechter gestaan  omdat hij blijkbaar had gezegd dat hij een kernbom op een station zou gooien. Over welk fysiek geweld hij in relatie tot dat feit heeft gepleegd, kan ik niet in detail treden, maar het was niet enorm. Over hem werd geschreven dat hij lijdt aan schizofrenie. Er zijn in Nederland minstens 85 duizend mensen met die stoornis. En als zo iemand onbegeleid verlof heeft, is dat omdat wij hebben ingeschat dat die persoon daaraan toe was. Wij meldden zijn verdwijning volgens de regels bij politie en het Openbaar Ministerie. Het komt, alle forensische klinieken bij elkaar opgeteld, tussen de twee- en drieduizend keer per jaar voor dat een patiënt zich niet houdt aan een verlofafspraak.’

Een verdwenen patiënt is voor jullie business as usual?

‘Zo kun je het zeggen. Afhankelijk van de risico-inschatting vragen wij de politie meer of nadrukkelijker te gaan zoeken of niet. Deze meneer hadden wij ingeschat op een laag risico. Dat vind ik nog steeds overigens. En de dag erna wordt deze meneer met een foto gesignaleerd gezet. Ik heb het idee, omdat het zo’n ontzettende hype werd, dat dat ertoe heeft bijgedragen dat de politie dat toen toch maar heeft gedaan. Het gevolg is dat deze naar mijn mening op dat moment niet gevaarlijke patiënt nu met zijn foto op internet staat en te boek staat als een zeer gevaarlijke meneer. En dat is voor deze meneer natuurlijk niet fijn.’

U zegt dat de politie zich laat leiden door een mediahype.

‘Dat moet je aan de politie zelf vragen. Ik denk dat het er wel mee te maken heeft. Wat ik lastig vond, is dat ik voor de camera had gezegd dat deze meneer wat ons betreft laag risico is. En heel kort daarop gaat dat bericht van de politie uit. Dan begrijpt de samenleving ook niet meer hoe het zit. Als die man inderdaad niet gevaarlijk is, zoals die kliniek zegt, waarom gaat die man nu dan met een foto het internet over?’

Sinds deze kwestie heeft de minister van justitie jullie opgelegd alles te melden. Hoe gaat dat in zijn werk?

‘Wij melden nu elk geval van patiënten die ongeoorloofd afwezig zijn aan het ministerie van Justitie, de gemeente en de bewoners. Voor zover de privacyregels het toelaten geven we daar context bij: bijvoorbeeld dat wij het gevaar voor de bewoners inschatten als laag, dat het kan zijn dat deze persoon middelen gaat gebruiken. Zodat we wat ongerustheid wegnemen. Het gevolg is dat wij nu best veel meldingen doen. Er zijn bewoners die daar blij mee zijn. Anderen zeggen: dat hoef ik allemaal niet te weten. Als we in een meld- en verantwoordingscultuur terechtkomen is ook de vraag: waar houdt het op?’

Wat is er op tegen als met openheid onrust wordt weggenomen?

‘Het genereert veel werk. Als het eraan bijdraagt dat bewoners zich geholpen voelen, is dat prima. Maar de worsteling is dat als je alles vertelt, mensen daar onterecht ongerust van kunnen raken. Veruit de meeste patiënten die niet terugkeren van verlof zijn niet gevaarlijk, maar het creëert wel een beeld: goh, dat gebeurt wel vaak.’

Is het wel zinvol om zo veel moeite te doen om het vertrouwen terug te winnen, als er al plannen liggen om de kliniek te verhuizen uit Den Dolder?

‘Al voor de gebeurtenissen rond Michael P. was het plan om rond 2025 te verhuizen. De omgeving heeft een enorm trauma opgelopen. Wij doen er alles aan om het vertrouwen te herstellen, maar we zullen dat nooit voor alle bewoners kunnen herwinnen, daarvoor is de gebeurtenis te ernstig. Als wij ergens anders een doorstart kunnen maken, is dat beter. We zoeken al naar een nieuwe plek in de regio Utrecht. Ik zou er blij mee zijn als we al voor 2025 kunnen verhuizen.’

Zou u zelf met uw kinderen in de buurt van die kliniek willen wonen?

‘Ik zou daar kunnen wonen. Ik weet wat daar gebeurt en hoe daar gewerkt wordt. In het hele land staan klinieken, mensen met problemen zijn overal, ook bij mij in de buurt. Ieder jaar gaan 65 duizend mensen het justitiesysteem in en zoveel rollen er ook weer uit. Als we zeggen not in my backyard, waar dan wel? We moeten zorgen voor een zo veilig mogelijke maatschappij, maar 100 procent maakbaar is dat niet. Alle maatregelen die wij nemen, die de minister neemt, zullen niet voorkomen dat er vroeg of laat ergens in Nederland weer een ernstige gebeurtenis plaatsvindt. Je kunt zeggen: dat nooit weer, maar dat is niet realistisch.’

De politie heeft onder invloed van de mediahype over een niet van verlof teruggekeerde patiënt van de forensisch-psychiatrische kliniek in Den Dolder een onnodig opsporingsbericht verspreid. Dit zegt bestuurder Erik Masthoff van zorgorganisatie Fivoor, waaronder de kliniek valt. De politie verspreidde op 5 juni twee foto’s van Peter M. met de mededeling dat hij gevaarlijk kon zijn, terwijl de kliniek hem als ongevaarlijk had bestempeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden