Bekeerling en bouwheer van naam

Dit is het grootste wonder: keizer Constantijn, die de Grote heet, is maar 57 jaar geworden. Hij stierf in 337, 25 jaar nadat hij onder het teken van het kruis bij de Pons Milvius ten noorden van Rome zijn rivaal en tegenstander Maxentius had verslagen, waarmee hij keizer van het...

De bekeerling werd vrijwel meteen een van de grootste bouwheren uit de geschiedenis: in enkele jaren liet hij in Rome een aantal basilica-kerken bouwen, waaronder de kerk boven het graf van Petrus. Later, als hij in het oosten de stad Constatinopel heeft gesticht, zal hij opnieuw kerken bouwen, waaronder de Hagia Sofia. (Het zat in de familie: zijn moeder, Helena, die het Heilig Land bezocht, stichtte kerken in Jeruzalem en in Bethlehem; bouwen is nu eenmaal annexeren, en imperialisten waren deze christenen.) Zelfs in de droogste taal van de meest consciieuze historici wordt de gebeurtenis van de bekering een opwindend verhaal, al kan het zijn dat de wetenschap van de consequenties de metamorfose en bestendiging van het Romeinse rijk in het christelijk rijk de feiten dezelfde bezieling meegeeft die ze hebben in de oudste beschrijvingen ervan, door de heel geleerde bisschop Eusebius van Caesarea, in zijn kerkgeschiedenis en in zijn biografie van Constantijn, na bijna zeventienhonderd jaar nog altijd schitterende lectuur.

De jongste biograaf van Constantijn heet Charles Matson Odahl, hoogleraar oude en middeleeuwse geschiedenis aan de universiteit van Boise, Idowa, in de Verenigde Staten. Hij heeft aan zijn boek Constantine dertig jaar gewerkt, ook doordat hij alle plaatsen heeft bezocht die in Constantijns leven (dat er een van trekken, want veldslagen leveren was) van belang zijn. (Veel foto's van historische plekken zijn dan ook van de auteur, die als fotograaf duidelijk een amateur is.) Hij vertelt het bekeringsverhaal uiterst exact en historisch verantwoord, als een zeer zorgvuldig historicus meer dan als een groot schrijver. Het fascineert opnieuw. Maar dat niet zozeer mede door de bekende gevolgen, maar door de door Odahl beschreven voorgeschiedenis.

Onvermijdelijkheid lijkt in de geschiedschrijving bijna altijd een constructie. De rechtlijnigheid van de onvermijdelijkheid vermijdt Odahl. Maar zijn beschrijving van de grote crisis tijdens de zogenoemde Ilyrische keizers, in de 3de eeuw, met de poging tot herstel onder keizer Dicocletianus (240-312,) kunnen veel van wat gaat volgen, verklaren en maken Constantijns bekering minder wonderbaarlijk dan de traditie wil. Het verval was een proces van ontbinding; Diocletianus stelde het zogenoemde tetrarchaat in: een keizer in het oosten, een keizer in het westen en in beide delen van het rijk ook een onderkeizer.

Het langzame herstel van het rijk wordt uitstekend beschreven. De nieuwe eenheid vereiste ook een eenheid in de oude godsdienst en de tradities daarvan. Die leidt tot de christenvervolgingen, in het oosten, een van de verschrikkelijkste uit de geschiedenis. In het westen volstond de onderkeizer, Constantius, de vader van Constantijn, met het verwoesten van kerken in zijn gebied: Gallin BrittanniDe bouwdrift van de zoon moet ook daaruit verklaard kunnen worden!

Constantijn, die in 306 zijn vader als onderkeizer opvolgde, zag de tekenen van de tijd: de vergeefsheid van de vervolgingen, de doorgaande toename van christenen. Europa begint te veranderen. De bekering van Constantijn kan men zien als het eindpunt van die ontwikkeling. Het teken van de tijd bleek het teken van het kruis. Constantijn vocht zich naar het absolute keizerschap en daarmee naar de eenheid van het rijk dat Gods rijk werd. En in die twee-eenheid zit het noodlot, dat de kerk ook tot schepping van de keizer maakte, waardoor die zich aan het einde van zijn leven de dertiende apostel kon noemen. De eenheid van het rijk moest gegarandeerd blijven door de eenheid van het geloof. Vandaar ook Constantijns bemoeiingen met ketters en scheurmakers, zijn aanwezigheid op het Concilie van Arles en dat van Nicea.

Die hele omslag in het rijk, die zo plotseling lijkt maar door de voorgeschiedenis wordt voorbereid, krijgt in Odahls boek heel goed gestalte in een haast natuurlijke ontwikkeling. In wat volgt is vooral bijzonder te lezen hoe snel Contantijn zich het christendom eigen heeft gemaakt, maar hij heeft veel geleerd van Lactantius, die aan zijn hof enigszins de rol had van Alcuinus aan het hof van Karel de Grote: leermeester in de godsdienst, leermeester in de beschaving.

In het boek zijn nogal wat teksten van Constantijn zelf opgenomen; ze zijn wonderbaarlijk christelijk, van taal, van toon, met citaten uit de bijbel, traditioneel dus, ook traditioneel klassiek overigens. Hij moet erudiete secretarissen hebben gehad; Obdahl houdt ze te zeer voor authentiek, dunkt mij. Scepsis is trouwens het hele boek door niet zijn opvallendste eigenschap.

Er is veel contemporain materiaal in het boek verwerkt, schriftelijke bronnen uiteraard, maar ook, en dat in een overvloed die uniek is, munten. Constantijn heeft er vele laten slaan, ze leiden door de kennis van de numismaat die Odahl ook is door het leven van de keizer en de geschiedenis van zijn rijk heen. Bijzonder boeiend, bijzonder volledig ook, is het hoofdstuk over de stichting van Constantinopel en de bouw daar van het tweede Rome (het zou elfhonderd jaar blijven bestaan, als een tweede Jeruzalem ook) en dat over Helena's reis door Palestina. De haar toegeschreven vondst van het kruis van Christus is uiteraard een legende.

Met de stichting van Constantinopel heeft de grote eenheidsschepper een tweespalt geschapen, in het rijk, in de kerk niet minder. In het westen werd wat restte van het Romeinse rijk door de kerk overgenomen. Het Romeinse rijk werd rooms. In het oosten ontwikkelde de kerk zich, samen met het keizerrijk, tot die hoogmoedig Griekse institutie die nog altijd bewondering wekt. De breuk tussen Oost en West in 1054 toen werd de patriarch van Constantinopel door Rome geommuniceerd was onvermijdelijk. Het is nooit meer goed gekomen.

De twee grootste keizers zijn Augustus en Constantijn geweest. De eerste stichtte het Romeinse keizerrijk, de tweede herstichtte het. De hemel hielp. Die gedachte kan ook deze bewonderenswaardig erudiete studie niet verdringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden