Bekentenis

Michael Boogerd heeft doping gebruikt. Dat wisten we al, maar nu heeft hij het ook bekend - en daar ging het om. De bekentenis was zulk groot nieuws dat NRC Handelsblad er de gehele voorpagina voor ontruimde.

Het is niet langer vol te houden dat sport 'de belangrijkste bijzaak ter wereld' is, zoals Kees Jansma ooit vaststelde. Sport is gewoon de allerbelangrijkse hoofdzaak op aarde, ook voor kwaliteitskranten. Zeker als er doping in het spel is kan Hugo Chávez overlijden wat hij wil: kansloos.

Wat dit zegt over onze tijd moet nog worden onderzocht, maar ik vrees weinig goeds.

De bekentenis van Boogerd zorgde, zo bleek, voor een nieuw moreel dilemma, namelijk de vraag wat erger is, doping gebruiken of dopinggebruik ontkennen. De balans leek gisteren door te slaan naar het laatste, wat natuurlijk niet wil zeggen dat dopinggebruik, mits ruiterlijk erkend, voortaan kan worden goedgekeurd. Je moet oppassen, die topsporters duiken in elk gaatje.

Michael Boogerds eerste interview als professioneel wielrenner was mijn laatste als wielerjournalist, eind augustus 1994 op Sicilië, twee dagen voor het WK. Boogerd was een aardig Haags ventje van 22, eerstejaarsprof en een groot talent in de ploeg-Raas. Hij was hondsfanatiek, trainde zich het lazerus en wilde maar één ding: meedoen met de besten.

Maar dat viel dus nogal tegen. Hij werd weggereden.

En dus voegde Boogerd zich naar de mores van het peloton van dat moment - kappen met de sport was de andere optie. Het was interessant wat hij daarover gisteren zei: dat hij niet het idee had daarmee over de schreef te gaan. Integendeel, pas toen hij ook toetrad tot de epo-gelovigen voelde hij zichzelf volwaardig wielrenner en een topsporter die alles voor zijn sport overhad.

Dat is, binnen een gesloten systeem, niet zo vreemd. Binnen hún afgegrensde wereld voelden veel bankiers zich pas écht bankier als ze hun zakken hadden gevuld en veel priesters meenden in hun isolement dat het aanranden van jongeren min of meer was gepermitteerd.

Daarom kwam er, tot veler teleurstelling, ook geen met tranen besprenkelde spijtbetuiging over Boogerds lippen. Daar zaten we natuurlijk allemaal op te wachten: een bekentenis, gevolgd door een emotionele verklaring van spijt en een hartstochtelijke oproep aan ons, zijn teleurgestelde fans, hem te vergeven.

De dopingbiecht is per slot van rekening ook amusement. In zijn biechtrecensie in DWDD vond Peter R. de Vries de bekentenis van Boogerd dan ook wat 'te gereserveerd'.

Michael Boogerd was een groot wielrenner, maar een bijzonder matige pakker. Hij stond vijftien keer op het podium van een grote klassieker, waarvan welgeteld één keer op het hoogste schavotje: de Amstel Gold Race in 1999. Veertien keer was een ander positief geval hem te snel af. Uiteindelijk boekte hij één legendarische zege, in de Touretappe naar La Plagne. Boogerd heeft van de dope veel meer nadeel dan voordeel ondervonden.

Topsport is puur entertainment en doping en de dopingverhalen vormen daarvan een integraal onderdeel. Doping staat voor het kwaad en de zonde, en zonder die elementen smoort elk verhaal in saaiheid. Wie helden wil creëren, een belangrijke functie van de sport, heeft ook schurken nodig.

De schandpaal blijft nog even staan. 'Het wachten', zei iemand bij Studio Sport: 'is nu op één man: Erik Dekker'.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden