Bekentenis van een ontwoekeraar

Daar zat ik op te wachten: een boek, een zelfhulpboek voor eigenaren van een woekerpolis. Hoe kom ik er vanaf? Daar gaat dat boek van Eric Smit en René Graafsma over. Sterker: zo heet hun boek. Een schot in de roos, die titel, want dat vraag ik me al af sinds ongeveer drie jaar nadat ik mijn woekerpolissen in 1998 aanschafte. Volgens Smit en Graafsma heb ik zo'n beetje de moeder aller woekerpolissen in mijn bezit: een Koersplan van Aegon, voorheen Spaarbeleg.


Het schijnt dat ik in het gezelschap van minstens 650 duizend sukkels ben, met mijn Koersplan. Daarnaast heb ik van dezelfde firma nog een Bonusplan, ook zo'n woekerpolisklassieker. Tjonge, wat wil ik die spullen al lang lozen. Want het ergert me tot diep in de poriën dat na bijna dertien jaar de waarde van het Koersplanding - een belastingvrij spaarvehikel - nog altijd 50 euro minder is dan wat ik er in de afgelopen 150 maanden in heb gestopt.


En in mijn Bonusplanding - een lijfrentegeval - plaatste ik de vorige eeuw 1.452 euro, totdat ik argwaan kreeg. Want in jaar drie was ik de helft van dat bedrag alweer kwijt. 'De kosten zitten nu eenmaal in het begin van de looptijd', was de verklaring van de Spaarbelegverkoper. Nu staat de waarde op ruim 1.000 euro.


Die twee producten hebben mijn vertrouwen in de financiële branche grotendeels weggeslagen. Tegelijk zijn het kleine monumenten van mijn onnozelheid. Dat ervaar ik helemaal nu ik de dertien jaar oude folder van Koersplan nog eens bekijk. Een plaatje van een kleine, nette stapel guldens en een hele grote, rommelige stapel. Het verschil moet het gemiddelde rendement van 11,4 procent uitdrukken. Netto! 'Dat wil zeggen dat onze kosten al zijn verrekend.' De dubbele betekenis daarvan zag ik destijds niet.


En ook niet de doorzichtige truc van de staatjes met berekeningen van het eindkapitaal naast de twee guldenstapels. Ze gaan uit van 12 tot en met 9 procent - niet minder. Wauw, 9 procent, dat is gigantisch, weet ik nu. Maar in de folder staat het gepresenteerd als het laagst denkbare rendement. Achteraf vergelijkbaar met condooms. Om de klant niet tegen het hoofd te stoten staat op de kleinste maten Extra Large. Zegt men.


'Wij gaan je op gang helpen', schrijven Smit en Graafsma, 'met een stappenplan.' Smit is financieel journalist en Graafsma een tot inkeer gekomen woekerpolisverkoper en tussenpersoon. Vijf stappen en ik heb mijn geld terug, hoopte ik. Maar zo simpel is dat niet. Ontwoekeren is werken.


Stap 1 van de auteurs is je af te vragen of je wel een woekerpolis hebt. Ik wist dat zeker toen verzekeraar Aegon mij als bezitter van een Koersplan en een Bonusplan in oktober 2009 schreef tot een akkoord te zijn gekomen met de stichtingen Verliespolis en Woekerpolis claim. Een akkoord in lijn met het advies van Jan Wolter Wabeke, de financiële ombudsman. Smit en Graafsma gaan in hun boek all-out om met dat akkoord - 'de Wabeke-leugen' - de kachel aan te maken.


En als ik het nareken met mijn eigen woekerpolisje, moet ik ze gelijk geven. Mijn Wabeke-norm is 2,85 procent - dat mogen de kosten maximaal zijn. Maar 2,85 procent over wat? Je zou zeggen: wat iemand elk jaar inlegt. Mis. Het is dat percentage over de hele belegde som. En die groeit elk jaar met minstens de inleg, dus de verzekeraar kan met de Wabeke-norm in de hand steeds meer kosten rekenen. Geen wonder, schrijven Smit en Gaastra, dat de verzekeraars niet wisten hoe snel ze de norm moesten omarmen - als bijzonder slechte pokerspelers.


Zo ook dus 'mijn' Aegon, blijkt uit de 'akkoordbrief'. Daarin staat een waarschuwing die me helemaal terugbrengt naar mijn oude ongenoegen. 'Denkt u door deze brief aan voortijdig stoppen? Dat is niet altijd verstandig! Want aan het begin van de looptijd gaat een groter deel van uw inleg op aan kosten en juist aan het eind wordt een groter deel belegd.' Mijn primaire reactie: 'Ik wil zo snel mogelijk af van deze club!'


Snel dus door naar stap 2: Kan ik ervanaf? Helaas, daar loopt het voor mij al spaak. Want, schrijven de auteurs: 'De belastingregels kunnen ervoor zorgen dat het geen zin heeft de polis aan te passen.' Sterker: als je niet oplet krijg je nog een boete van de fiscus ook. Mijn polissen hebben een sterk fiscaal element, dus deze waarschuwing geldt voor mij.


Voor iemand met een woekerhypotheek ligt het anders. Maar ik ben te lui en het bedrag is me te klein om eindeloos tijd te steken in verbeteren van mijn kennis over die kolerepolissen. Dat die nodig is, maakt het boek meer dan duidelijk. Wat ik wel naga, is of ik kan stoppen met inleggen. Wat het lesgeld voor mijn onnozelheid is, weet ik dan in 2018.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden