Beiroet heeft het, als er geen bom afgaat

Libanezen zijn wereld- kampioen kop-in-het-zandsteken, maar na de aanslag van vorige week wordt dat wel moeilijk. Hoe lyrisch ze ook zijn over hun levensstijl, veel jongeren overwegen toch naar Europa te vertrekken. 'Het is voor mijn kinderen.'

BEIROET - 'Fuck it, fuck it, fuck it,' opent Wael Youssef het gesprek. 'Vorige week donderdag hadden we eindelijk goed nieuws voor de fabriek: buitenlandse klanten willen onze formule kopen. En toen vrijdag: boem.' Een bomaanslag. Hij vlijt zich neer in de stoel bij café Laziz in West-Beiroet, grijpt de klaarstaande waterpijp en trekt dan een brede grijns.


'Weet je wat? Ik ga niet meer sparen ook', zegt de 31-jarige chemicus met een knik naar de gevulde H&M tas naast zich. 'Ik geef mijn geld lekker uit en ga gewoon weer bij de dag leven. Iedere keer als het even goed gaat, gebeurt er weer iets. Fuck it.'


Chronische instabiliteit. Wael en de andere vier miljoen Libanezen lijden er al decennia onder. Libanon staat bekend om haar vrije klimaat, moderne maatschappij, prachtige natuur, zon, zee en strand - en sektarische milities, bomaanslagen, politieke moorden en een slopende burgeroorlog in de jaren zeventig en tachtig.


Een haat-liefdeverhouding met het land is het resultaat. Libanezen zijn noodgedwongen wereldkampioen kop-in-het-zand-steken. Ze hebben tientallen jaren geoefend.


Toen Amerikaanse mariniers bij een invasie in 1958 aan land kwamen, liepen ze dwars tussen groepen zonnende Libanese vrouwen in bikini door. Terwijl Israël in 2006 de zuidelijke buitenwijken van Beiroet bombardeerde, trokken rijke Libanezen zich terug in de bergen. Wie dat niet kan betalen, zit de rit uit en hoopt dat het snel over is.


Oude spanningen

'Ontkenning' is de tactiek van Heba, een jonge vrouw uit Tariq el-Jedide. Vanuit deze soennitische arbeiderswijk openden milities na de bomaanslag afgelopen week het vuur op een sjiitische wijk - oude spanningen tussen de twee religieuze gemeenschappen vlammen weer op doordat ze tegengestelde kanten in de Syrische burgeroorlog steunen. Een dode en zes gewonden waren het gevolg.


'Ik zet gewoon de muziek harder, doe alsof het vuurwerk is, negeer de what's-appjes die vragen hoe het gaat', zegt Heba, een mondhoek opgetrokken in een grimas. 'Wat moet ik anders? Ik weet niet eens of ik er morgen nog ben, maar ik probeer me niet constant zorgen te maken.'


Beiroet reflecteert de 'opstaan en weer doorgaan'-houding van de Libanezen. Heel even was de bruisende Libanese hoofdstad stil in de uren nadat vorige week vrijdag de eerste bomaanslag in vier jaar een prominent lid van de anti-Syrische oppositie doodde.


Maar de dag erop, terwijl vuurgevechten in het noorden van Libanon het nieuws domineerden, vervingen glaszetters de ruiten rondom de plek des onheils en ging de ABC Mall weer open. Terwijl kwade jongeren delen van de hoofdstad lamlegden met brandende autobanden, stroomde naast de bomkrater Costa Coffee vol. Op zaterdagavond begon het alweer te gonzen van beschonken Libanezen in en rond de kroegen op Gemmayze Street verderop. Beiroet hield even haar adem in, en liet de lucht toen weer langzaam ontsnappen.


Maar onder alle bravoure gaat een nationale benauwdheid schuil. De jongere generatie is diep gefrustreerd over de spaken die Libanon telkens in hun wielen steekt. Libanese vrienden klaagden de afgelopen dagen over hoofdpijn, nachtmerries en depressie. Facebook stond vol berichten als 'ik heb het gehad met dit kloteland' en aankondigingen van emigratie.


De afgelopen maanden trof ik Wael Youssef geregeld aan op de bank met zijn hoofd in zijn handen en een halfvolle fles whisky op tafel voor hem. Hij is 31 en op zoek naar stabiliteit, een regelmatig inkomen, een gezin. Voor hem is de fabriek in polymeren die hij met een paar vrienden op wil zetten de laatste kans om te voorkomen dat hij eindigt in een apotheek voor vierhonderd dollar per maand. Libanon lijdt naast chronische instabiliteit ook aan een falende overheid, almaar stijgende kosten voor het levensonderhoud, een gestaag groeiende kloof tussen arm en rijk en een diep corrupte samenleving waarbij gelijke kansen niet de sleutelwoorden zijn.


Wael Youssef heeft geen rijke oom die hem een baan kan bezorgen. Als de fabriek niets wordt, is hij weg. Zijn vrienden, die eerder hun biezen pakken, verdienen goed geld in Golflanden als Saoedi-Arabië of Dubai. En zijn broers zitten al in Berlijn. 'Ik hou van dit land, maar ik haat de bommen', zegt hij.


Hij zou niet de eerste zijn. Libanon lijdt onder een chronische braindrain: een land vol hoogopgeleiden en potentie, maar zonder vertrouwen in de toekomst. Wie het kan betalen, vertrekt.


Zoals Michael Karam, een 47-jarige Brits-Libanese journalist die twintig jaar geleden naar Libanon kwam. 'Ik wist niet wat ik wilde met mijn leven, de burgeroorlog was net voorbij en ik dacht dat we samen konden groeien, Libanon en ik', zo schrijft hij in Leaving Lebanon voor het Britse blad The Spectator.


'Dysfunctionele stad'

Nu pakt hij zijn spullen. 'Libanon is een dysfunctionele plek', zegt Karam. 'Dat werd altijd goedgemaakt door de levensstijl, maar het laatste jaar gaat het van kwaad tot erger. Mijn kinderen zijn nu 15 en 16 jaar oud en ik wil dat ze hun opleiding ergens anders afmaken, dat ze een ander leven zien.'


Maar als Michael Karam wordt gevraagd wat uit te wijden over de andere kant, verliest hij zich in een lofzangbloemlezing die de worsteling laat zien van iedere Libanees.


'De levensstijl. In Europa sparen ze het hele jaar om naar dit soort plekken te komen. De zon, de zee, de stranden, het klimaat. Dat hebben wij naast de deur. En de wijn, de restaurants, de bruisende sfeer - als Libanezen samenkomen, is het gewoon gezellig!'


' Maar goed', zegt hij zacht bij de gedachte dat hij dat allemaal gaat missen in Europa. 'Daar wen ik wel weer aan.'


Het is Libanon in een notendop. Haat en liefde. Gezelligheid en onveiligheid. Hoop en vrees.


Geen wonder dat het onder Karams online-artikel barst van waarschuwingen van Libanezen die eerder al vertrokken. 'Je kunt Libanon wel verlaten, maar verlaat Libanon jou?' vraagt ene Lebinion. 'Want als er niemand aan het schieten is, is het echt een geweldige plek.'


Michael KaramBrits-Libanese journalist die toch Libanon verlaat


HebaEen jonge vrouw in Beiroet over de schietpartijen vorige week


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden