REPORTAGE

Bel met de Noren als je vrede wil stichten

Een bijdrage aan de wereldvrede wil iedereen wel leveren, maar de Noren doen er ook daadwerkelijk hun best voor. Wereldwijd bemoeien hun diplomaten zich tegen conflicten aan.

Noorse diplomaat Jan Egeland Beeld anp

Het boottochtje dat de Colombiaanse generaal Ruben Alzate onlangs op een zondagmiddag maakte in 'rood gebied', waar de guerrillabeweging FARC actief is, leidde tot een telefoontje van de Colombiaanse president Juan Manuel Santos met Oslo. Alzate was door FARC gekidnapt en zolang hij niet zou worden vrijgelaten, kon er geen sprake zijn van verdere vredesgesprekken, zo liet Santos weten.

Bij de afdeling 'Vrede en Verzoening' van het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken leidde het tot niet meer dan een lichte zucht, deze zoveelste hobbel op weg naar vrede. Al een halve eeuw duurt het Colombiaanse conflict tussen regering en guerrillabeweging en nog nooit leek een akkoord zo dichtbij. Maar de Noren, die in 1999 bij het vredesproces betrokken raakten, weten dat ze nog veel geduld moeten hebben. Ook als er een definitief akkoord is, zijn de problemen niet voorbij, weten ze na een kwart eeuw vredesbemiddeling.

In zes afleveringen
Europa heeft een slechte naam. Zien we het goede niet over het hoofd? Kunnen we wellicht iets leren van andere Europese landen? De Volkskrant trok eropuit en kwam verrijkt terug.

Nobelprijs voor de Vrede

'Frankrijk en Duitsland deden er duizend jaar over om vrede te sluiten. Bij dit soort processen zijn er altijd meer tegenslagen dan successen', stelt Jan Egeland in het kantoor van de Norwegian Refugee Council waar hij tegenwoordig de baas is. Hij geldt als de Noorse Mister peace process sinds de Oslo-akkoorden van 1993. Als jonge staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken speelde de inmiddels 57-jarige Egeland een voorname rol bij het bijeenbrengen van Israëli's en Palestijnen.

Dat mondde uit in de historische handdruk van de Israëlische premier Yitzhak Rabin en PLO-leider Yasser Arafat, onder toeziend oog van de Amerikaanse president Bill Clinton. Een jaar van geheime onderhandelingen in Noorwegen werd ermee bezegeld. In 1994 kregen Rabin en Arafat daarvoor de Nobelprijs voor de Vrede, toegekend door het Noorse comité.

Sindsdien duiken Noorse diplomaten op in uiteenlopende landen als Guatemala, Mali, Soedan, Sri Lanka en de Filipijnen om te bemiddelen. Voor een land met maar vijf miljoen inwoners, minder dan de Scandinavische buren Zweden en Denemarken, is dat uitzonderlijk. Het Noorse activisme geldt als een succesvol voorbeeld van 'nichediplomatie' - een specialisatie op het vlak van buitenlandse politiek dat in Nederland vier jaar geleden door de WRR als 'hoogst relevant' werd bestempeld, waarna er weinig meer van werd vernomen.

Wat leverde het op?

Of Noorwegen op dit vlak een bron van inspiratie kan zijn, hangt af van de vraag: wat hebben al die Noorse inspanningen nu eigenlijk opgeleverd? Daar wordt nogal verschillend over gedacht. Knut Vollebaek, een 68-jarige christen-democraat die in de jaren negentig minister van Buitenlandse Zaken was, velt een tamelijk hard oordeel: 'De intenties waren goed, zeker, en bij sommige conflicten heeft het ook tot vrede geleid. Maar die bleek maar zelden te bestendigen.'

Als voorbeeld haalt hij de Noorse interventie in de 'moeder van alle conflicten' aan, dat tussen Israël en de Palestijnen. De Oslo-akkoorden hebben niet tot vrede geleid, constateert hij nuchter. Voor de schuld wijzen Noren graag naar de Amerikaanse regering, die te weinig druk op Israël zou hebben gezet.

Maar Vollebaek vindt dat ook zijn eigen land steken heeft laten vallen: 'We hadden niet alleen met de linkse Arbeidspartij moeten praten, maar op een zeker moment ook de rechtse Likud-partij erbij moeten betrekken. De wereld bestaat nu eenmaal niet alleen maar uit je politieke vrienden. Voor Bibi Netanyahu (toen Likud-leider, nu premier, red.) was 'Oslo' een scheldwoord.'

Vredesonderhandelingen in Zuid-Sudan, 2006 Beeld anp

Betrokkenheid bij het Midden-Oosten

Egeland vindt dat gemakkelijk gepraat achteraf: 'Het was al heel moeilijk om de Arbeidspartij in gesprek te krijgen met de PLO, want dat waren de terroristen voor de Israëli's. Likud er ook bij betrekken? Dat was zeker niet gelukt.' Natuurlijk is er geen vrede in het Midden-Oosten, maar 'dat kun je ook niet zo maar verwachten'.

De Noorse inspanning destijds mocht er zijn, zoals het land ook nu weer bij de wederopbouw van Gaza een voorname rol speelt. 'Vorige maand werd bij een donorconferentie in Caïro meer dan vijf miljard dollar opgehaald. De organisatie was in handen van Egypte en Noorwegen. Onze betrokkenheid bij het Midden-Oosten is altijd doorgegaan.'

'Tja, we kunnen Gaza eindeloos blijven opbouwen met Noors geld, waarna de Israëli's het weer in puin schieten, maar dat brengt de vrede niet dichterbij', reageert Asle Toje, de 40-jarige onderzoeksdirecteur van het Nobelinstituut. In het publieke debat fungeert hij als luis in de pels. 'Er heeft nooit een grondige evaluatie van dit vredesbeleid plaatsgevonden. Dat zou het hele spel maar verruïneren.'

Bevredigend voor het collectieve ego

In dat 'spel' worden diverse belangen gediend, zo schetst hij. 'Voor de bevolking is het een manier om je goed te voelen: de wereldvrede dichterbij brengen, dat is heel bevredigend voor ons collectieve ego.' Voor politici en diplomaten bood deze nichediplomatie 'geweldige carrièrekansen. Na de Oslo-akkoorden ging iedereen op zoek naar zijn eigen vredesproces, het was dé manier om hogerop te komen'. Maar de vrede zelf werd nauwelijks gediend, meent hij: 'Concreet heeft het heel weinig opgeleverd'.

Een zoektocht naar aansprekende resultaten leidt naar 1996, toen in Guatemala er een akkoord tussen de regering en de linkse guerrilla's mogelijk bleek. Dat conflict had ten minste 140 duizend levens gekost en 36 jaar geduurd. Noorwegen kon er bemiddelen dankzij de banden die de Noorse kerken met het Midden-Amerikaanse land onderhielden. Die goede contacten leverden de Noorse onderhandelaars een vertrouwenspositie bij beide partijen op. De beëindiging van het conflict vergde nog altijd zes jaar.

Dat succesverhaal valt aan te vullen met kleinere akkoorden in Mali en Zuid-Soedan. Alleen hielden die niet lang stand, omdat partijen zich later niet aan de afspraken hielden. 'In Zuid-Soedan gingen ze elkaar de hersens weer in slaan. Daar konden we niks aan doen', verzucht Egeland. Ook bij deze akkoorden was er sprake van wat wel het 'Noorse model' voor conflictbemiddeling wordt genoemd: een samenspel tussen regering en niet-gouvernementele organisaties.

Roep om militaire overwinning

Daaraan ontbrak het volgens Wenche Hauge, een 55-jarige onderzoekster van het vredesinstituut PRIO, bij wat wel als de grootste mislukking wordt gezien: de bemiddeling tussen Tamil Tijgers en de regering van Sri Lanka. 'Bovendien werd dat vredesproces onvoldoende door de bevolking gedragen. Het was een lokaal conflict in het noorden, waar mensen in het zuiden geen last van hadden. Dat was een groot verschil met Guatemala, waar iedereen onder de strijd leed.'

Maar er was ook een Noors probleem op Sri Lanka. De neutraliteit van de Noren, essentieel voor hun geloofwaardigheid, werd in twijfel getrokken: ze zouden te veel op de hand van de Tamil Tijgers zijn, vonden lokale media. Aanvankelijk waren die ook wel voor vrede, maar dat sloeg om door aanslagen van de separatisten. De roep om een militaire overwinning nam toe.

Daardoor kwamen de Noren met hun voorkeur voor een vreedzame oplossing in een steeds lastiger parket terecht. Ook werd de Tijgers verweten dat ze de wapenstilstand gebruikten om zich te bewapenen. Na tien jaar van mislukte pogingen ging het in 2006 mis: de vredesbesprekingen mislukten, waarna het regeringsleger de Tamil Tijgers versloeg. De Noorse stelling dat er geen militaire oplossing voor het conflict was, werd hard onderuit gehaald.

Verwijt van naïviteit

Voor criticus Toje illustreert het dat 'Noorwegen geen grote diplomatieke traditie heeft, zoals Zwitserland. Er zijn wel enkele competente diplomaten, maar ook weer niet zoveel.' Ook verwijt hij zijn landgenoten superioriteit en naïviteit. 'Eigenlijk vinden Noren dat iedereen moet worden zoals zij: gematigde, verstandige, sociaal-democratische mensen. Maar zo zit de wereld niet in elkaar.'

Egeland windt zich daar buitengewoon over op. 'Dat verwijt van naïviteit hoor ik al zolang we hier mee bezig zijn. Maar mensen die dat roepen, zeggen er nooit bij wat zij dan willen doen. Wat is hun alternatief? Misschien is een zekere naïviteit nodig om de waarheid te kunnen zeggen. Die kunnen wij verwoorden, omdat we geen supermacht zijn en geen economische belangen dienen.'

In zijn ogen is het voor het rijke Noorwegen dan ook nog altijd een goede investering om jaarlijks 'enkele miljoenen' aan conflictbemiddeling uit te geven: 'We kunnen alleen pleisters plakken, maar we kunnen ook proberen de oorzaken van wonden weg te nemen.' Ook onderzoekster Hauge meent dat de inspanningen gerechtvaardigd zijn, ondanks de schaarse successen. 'Kijk maar, hoe ver we nu zijn gekomen in Colombia. Over moeilijke onderwerpen zoals landhervorming hebben partijen akkoorden gesloten. Die ontvoerde generaal zal het proces niet blokkeren.'

Teamspeler Noorwegen

Egeland erkent dat de tijden zijn veranderd. 'In vergelijking met de jaren negentig toen wij pionierden, houden zich nu veel meer partijen met conflictbemiddeling bezig. Andere landen, zoals Finland en Zwitserland, maar ook de VN en ngo's zijn actiever geworden. Eigenlijk zou de coördinerende rol bij de VN moeten liggen die dan klussen aan landen toewijst. Maar daarvoor is de VN te zwak', zegt hij met spijt.

De toevloed van nieuwkomers leidt ertoe dat Noorwegen 'meer een teamspeler' is geworden dan een solist, zoals in de tijden van de Oslo-akkoorden. Bij de Colombiaanse onderhandelingen trekken de Noren op met Cuba, terwijl ook Chili en Venezuela erbij zijn betrokken. Oud-minister Vollebaek vindt dat Noorwegen, gezien de magere resultaten, zich maar beter kan toeleggen op versterking van multilaterale instanties als de VN, 'die het tegenwoordig zwaar hebben'.

Maar Egeland vindt dat Noorwegen ermee moet doorgaan. De politieke consensus is er nog steeds, ook de huidige rechtse regering staat er achter. Dat maakt betrokkenheid over periodes van tien, vijftien jaar mogelijk. Dergelijke termijnen zijn nodig voor succes. Dat zal per definitie zeldzaam zijn. Egeland: 'Vanaf het begin in de jaren negentig heb ik gezegd: zelfs als maar één op de honderd pogingen om vrede te brengen slaagt, dan nog is het de moeite waard.'

Reacties

Rob de Wijk
Directeur denktank HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies)

'De Noorse regering heeft van vredesonderhandelingen een speerpunt gemaakt. Zelfs Liechtenstein wist onlangs belangrijke spelers van het Oekraïne-conflict aan tafel te krijgen. Waar is Nederland? Na de grote Afghanistan-conferentie van 2009 is er weinig meer gebeurd. Terwijl Nederland een natuurlijke plek is voor dit soort diplomatie. Al tijdens de Koude Oorlog zag Nederland zichzelf als brugland. En Den Haag, de wereldhoofdstad van vrede en recht, is de logische locatie. Want daar zijn organisaties als het Internationale gerechtshof, het Internationale strafhof, de Joegoslavië- en Libanon- Tribunalen gevestigd. Nu Nederland weer wat meer over de grens kijkt, kan de brugfunctie nieuw leven in worden geblazen. Dat is goed voor onze reputatie en goed voor de wereld. Bovendien is Nederland groot genoeg om serieus genomen te worden en klein genoeg om geen bedreiging voor andere landen te zijn.'

Mirjam van Reisen
Hoogleraar internationale sociale verantwoordelijkheid Universiteit Tilburg en lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)

'Het is zeker interessant wat de Noorse regering doet, maar ik denk niet dat Nederland op het vlak van conflictbemiddeling de Noren kan volgen. Noorwegen zit niet in de Europese Unie en kan dus veel gemakkelijker zijn eigen weg gaan, het is een buitenbeentje. Bovendien is dit soort bemiddeling duur: je moet er veel in investeren om vertrouwen te winnen en dat is nodig wil je een verschil kunnen maken. Voor Nederland is het in mijn ogen wel de moeite waard om zich te concentreren op andere niches waarin we echt kunnen uitblinken. Ik denk dan aan een thema als water, maar ook aan armoedebestrijding via het maatschappelijk middenveld of een onderwerp als gelijke rechten voor vrouwen. Zo lang er in Nederland consensus over zo'n onderwerp bestaat, kan nichediplomatie goed werken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.