Bejaarden vervangen artiesten

Het moet een mooi ziekenhuis zijn geweest, met een rij huisjes voor het personeel in art-decostijl en kokette tuintjes. Iets ervan zie je nog in de Rue Carpeaux, pal naast de begraafplaats van Montmartre....

MARTIN SOMMER

Maar het hangslot op het hek spreekt voor zich, en voor wie het nog niet heeft begrepen, is elke deur, elk raam en elke muur onder een dikke laag graffiti verdwenen.

Het kinderziekenhuis Bretonneau is al jaren dicht en de kunstenaars die de vijftienduizend vierkante meter daarna in bezit genomen hebben, moeten per eind dit jaar ook al hun biezen pakken. 'Hier heerst een atmosfeer van fin de règne', verzucht Jerome, die in korte broek een rondleiding verzorgt langs de schamele resten. Afgelopen voorjaar kwamen de bulldozers. Van de anderhalve hectare paviljoens rest alleen nog het gebouw dat de façade vormt - dat staat op de monumentenlijst. De rest: de gebruikelijke woestenij van zand, puin en bedspiralen die bij de sloop hoort.

Over een jaar verrijst hier een verpleegtehuis voor bejaarden (symbolisch!). Jerome schopt tegen een stuk beton en wijst op de bordjes op het overgebleven paviljoen van het kinderziekenhuis - hier de afdeling hemobiologie, daar radiologie, daar biberonnerie, wat iets als zuigflesafdeling moet betekenen.

Twee fotografen zijn in de kelders met hun chemicaliën in de weer. Een enkele beeldhouwer ruimt zijn atelier uit. Jerome zelf is een regisseur zonder werk, al heeft hij twee draagbare telefoons aan zijn riem gegespt. Maar piepen doen ze niet.

Boven in een kantoortje zit Christelle Laluque, halverwege de dertig, arts plastique, zoals ze zich voorstelt. Haar kantoortje hoorde vroeger bij het huis van de ziekenhuisdirecteur. Gezeten bij zijn marmeren schoorsteenmantel kon die precies overzien of zijn ziekenhuisterrein door ongewenst volk werd betreden. Nu hangt Christelle Laluque uit het raam om Jerome met zijn twee telefoons wat toe te schreeuwen. Ze vertelt over de geschiedenis van het Hopital Éphémère, zoals het kinderziekenhuis werd herdoopt, nadat 'Jack-le-ministre-Lang' het in 1990 plechtig had overgedragen aan de kunstenaars.

Het Hopital Éphémère is een van de Usines Éphémères waarmee ze tien jaar geleden begonnen. Éphémère betekent volgens Van Dale kortstondig, broos, voorbijgaand, vluchtig, vergankelijk - een heel precieze en mooie uitdrukking van het idee. Ook in 1987 waren de huren in Parijs al van een angstwekkende hoogte, en was er een enorm gebrek aan atelierruimte. Sinds Jacques Chirac burgemeester werd van de hoofdstad - tien jaar eerder - voltrok zich een ingrijpend proces van gentrification: Monsieur-tout-le-monde vertrok naar de voorsteden, de oude goedkope huizen werden gesloopt en verruild voor dure flats. Grote delen van Parijs anno 1997 zijn in twintig jaar onherkenbaar veranderd - vaak niet in gunstiger zin.

Wat bleef over voor jonge, aanstormende maar arme kunstenaars? Een ellendig flatje in de banlieue, of terugkeren naar de provincie, waar de dood de pot regeert. Of een dienstbodekamertje op de achtste verdieping, met een stinkend toilet in het trapgat. In de jaren tachtig werd nogal eens een poging gedaan om een leegstaande school of fabriek te kraken. Maar de Franse politie is aanmerkelijk minder voor de poes dan de Nederlandse. En zo rees het idee dat het beter was in overleg met de autoriteiten te zoeken naar leegstaande gebouwen, om die om te toveren in 'vluchtige fabrieken' voor kunstenaars.

'Vluchtig', omdat het steeds gaat om gebouwen die op de nominatie staan om te worden gesloopt. De eerste usine éphémère was een voormalig chemisch fabriekje in het negentiende arrondissement. Het succes was groot, zowel bij het publiek als in de pers. Daarna volgde een oude knopenfabriek in het departement Oise.

En met het Hopital Éphémère sloegen de vluchtige fabrikanten in 1990 een grote slag. Anderhalve hectare vol paviljoens bood plaats aan 47 ateliers voor jonge schilders, beeldhouwers fotografen of videasten; acht muziekstudio's, acht doka's, een danszaal, drie toneelruimtes en drie expositiezalen. Geen wonder dat Jerome en Christelle Laluque met pijn in het hart afscheid nemen van hun ziekenhuis.

Christelle Laluque: 'Het doet pijn, maar we wisten van tevoren dat we hier alleen maar tijdelijk zouden kunnen zitten.' Aanvankelijk niet langer dan achttien maanden, dus wat dat aangaat geen klagen. Helaas gaat het ook overigens de onderneming niet fantastisch voor de wind. Op het hoogtepunt, een paar jaar geleden, telde de vereniging zeven filialen, waaronder een Quartier Éphémère in een voormalig kantoor in de Canadese stad Montreal en zelfs twee filialen in Marokko, een in Fez en een in Tétouan.

Op dit moment functioneren eigenlijk alleen de projecten in Marokko en Canada. De Franse fabrieken laten het afweten. Waarom? Christelle Laluque haalt haar schouders op. Ze hebben een paar projecten in de pen. Ze laat een foto zien van een voormalig klein-seminarie in Bayonne, tegen de Spaanse grens. Een zonnig, streng gebouw. En cours de réalisation staat eronder. Maar, verzucht Christelle Laluque, de ambtelijke molens malen langzaam.

Dit is het vierde deel in een serie over industriële gebouwen in Europa, die tegenwoordig een culturele bestemming hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden