Beiroet, dat zijn 'de anderen'

Waarom is er in het Westen zoveel aandacht voor de aanslagen in Parijs en zo weinig voor die in Libanon?

Beeld An-Sofie Kesteleyn / de Volkskrant

Westerse media hebben geen oog voor wat er buiten de westerse wereld gebeurt. Tenminste, een kijkje op Twitter of Facebook na de aanslagen in Parijs en de dubbele bomaanslag in Beiroet een dag eerder, doet vermoeden dat die laatste nauwelijks aandacht kreeg. En dat dit natuurlijk altijd zo gaat: ons, in onze etnocentrische bubbel, kan het niks schelen als de mensen elders de lucht in gaan. Rampspoed moet zich op onze drempel melden om interesse te wekken.

Onzin, reageert een aantal journalisten. Zoals de Brit Martin Bellam (hij werkte onder meer voor de BBC en The Guardian) blogt: 'Dat de media niet zouden berichten over terroristische aanslagen buiten Europa is een leugen. Zoek op Google nieuws en je vindt pagina's aan verslagen van de aanslag in Beiroet.' Hij heeft gelijk. Ook Max Fisher, buitenlandredacteur van de Amerikaanse nieuwssite Vox, wijst erop dat de media uitgebreid hebben bericht over de bomaanslag in de Libanese hoofdstad. Bellam en Fisher geven beiden een rits aan voorbeelden om hun punt te maken.

Maar een disbalans in de berichtgeving is er wel degelijk. De Volkskrant ruimde maandag 21 pagina's in voor de aanslagen in de Franse hoofdstad, waarbij zeker 130 mensen om het leven kwamen. In de krant van vrijdag, nog voor het drama in Parijs zich voltrok, verscheen één bericht over de dubbele bomaanslag in Beiroet. Daarbij vielen zeker 45 doden. Het contrast kan bijna niet groter. Online zijn de verhoudingen vergelijkbaar.

Is dat niet begrijpelijk? Een krant of een nieuwssite is afhankelijk van lezers. Als die meer interesse hebben in stukken over Parijs dan over Libanon, is dat niet de fout van de journalist, klinkt door in het stuk van Fisher voor Vox. Hij deed meerdere keren verslag van aanslagen in het Midden-Oosten en Azië. 'Lokale verslaggevers en buitenlandcorrespondenten in het veld interviewen dagenlang slachtoffers en maken gedetailleerde reconstructies, hoewel ze weten dat lezers de verhalen zo goed als zeker gaan negeren', schrijft hij.

Maar het gaat om meer dan alleen de hoeveelheid nieuwsberichten. 'Te veel mensen zien dit als een wedstrijd', zegt blogger Joey Ayoub, een in Frankrijk geboren Libanees.

Het hart, niet het hoofd

Alleen desinteresse van de lezer verklaart niet de verschillende behandeling van Parijs en Beiroet. Die logica veronderstelt dat nieuwsredacties op de vrijdagavond dat het nieuws over Parijs binnenkwam, een weloverwogen besluit namen over de hoeveelheid en het soort berichten. Zo werkt het niet. De onlineredactie van de Volkskrant, waarvoor ik werk, stortte zich direct op het nieuws en opende een liveblog. Voor rustige afwegingen is dan nauwelijks tijd. Journalistiek is even een kwestie van het hart, niet van het hoofd.

Mensen, dus ja, ook journalisten, identificeren zich nu eenmaal gemakkelijker met vrienden, familie, landgenoten of, iets verder, met mensen uit hetzelfde deel van de wereld, dan met 'anderen'. De meeste Nederlanders zullen zich meer verwant voelen met Parijzenaren dan met Libanezen. Dat heeft niet alleen met geografische nabijheid te maken: een gedeelde cultuur en gedeelde waarden leidden bijvoorbeeld tot eenzelfde reactie op het nieuws door Amerikaanse media.

Maar vaak gaat het ook om 'pure politiek', meent blogger Ayoub. 'Na 9/11 werd Frankrijk gedemoniseerd door Bush, omdat het niet meedeed aan de Irakoorlog.' Destijds was de band tussen de Amerikanen en de Fransen kennelijk minder sterk dan nu de twee landen gezamenlijk optrekken tegen IS. Ayoub, die zich met zowel Parijs als Beiroet verbonden voelt, denkt dat de nasleep van deze aanslagen belangrijke vragen oproept over wie 'wij' en wie 'zij' zijn.

Macht

Want als onze reacties worden bepaald door geografische nabijheid, horen onze niet-westerse landgenoten dan ook bij het 'wij'? En als het om gedeelde waarden draait, bij wie horen de vrijheids-lievende burgers van Beiroet dan?

De antwoorden op die vragen zijn vooral te vinden in macht, betoogt Ayoub in een stuk voor weblog Hummus for Thought. 'Het lijkt erop dat de dood van mijn mensen in Beiroet er voor de wereld minder toe doet dan de dood van mijn andere mensen in Parijs', schrijft hij. Inwoners van Beiroet kregen geen 'safe-button' van Facebook, geen nachtelijke reacties van de machtigste wereldleiders en geen monumentale gebouwen verlicht met de Libanese vlag. 'En als ik over 'de wereld' spreek, sluit ik het grootste deel van de wereld uit. Dat is hoe machtsstructuren werken.'

Trauma

Ook Vox-redacteur Fisher vindt dat het probleem over grotere zaken gaat dan media alleen. De achterliggende gedachte, schrijft hij, 'gaat over een gevoel dat de wereld als geheel het trauma van Beiroet niet erkent en vergelijkbare trauma's negeert als ze op de verkeerde plek plaatsvinden. De wereld geeft werkelijk meer om Frankrijk dan om Libanon. En dat heeft gevolgen.'

Fisher doelt onder andere op het verschil in behandeling van beide landen als het gaat om de vluchtelingencrisis. Libanon neemt 1,1 miljoen Syrische vluchtelingen op, terwijl Frankrijk nog geen 7.000 asielaanvragen van Syriërs kreeg. Eén op de vijf inwoners van Libanon is vluchteling. Top na top wordt belegd om Europese landen op één lijn te krijgen over het vluchtelingenvraagstuk, terwijl Libanon nog altijd niet de financiële steun heeft ontvangen waar de Verenigde Naties om vragen. De wereld geeft dus minder om Beiroet dan om Parijs. Het ligt niet aan de journalisten die proberen te berichten over gebeurtenissen in de Libanese hoofdstad.

Hoe dat komt, heeft weer wél met berichtgeving te maken. Niet met het aantal artikelen, maar met de inhoud. In de nasleep van 'Parijs' verschenen stukken over restaurantjes, cafeetjes, bakkerijen, de levendige Parijse cultuur, Parijs als stad van de liefde, Frankrijk als voorvechter van mensenrechten. Hetzelfde gebeurde niet met Beiroet, dat tussen de jaren veertig en de jaren zeventig het 'Parijs van het Oosten' werd genoemd. 'De mooie dingen van het dagelijks leven', schrijft Annia Ciezadlo in The Washington Post, 'de lucht van vers brood, lachende kinderen die naar school gaan, geliefden in een café, bepalen niet het beeld dat het Westen heeft van Beiroet, zoals ze dat wel doen voor Parijs'.

Libanon wordt gezien als een ver oord waar het permanent oorlog is, stelt Anne Barnard in The New York Times. Een hardnekkig beeld, met grote gevolgen. Van een bomaanslag meer of minder liggen 'wij' niet wakker: Libanon is intrinsiek gewelddadig, 'zij' zullen het wel gewend zijn.

Dit beeld staat niet geheel los van de werkelijkheid. Libanon kreeg in 2014 136 terroristische incidenten te verduren waarbij 68 doden vielen, Frankrijk 11, met 1 dodelijk slachtoffer. Maar zo gewoon zijn die bommen voor Libanon ook weer niet. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1943 tot het uitbreken van de burgeroorlog in 1975 leefden mensen in Libanon in vrijheid en veiligheid en trok het multiculturele land toeristen van over de hele wereld.

The New York Times beschreef Burj al-Barajneh, de wijk in Beiroet waar twee bommen afgingen, als Hezbollah stronghold, bolwerk van een terreurbeweging. Het slachtoffer was de burgerbevolking. 'Dit is geen neutrale manier om een burgerwijk te beschrijven waar net een aanslag is gepleegd', schrijft Barnard. Het zet de inwoners neer als strijders, niet als burgers. Terwijl Burj al-Barajneh volgens Ciezadlo en Barnard nog steeds een levendige en liberale wijk is. Mensen gaan er naar de kapper, doen er boodschappen, drinken er wat met vrienden. Als we dat weten, komt het verre Beiroet misschien toch dichterbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden