Column

Beide Korea's streven officieel naar vreedzame eenwording, maar dat is niet mogelijk zonder revolutie

Jeroen Visser in Pyeongchang

In 1996 werd vlakbij Gangneung een Noord-Koreaanse spionage-onderzeeër aangetroffen. De zoektocht naar de bemanningsleden leidde tot een van de grootste klopjachten in de Zuid-Koreaanse geschiedenis, waarbij zeventien Zuid-Koreanen om het leven kwamen. Toch wordt de onderzeeër nu tentoongesteld als symbool van eenwording. 'Die ironie zie je nu eenmaal overal in ons land.'

Kim Yong-chol op een archieffoto uit 2007 Foto ap

Op 18 september 1996, even na middernacht, ontdekte een taxichauffeur op de kustweg iets ten zuiden van Gangneung een gevaarte in zee. Het bleek om een Noord-Koreaanse spionage-onderzeeër te gaan, die kort daarvoor op een rots was gelopen. Van de bemanningsleden ontbrak elk spoor.

Hierop volgde een van de grootste klopjachten in de Zuid-Koreaanse geschiedenis. Veertigduizend militairen kamden de omgeving af op zoek naar - zo bleek later - 25 bemanningsleden. Rond het middaguur troffen soldaten een luguber tafereel aan. Elf ongewapende Noord-Koreanen, niet getraind voor dit soort infiltratieoperaties, waren door hun medesoldaten geëxecuteerd.

In de dagen erna wisten de Zuid-Koreanen één bemanningslid gevangen te nemen en elf anderen te doden. Pas na anderhalve maand werden de laatste twee spionnen, goed getrainde commando's die zich in de bergen hadden verschanst, uitgeschakeld. De tol was hoog: zeventien Zuid-Koreanen kwamen om het leven, inclusief zes burgers.

De 35 meter lange onderzeeër staat tegenwoordig tentoongesteld op de plek waar de Noord-Koreanen aan land gingen. Jaarlijks komen tienduizenden mensen naar het 'Eenwordingpark' om het roodgroene gevaarte bekijken.

In zijn kantoortje vertelt manager Kim Dae-hyuk dat het park zo heet omdat de onderzeeër naast een herinnering aan de dreiging met Noord-Korea ook een aanmoediging is tot hereniging van de beide Korea's. 'Dit is precies waarom we moeten stoppen met vechten', zegt Kim.

Tijdens de klopjacht werd de destijds 25-jarige Kim door het leger opgeroepen en op een heuvel dicht bij het stadhuis van Gangneung op wacht gezet. 'Het waren spannende dagen. De restaurants gingen voor het donker dicht en veel bewoners waren bang. 's Nachts hoorde je het schieten in de bergen.'

Ik vraag Kim hoe hij na al die agressie de onderzeeër als symbool van eenwording kan zien. Hij denkt even na en zegt: 'Die ironie zie je nu eenmaal overal in ons land.'

In de grondwet is bepaald dat Zuid-Korea streeft naar hereniging. Het 'ministerie van Eenwording' is met die taak belast. Ook Noord-Korea heeft dat doel in de grondwet opgeschreven. Probleem is wel dat beide kanten zichzelf zien als de rechtmatige regering van het ooit verenigde schiereiland.

Die fundamentele tegenstelling wordt steevast genegeerd als de twee landen elkaar ontmoeten. Kim Yo-jong, de zus van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, schreef na haar bezoek aan de openingsceremonie van de Spelen in een gastenboek dat 'de toekomst van eenwording en voorspoed voor het Koreaanse volk dichterbij is gekomen'.

Ongetwijfeld zullen die woorden herhaald worden door een Noord-Koreaanse delegatie van hooggeplaatste officials, die zondag de slotceremonie bijwoont. In werkelijkheid sluiten de noordelijke totalitaire dictatuur en een zuidelijke liberaal-democratische republiek elkaar fundamenteel uit. Een vreedzame eenwording zal niet mogelijk zijn zonder een revolutie in een van de twee landen.

Tot die tijd zal het waarschijnlijk wel oorlog blijven en kunnen incidenten zoals die met de onderzeeër in Gangneung zich weer voordoen. De man die dit weekend de Noord-Koreaanse delegatie aanvoert, Kim Yong-chol, vormt daarvan het levende bewijs. Kim was eerder hoofd van de Noord-Koreaanse militaire inlichtingendienst. Aangenomen wordt dat hij verantwoordelijk was voor het torpederen van een Zuid-Koreaans marineschip, in 2010, waarbij veertig doden vielen. Het was diezelfde inlichtingendienst die in 1996 de onderzeeër richting Gangneung stuurde.