Beiroet-Tel Aviv

Maandagavond. Bertus Hendriks, commentator over alles wat met het Midden-Oosten te maken heeft, is op de televisie. Hij vertelt over de Arabische top in Beiroet....

Was ik maar in Beiroet, denk ik jaloers. Het is een geweldige stad. Een van de mooiste, meest boeiende en meest spannende steden waar ik ooit was. Toen ik Beiroet zelf nog niet kende, had de naam al een mysterieuze klank. Dat komt waarschijnlijk door de beelden van vroeger, van vechtende commando's die langs kapotte huizenblokken in verwoeste straten renden. Later, begin jaren tachtig, toen ik in Israël woonde, was Beiroet een zwart gat. Een donkere schaduw in het noorden waar de jongens met wie ik zoende naartoe moesten. En waar ze van terugkeerden met verhalen die ze niet onder woorden konden brengen. Nu ik er een keer geweest ben, wil ik niets liever dan terugkeren.

Toen ik er vorig jaar midden in de nacht in het vliegtuig zat en het toestel hoogte verminderde om te gaan landen, herkende ik ongezien alles. Er liep een brede boulevard langs het strand. Overal restaurants. De neonverlichting glimmerde me van honderden meters lager tegemoet. Ik zag de golven wit stukslaan op de rotsen in zee. Eenmaal geland, was het alsof ik sliep en droomde. Het hypermoderne vliegveld leek heel erg op een plek die ik goed kende, maar dan anders. Dezelfde mensen, maar dan in een andere rol.

Beiroet is een relatieve nieuwkomer in mijn leven. Ik kan niet anders dan het voortdurend vergelijken met Tel Aviv. Dezelfde zee en hetzelfde strand. Dezelfde palmen. Dezelfde struiken en bloemen en dezelfde luchtjes. Dezelfde hoemmoes en kebab. Maar tezelfdertijd totaal anders. Hoever liggen deze twee steden fysiek van elkaar? Honderdvijftig kilometer? Met een auto zou je in drie uur van de ene stad naar de andere kunnen rijden, zoals je van Amsterdam er een paar uur over doet om in Brussel te komen. Waarbij Tel Aviv met alle terrasjes, galerietjes en andere kunstzinnige pretentie Amsterdam vertegenwoordigt, en Beiroet het rauwe grotestadsleven van Brussel. Als die klotegrens er maar niet lag, halverwege.

Tel Aviv is de geliefde die me tezelfdertijd aantrekt en afstoot. Ik kan me een leven voorstellen waarin ik door de straten loop, naar de supermarkt ga, de was ophang op het balkon en een krant koop bij een sigarenwinkel die ook notenbar is, vierentwintig uur per dag open blijft en waar op de bovenste plank stoffige flessen Israëlische brandy en oude dozen kersenbonbons staan. Ik kan me ook een leven in Beiroet voorstellen. Dat ik daar door de straten loop, naar de supermarkt ga, de was ophang en een krant koop bij een kantoorboekwinkel waar je ook kunt internetten en krasloten kunt krijgen en waar ze broodtrommels en linealen hebben van Winnie-the-Pooh.

Alles is net anders. De taal, de gebaren, zelfs de manier waarop groepjes studenten over de boulevards slenteren. Maar wel twee sets stadsbewoners die allebei iets heel wezenlijks hebben ontdekt over hoe het leven moet worden geleefd. De combinatie van de twee steden zou ideaal zijn. Maar de beelden schuiven heel moeilijk over elkaar, in mijn hoofd.

Beiroet is druk en vies. Op straat is het een chaos. Als je in Beiroet kunt autorijden, kun je het overal. Maar Tel Aviv heeft dat ook. Wanneer je geld hebt in Beiroet, kun je als een koning leven. Als je arm bent, of Palestijn in een vluchtelingenkamp, kun je het schudden. Maar dat geldt voor Tel Aviv in zekere zin ook, hoewel de verschillen tussen arm en rijk minder extreem zijn, en de vluchtelingenkampen niet in de achtertuin staan, maar verstopt liggen in de Gazastrook.

De Beiroeti's zijn vriendelijk en gastvrij. Je ontmoet iemand en binnen een paar dagen ben je opgenomen in de vriendenkring. De Tel Avivi's hebben het daar te druk voor. Maar ze zijn 'heimischer'. Je hebt er restaurants waar je aardappelpuree en haring met bietjes kunt eten. In Beiroet moet je voor het thuisgevoel naar de Burger King.

In beide steden ben ik een vreemdelinge, maar dat maakt niet uit, want zowel Tel Aviv als Beiroet is dat zelf ook. Tel Aviv is het zinnebeeld van een westerse manier van leven in een land dat zich daar steeds verder van afkeert. Er staan Bauhaus-huizen, mensen eten er sushi en gaan er naar de opera. Beiroet is op een andere manier vervreemd van haar achterland. Geen groter verschil dan tussen de uitgaanswijk Ashrafieh, waar in de Amsterdam Bar halfnaakte meiden staan te trippen op wat je maar kunt bedenken, en de Bekaa-vallei vijftig kilometer verderop. Er klopt iets niet, op beide plekken, en het tij keert zich meer en meer tegen deze manier van leven. Maar iedereen gaat intussen gewoon door met waar hij mee bezig was. Misschien daarom houd ik van allebei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden