Bejubel en ontmasker

Wielerjournalisten zijn in het defensief gedrongen door Armstrongs dopingbekentenis. Nu het nieuwe seizoen is begonnen, rijst de vraag wat zij moeten zijn: tegellichters of entertainers?

De mooiste zinnen komen van Rik Vanwalleghem, jarenlang een van de toonaangevende wielerjournalisten van België. Tegenwoordig is hij directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen, een museum annex brasserie in Oudenaarde waar wielerfans elkaar ontmoeten om de liefde voor hun sport te delen.


Op vrijdagochtend 22 februari zit Vanwalleghem aan tafel bij Jeroen Wielaert, die vanuit Oudenaarde zijn radioprogramma Lijn 1 presenteert. Wielaert zit daar omdat een dag later de Omloop Het Nieuwsblad wordt verreden, de traditionele opening van het wielerseizoen. 'Doping maakt het niet minder mooi', is het thema van de uitzending. Een stelling die de presentator zelf van harte lijkt te onderschrijven: gepassioneerd praat hij over de schoonheid van het wielrennen en over duisternis náást het licht.


Rik Vanwalleghem zegt zich enorm te verbazen over 'alle heisa' die sinds enige maanden over doping wordt gemaakt. Door de media dan, zegt hij; niet door de massa, want morgen bij de start van de Omloop zal het Gentse Pietersplein weer bomvol staan. En dan komen de mooie zinnen: 'Wij Belgen zijn tenminste warme, gezellige hypocriete jezuïeten. We denken in de beste katholieke traditie: je gaat biechten en dan ben je van al je zonden af. Daarna ga je weer lekker zondigen. That's the spirit.'


Alleen was degene die een paar maanden geleden in Nederland de crisis in de wielerjournalistiek aftrapte, ook een Belg: Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Op donderdag 11 oktober 2012 twitterde hij de volgende 106 tekens de wereld in: 'Is het schandaal rond Armstrong niet dé ultieme kaakslag voor de sportjournalistiek? Zien, horen, zwijgen?'


Vandermeersch had zijn tweet verstuurd omdat hij 'boos en geschokt' was, schreef hij een paar dagen later op de site van zijn krant. Omdat hij hoopte dat hij in een 'nieuwe en min of meer dopingvrije koerswereld' leefde, maar tot zijn verbijstering een week eerder een verpletterend dossier had gelezen, waarin werd aangetoond dat een van de grootste renners aller tijden - Lance Armstrong - zijn zeven Tour-overwinningen had behaald door op grote schaal te liegen, te bedriegen en mensen onder druk te zetten.


'Ik heb - letterlijk - geen oog dichtgedaan die nacht', schreef Vandermeersch. 'Voelde me boos, machteloos, ongelukkig. En stelde me vragen over ons vak, onze taak. Wij worden toch verondersteld om de waarheid bloot te leggen? Tegels te lichten? Misstanden aan de kaak te stellen? En dat begint met het stellen van vragen. Als wij, journalisten, op het moment dat het onszelf betreft, geen vragen durven - of blijkbaar mogen - stellen, dán zijn we pas vreselijk slecht bezig.'


In de maanden erna werd, in het kielzog van Armstrong, ook het gros van de wielerjournalistiek afgeserveerd door de collega's van de niet-wielerjournalistiek - en soms ook door de eigen vakgenoten. 'De meeste wielerjournalisten zijn fans with typewriters', zei de Ierse sportjournalist David Walsh, die jaren achter Armstrong aan joeg en daarbij naar eigen zeggen door zijn collega's vooral werd tegengewerkt. 'De beroepsgroep wordt gekenmerkt door een mix van onkunde, luiheid en gebrek aan nieuwsgierigheid', hoonde columnist Max Pam in HP/De Tijd.


Inmiddels is het vier maanden later en is het wielerseizoen gewoon begonnen. De NOS zond van de Omloop Het Nieuwsblad in tegenstelling tot eerdere jaren alleen een samenvatting uit, maar stapt zondag bij de 71ste editie van Parijs-Nice in om deels live en enthousiast verslag te doen.


Maar ook weer niet ál te enthousiast. Want er is wel degelijk iets veranderd, vindt hoofdredacteur NOS Sport Maarten Nooter. In december vergaderde hij met de ongeveer twintig bij het wielrennen betrokken redacteuren en verslaggevers over hun werkwijze in het komende seizoen. De bijeenkomst mondde uit in een paar beslissingen: een groepje vaste redacteuren houdt zich min of meer fulltime bezig met doping, er worden minder wedstrijden uitgezonden en de verslaggeving wordt zakelijker. De werkwijze wordt journalistieker, zeg maar.


'Dat mag je gerust zo noemen', beaamt Nooter. Het besluit van vorige week om De Omloop Het Nieuwsblad niet meer live te verslaan, heeft met die nieuwe werkwijze te maken. 'We zenden niet meer klakkeloos alles uit wat we aangeboden krijgen. De Omloop was jarenlang traditie, maar als je goed naar die wedstrijd kijkt, moet je constateren dat hij nogal aan relevantie heeft verloren. Wanneer is een wedstrijd interessant? Hoe lang moet de aanloop zijn om de kijker te kunnen laten snappen wat er gebeurt? Veel vaker zullen we pas op zender gaan als het spannend wordt, en laten we de presentator kort samenvatten wat er tot dan toe is gebeurd.'


Zijn besluit heeft, bezweert Maarten Nooter, niets te maken met angst voor schuimbekkende twitteraars of zure stukjesschrijvers. Hij vindt dat de wielerjournalistiek na alle dopingonthullingen niet kan doen alsof er niets aan de hand is. 'Er is in de paar maanden dat er niet is gefietst, meer gebeurd dan in de maanden dat er wel werd gefietst. Je vraagt je nu mét de rest van Nederland toch af wat we de afgelopen jaren precies hebben gezien. En dan moet je constateren dat we niet in alle gevallen naar sport hebben zitten kijken. Dat we huldigingen hebben uitgezonden van winnaars die later niet de winnaars bleken. Dat doet iets met het kijken naar sport. Daar past een wenkbrauw omhoog bij, zal ik maar zeggen.'


De grote vraag is: waarom nu? De geschiedenis van het wielrennen kent wel meer grote dopingschandalen. De 85ste editie van de Tour de France in 1998 kreeg de bijnaam Le Tour Dopage. In 2006 begon Operación Puerto te spelen, het dopingschandaal rond de Spaanse arts Eufemiano Fuentes die nu in Madrid terecht staat. Gedrogeerde wielrenners zijn van alle tijden.


'Operación Puerto legde in mijn ogen een veel grotere bom onder het wielrennen dan het rapport-Armstrong', zegt Raymond Kerckhoffs, ruim twintig jaar wielerverslaggever van De Telegraaf. 'Het rapport-Armstrong gaat over het verleden, maar de bloedzakken waar Operación Puerto over ging, fietsten op dat moment daadwerkelijk rond. Tóen zat ik wel met mezelf in de knoop. Tóen dacht ik: waar ben ik precies mee bezig? Moet ik hier wel mee doorgaan?'


Maar van een crisis in de algehele wielerjournalistiek was destijds geen sprake. Niet in 1998 en ook niet in 2006. 'Operación Puerto speelde kort voor de zomer, dus wij journalisten gingen meteen door naar de Tour. De publicatie van het UsadaSADA-rapport viel in de winter, buiten het wielerseizoen. Ik denk dat dat een enorm verschil heeft gemaakt.'


Kerckhoffs wil graag één ding vooropstellen: 'Wedstrijden waarbij 80 procent van de deelnemers aan de epo zit, kunnen natuurlijk niet. Dat massale epogebruik is een schande waarmee de wielersport verder moet leven. Epo is wel iets anders dan de middelen uit het verleden. Je gaat er 10, 15 procent harder van fietsen, daar is met talent of met hard trainen niet tegenop te boksen; wie het niet nam, kon gewoon niet meer mee. Dat moet je dus kritisch volgen, als verslaggever, zoals ik overigens altijd heb gedaan. En als een renner besluit mee te doen, is hij geen slachtoffer maar een dader. Iedereen blijft zelf verantwoordelijk voor wat hij doet. Regels zijn regels.'


Dat gezegd hebbende: 'Het is een totaal gekkenhuis momenteel, in de wielerjournalistiek. Het ene moment wordt gezegd dat Thomas Dekker een sleutelrol speelde in Operación Puerto, twee weken later gaat de beschuldigende vinger naar Cancellara. Dan denk ik: als binnen twee weken iedereen de boel helemaal omdraait, is dan nog sprake van journalistiek? Of van pure scoringsdrang?'


Volgens oud-wielrenner Maarten Ducrot, die ook komende zomer met Herbert Dijkstra de Tour zal becommentariëren, is het nog een beetje erger. 'We zitten gewoon in de communistenjacht van vroeger. De media in Nederland hypen op alles wat met doping te maken heeft. Elke nuance is daaruit verdwenen. Terwijl: waar hebben we het over? Een stel boerenkinkels op een fiets. Er zijn wel ergere dingen aan de hand.'


Niet dat Ducrot het allemaal wel best vindt, met de doping. 'Maar doping is niet het enige. Het hele wielrennen is radicaal anders dan vroeger. Niemand is meer de baas, de renners niet en de ploegleiders niet. Maar daar gaat de discussie niet over, die gaat uitsluitend over doping. In 1998 is dat begonnen met de Tour Dopage; toen werden de wielrenners zo ongeveer doodgeschoten. Ik vond het onbegrijpelijk dat alle schuld bij hen werd gelegd. Die jongens bedenken dat echt niet allemaal zelf. Ze moeten weten dat die spullen er zijn, iemand moet het ze in keurige doses toedienen. Er ontstaat een soort systeem waarin alles met alles samenhangt. En daar draait de journalistiek in mee.'


Voor veel vormen van journalistiek geldt tegenwoordig dat het onderscheid met entertainment dun is, maar voor de sportjournalistiek is vermaak de wortel waaruit ze is voortgekomen. De eerste sportjournalisten waren liefhebbers, die zich tot andere liefhebbers richtten. En ook nu moeten sportjournalisten mensen vermaken: het publiek kijkt niet naar Ajax-Twente of naar Parijs-Nice voor kale en feitelijke informatie.


'Ik zie mezelf vooral als journalist', zegt wielerverslaggever Gio Lippens van Radio 1. 'Minder als entertainer. Maar als ik op de motor zit en verslag doe van een koers, kan ik dat niet sober en ingetogen doen. Dan wordt het televisie waar je de kleur uit wegdraait. Ik moet de beelden voor de radioluisteraar inkleuren. Dus dat blijf ik doen. Hooguit kan ik proberen meer te duiden, uit te leggen dat je nooit zeker bent van wat je ziet. Vroeger zei je dan: 'Dit is te mooi om waar te zijn!' Met zo'n zinnetje kom je nu niet meer weg.'


In het live commentaar heb je vier rollen, meent NOS-commentator Maarten Ducrot. 'Je bent een oudeverhalenverteller. Je bent de ceremoniemeester en showmaster die er een leuke bedoening van moet maken. Je bent de journalist die informeert en de verhalen van wielrenners vertelt. En je bent duider. Dat is ingewikkeld hoor.' Ducrot is het 'behoorlijk eens' met Maarten Nooter dat de NOS moet doseren. 'Het lijkt me heerlijk om niet meer zeven uur achter elkaar te hoeven leuteren over kastelen en valpartijtjes en weet ik veel wat. Donder op met die kutfilmpjes. Twee uur Tour per dag is genoeg. Het gaat om de hoogtepunten, die moet je rechtstreeks uitzenden. En verder: verhalen vertellen, de diepte in en niet alleen maar meelullen.'


Rik Vanwalleghem van het Centrum Ronde van Vlaanderen vergelijkt de wielerjournalist graag met een culinair journalist. 'Een wielerjournalist, wat ik jaren geweest ben, is de man die verslag doet van een wedstrijd; zoals een culinair journalist op restaurant gaat en kijkt of de gerechten goed zijn. Van hem wordt niet verwacht dat hij de boeken inkijkt, de keuken controleert op zwartwerkers en checkt of er geknoeid wordt met de btw. Als dan plots blijkt dat zo'n restaurant niet deugt, zeg je toch ook niet: je hebt jaren over het eten geschreven en je had niet in de gaten dat er gefraudeerd werd? Daar zijn wielerjournalisten qua missie en qua capaciteit niet toe uitgerust.'


Sportjournalistiek is een zeer interessant vakgebied, zegt Vanwalleghem, en zeker de wielerjournalistiek. 'Het zweeft ergens tussen fictie en non-fictie. Bij zwemmen of lopen gaat er een startschot af en even later bereiken ze de finish. Tussendoor gebeurt er helemaal niets. Als je zo'n wedstrijd verslaat, kun je volstaan met één zin: Bolt wint de 100 meter.


'In de wielersport kijk je naar iets waarvan je nooit alle ins en outs weet. Wat je ziet, is niet eenduidig, en daarom is het fictie. Als ik moet kiezen of wielerjournalistiek entertainment is of journalistiek, kies ik voor entertainment. Absoluut. Je beschrijft in eerste instantie een evenement zoals een popfestival, en daar komen zaken bij als de psychologie van de mens die wordt geconfronteerd met eer en glorie én met allerhande zwakheden. Daar gaat het bij wielrennen heel erg over. Wielrennen is van alle sporten de meest efficiënte blikopener van de ziel.'


Overigens wordt ook in België gediscussieerd over de rol van de journalistiek na de jongste dopingschandalen. 'Bij de VRT hebben ze dezelfde gesprekken als bij de NOS, voor het eerst trouwens. Maar het zal weer overwaaien. Het waait altijd over. Je ziet bij dopingschandalen telkens hetzelfde patroon: er komt iets naar boven, daarop volgt de reflex van 'we zijn idioten geweest', daarna wordt er weer gefietst en gaat alles back to normal. Het zijn golven, alleen worden de pieken en dalen steeds heviger.'


De uitspraak van Nooter dat we niet in alle gevallen naar sport hebben zitten kijken, vindt Vanwalleghem grote flauwekul. 'Wie denkt dat sport vroeger iets maagdelijks en puurs was, een eiland van zuiverheid in een maatschappij die verder bol staat van het verderf, is naïef. Bij sport spelen geldkwesties, afrekeningen, doping, bedrog, en dat maakt dat het het mooiste vakgebied binnen de journalistiek is.


'De massa houdt nog altijd van het wielrennen. Als een koers niet meer echt is, alléén nog maar handjeklap en geld, voelt de massa dat scherp aan en zal ze zich afkeren, zoals indertijd met de kermiskoersen is gebeurd. Het echte probleem ontstaat als de renner met de beste apotheek wint. Maar het is nog altijd omgekeerd. Het beste paard verdient de beste haver; de beste coureur krijgt de beste medische begeleiding. Coureurs zijn zieke mensen, zo moeten ze ook worden behandeld.'


Het echte probleem, zegt Vanwalleghem, zit bij de journalistiek. 'De amplitude van de verontwaardiging is veel groter dan eerst. De media die Armstrong eerst bejubelden als de nieuwe messias, vallen nu over elkaar heen in hun ijver hem neer te zetten als schurk en crimineel. Ze zijn verwikkeld in een wedloop.


'Er is een enorm schisma aan het groeien tussen de media en de massa. Als je denkt dat je alleen nog maar scoort door keet te schoppen en steeds nieuwe schandalen boven te halen, dan zul je op den duur niet alleen de sport kapot maken, maar ook jezelf. Er moet evenwicht zitten in de manier waarop je naar een bepaalde sector in de maatschappij kijkt. Journalisten zijn dol op ontmaskeren; maar wie daarin doorslaat, haalt uiteindelijk de verhalen en de romantiek uit de maatschappij.'


WAT DOET DE NOS MET BOOGERD?

Of oud-wielrenner Michael Boogerd dit seizoen weer aanschuift bij de NOS is nog onduidelijk. In 2012 gaf hij onder meer commentaar bij de Tour de France. In oktober hebben Boogerd en de NOS elkaar voor het laatst gesproken. Maarten Nooter, hoofd sport van de NOS: 'Toen hebben we afgesproken dat we voorlopig niks zouden afspreken. Dat is nog steeds de stand van zaken.' Boogerd heeft altijd ontkend doping te hebben gebruikt. Volgens Nooter hangt een beslissing over verdere samenwerking niet af van een eventuele bekentenis. 'Het enige wat ik daarover kan zeggen is dat de Tour ook door twee mensen kan worden becommentarieerd in plaats van drie, zeker als we niet meer van die hele lange etappes uitzenden. Verder geldt dat de mensen die wij inzetten als analist, geloofwaardig en onafhankelijk moeten zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.