Behulpzaam porren waar het pijn doet

Is de overheid structureel arrogant? Treedt de politie te hard op? De Nationale Ombudsman komt op voor burgers in de knel.

Een soort Batman voor de burger wordt hij wel eens genoemd – de ombudsman. Hij komt op voor de burger die verstrikt is geraakt in de krochten van de bureaucratie. Op het moment dat alle hoop verloren lijkt, komt hij in actie. En dat allemaal gratis en voor niks. Want de ombudsman stuurt nooit een rekening. Wie kan er tegen zo’n redder in nood zijn?

Grondwet
Ruim een kwart eeuw bestaat de Nationale Ombudsman nu. Sinds 1999 heeft het instituut zelfs een plaatsje in de Grondwet als een van de Hoge Colleges van Staat. Het instituut staat als een huis en lijkt totaal onomstreden. Maar net als voor die andere hoge colleges geldt: onaantastbaar is de Ombudsman niet. De burger, de politiek en ook de regering praten terug.

De 57-jarige Alex Brenninkmeijer, de vierde ombudsman, merkte dat het afgelopen jaar. Een groot deel van de Tweede Kamer én de regering hadden flinke kritiek op zijn jaarverslag. Daarin verweet Brenninkmeijer de overheid dat die goedwillende burgers ‘hufterig’ behandelde, en constateerde hij dat er flinke nadelen zitten aan marktwerking bij de uitvoering van overheidstaken.

‘Een zwart-wit verhaal’, luidde de reactie van premier Balkenende. De VVD kreeg, luisterend naar Brenninkmeijer, hallucinaties over het SP-partijprogramma. CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek sprak van ‘een karikatuur’ en zei geen behoefte te hebben aan een debat over de particuliere politieke overtuigingen van de ombudsman.

Lesje
Alexander Pechtold (D66), groot voorstander van de Hoge Colleges van Staat, zou het zo graag anders zien: Wanneer de Nationale Ombudsman de overheid scheert, zit de regering stil. Dát zou nog eens een lesje zijn voor de hele samenleving, zegt de leider van D66. ‘Ik trek dat zo door naar de agent die een vervelend Marokkaantje toespreekt: Nu is de agent aan het woord en houd jij even je mond!’

De D66-voorman ziet het in zijn dromen helemaal voor zich. Geconfronteerd met een kritisch rapport van de ombudsman trekt de premier een zorgelijk gezicht. Er komt een Kamerbrief. Op zijn minst. Al de volgende dag nodigt de premier de ombudsman uit voor een urenlang onderhoud op het Torentje. Aansluitend volgt een persconferentie, waarin beiden uitleggen waar ze dichter tot elkaar zijn gekomen en waar onverhoopt nog verschillen van opvatting liggen. Pechtold: ‘En deemoed wil ik zien. Deemoed!’

De werkelijkheid is dat er tegenwoordig helemaal niet zomaar nederig en kritiekloos wordt geluisterd naar wat de ombudsman – de redder in nood van de burger – te zeggen heeft. Hoe gevoelig zijn de positie van de ombudsman is, bleek onlangs in Rotterdam. De lokale ombudsman Migiel van Kinderen had daar de huisbezoeken van interventieteams vergeleken met praktijken uit de Tweede Wereldoorlog. Hij noemde de betrokken ambtenaren ‘laagopgeleid geboefte’. Niet alleen zijn persoon, maar ook het instituut Ombudsman liep schade op.

Spek en bonen
Leefbaar Rotterdam, de grootste oppositiepartij, eiste zijn ontslag, maar kreeg dat niet. De regerende PvdA hield Van Kinderen de hand boven het hoofd, maar steunde en passant in een adem wel een motie om de frequentie van de door hem verfoeide huisbezoeken nog verder op te voeren. De Rotterdamse ombudsman zat er voor spek en bonen bij. Van Leefbaar Rotterdam hoeft Van Kinderen helemaal niets meer te verwachten. Partij-kopstuk Pastors: ‘Voor ons is hij ontslagen. We doen helemaal niks meer met hem.’

Maar Van Kinderen is in Rotterdam inmiddels al aan zijn derde termijn als ombudsman bezig. Tweemaal is hij vrijwel automatisch herbenoemd.

‘Voor een volksvertegenwoordiging is het ongelooflijk moeilijk om de luis in de pels de wacht aan te zeggen’, zegt de onlangs als burgemeester vertrokken Ivo Opstelten over de Rotterdamse affaire. ‘Een herbenoeming zou heel degelijk moeten gebeuren. Maar in de praktijk moet de ombudsman zélf zijn effectiviteit wegen en besluiten of hij doorgaat of niet. Dat is niet altijd goed. Zes jaar is eigenlijk wel lang genoeg.’

Gehakt
Opstelten heeft een duidelijke voorkeur voor de stijl van de Nationale Ombudsman. Ook met hem had hij meermalen van doen. Vorig jaar nog maakte Brenninkmeijer gehakt van het optreden van de Rotterdamse politie na een wedstrijd tussen Feyenoord en Ajax in 2006. Het rapport was keihard. ‘Maar in de persoonlijke verhoudingen is er nul schade’, zegt Opstelten. ‘De opstelling van de Nationale Ombudsman vond ik zakelijk en prettig.’

CV
1951 - Geboren in Amsterdam
1964 - 1970 Hbs-b in het Groningse Haren
1971 - 1976 Studie Rechten aan Rijksuniversiteit Groningen. Haalt tevens zijn onderwijsbevoegdheid economie.
1976 - 1980 Wetenschappelijk medewerker staatsrecht Katholieke Universiteit Nijmegen
1980 - 1984 Wetenschappelijk medewerker staats- en bestuursrecht Katholieke Universiteit Brabant
1984 - 1987 Plaatsvervangend voorzitter Raad van Beroep in Amsterdam (Rechter), rechter in eerste aanleg
1987 - Promotieonderzoek naar betekenis van onafhankelijke rechtspraak, Katholieke Universiteit Brabant
1987 - 1995 Raadsheer bij de Centrale Raad van Beroep (hoogste rechter in sociale verzekeringen en ambtenarenzaken)
1988 - 1997 Rechter (plaatsvervangend) bij rechtbank Arnhem
1992 -1995 Hoogleraar burgerlijk procesrecht, Universiteit van Amsterdam
1995 -2000 Vicepresident bij de Centrale Raad van Beroep
1995 -2005 Hoogleraar staats- en bestuursrecht, Universiteit Leiden.
1999 - 2005 Raadsheer (plaatsvervangend) Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, belastingkamer
2002 - 2005 Raadsheer (plaatsvervangend) Centrale Raad van Beroep
2003 - 2005 Bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen, en arbeidsvoorwaarden bij de overheid en mediation, Universiteit Leiden
2005 nu Nationale ombudsman

Alex Brenninkmeijer heeft twee zoons. Zijn partner is hoogleraar Europees recht Sacha Prechal.

]]>

Het doet de vraag rijzen hoe afhankelijk het instituut Ombudsman is van de functionaris die het ambt bekleedt. Is kritiek op de functionaris ook meteen kritiek op het instituut? Of is dat instituut inmiddels sterk genoeg om kritiek op die toevallige functionaris te overleven?

Vooral op het moment dat een ombudsman wel of niet herbenoemd kan moet worden, speelt het dilemma op. De benoemende instanties – Tweede Kamer of gemeenteraad – durven amper nauwelijks kritiek te uiten op de functionaris, uit vrees dat dit wordt opgevat als kritiek op het fenomeen ombudsman. krijgen de laatste jaren zelf steeds meer kritiek. Dat maakt het lastiger kritisch terug te doen.

Slecht verliezer
‘Een gemeenteraad die kritisch bejegend wordt door de lokale ombudsman en die dan na zes jaar diezelfde ombudsman niet herbenoemt, laadt de verdenking op zich een slecht verliezer te zijn’, stelt Gert Schutte, de oud-GPV-leider die sterk betrokken was bij de installatie van de eerste ombudsman. Ze benoemen daarom dan tóch maar. Jammer, vindt Schutte. ‘Het zou beter zijn als volksvertegenwoordigers wat onbevangener met die verantwoordelijkheid zouden omgaan.’

De geschiedenis leert dat ombudsmannen vooral zelf bepalen wanneer ze weggaan. De eerste Nationale Ombudsman – Jacob Rang, geïnstalleerd in 1982 – functioneerde moeizaam, maar vertrok na zes jaar uit eigen beweging met gezondheidsklachten. De tweede, Marten Oosting, deed twee termijnen en besloot toen eveneens zelf dat het welletjes was. Ombudsman nummer drie, Roel Fernhout, vertrok na een termijn, in 2005, ook wegens gezondheidsklachten.

In hetzelfde jaar werd hij opgevolgd door Alex Franciscus Maria Brenninkmeijer, geboren in Amsterdam op 29 juni 1951, tot zijn benoeming hoogleraar staats- en bestuursrecht en bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden. Hij is oud-rechter maar ook en tegelijk pionier in Nederland van de de vaderlandse mediation – geschillenbeslechting buiten de rechter om.

Porren
Brenninkmeijer is de zichtbaarste van alle ombudsmannen tot dusver. Hij heeft een column in De Telegraaf, zoekt geregeld de publiciteit en is, getuige zijn laatste jaarverslag, niet te beroerd om te porren waar het pijn doet.

Bij een dergelijk hoog profiel liggen beschuldigingen van mediageilheid en ijdelheid op de loer. Maar die verwijten blijven bij Brenninkmeijer uit. Zowel vrienden als critici omschrijven hem als vooral als bescheiden. Hij zoekt alleen aandacht die in dienst staat van zijn functie.

De grootste irritatie rond Brenninkmeijer als ombudsman ontstond na zijn rapport over de ‘hufterigheid van de overheid’, omdat daarin zijn eigen politieke opvattingen zouden doorklinken. VVD-Kamerlid Van den Burg noemt de neiging om op de stoel van de politiek te gaan zitten ‘de achilleshiel van de ombudsman’.

Onfatsoenlijk
Ter linkerzijde klinkt een heel ander geluid. SP-Kamerlid Ronald van Raak vindt de uitspraken van de ombudsman weliswaar politieker worden, maar heeft daar begrip voor. ‘Het beleid dat sommige ambtenaren moeten uitvoeren is onfatsoenlijk.’ Kritiek op dat overheidsbeleid is daarom juist gepast, vindt Van Raak.

Voor Brenninkmeijers vrienden is het verwijt van een politieke agenda een verrassing. ‘Ik ken hem al bijna dertig jaar, maar ik heb geen idee wat zijn politieke voorkeur is’, zegt Dick Allewijn, vicepresident van de Haagse rechtbank. Leigh Hancher, jurist en al tien jaar bevriend met Brenninkmeijers: ‘Partijpolitiek is nooit een gespreksonderwerp. Het zou mij verbazen als hij überhaupt lid is van een politieke partij.’

Vrienden en kennissen schetsen hem verder als een attente, warme man, die graag zeilt en nooit te beroerd is om vrienden te helpen met klussen. De functie van ombudsman is hem op het lijf geschreven, zeggen ze ook. Advocaat Coen Drion, die hem kent als zeilgenoot en van de redactie van het Nederlands Juristenblad: ‘Hij is een beetje een herdershond. Hij wil de kudde graag bij elkaar houden, vindt het vreselijk als er verdwaalde schapen zijn. Ruzies sussen, bruggen slaan, dat wil hij.’

Kafka
Op het bureau van de Nationale Ombudsman prijkt het verzameld werk van Franz Kafka. Dat is niet voor niks. ‘Het zegt iets over hoe hij naar de bureaucratie kijkt’, zegt rechter Allewijn. ‘Die is er en je kunt er niet tegen zijn. Maar je kunt wel proberen de uitwassen en vervreemding die ermee gepaard gaan terug te dringen.’

Opkomen voor mensen in de knel zat er al vroeg in, zegt bevriend rechter Allewijn, die in de jaren tachtig samen met Brenninkmeijer bij de inmiddels opgeheven Raden van Beroep werkte. ‘Wij behandelden vooral de wat sneue zaken. Mensen die een WW- of WAO-uitkering werd geweigerd bijvoorbeeld. We vonden van onszelf dat we het hart op de goede plek hadden.’

Redder in nood voor wanhopige burgers is Brenninkmeijer dertig jaar later nog steeds. Maar wie denkt dat dat een makkelijke baan is, vergist zich. Ombudsmannen worden dan wel niet zomaar weggestuurd, ze moeten continu voor hun gezag vechten. Theo Simons, president van de Centrale Raad van Beroep, leerde Brenninkmeijer ruim tien jaar geleden kennen en schetst het lastige parket waarin de man die ombudsman mag heten, zit. ‘Je moet kritisch zijn op de politiek, maar ook weer niet te erg, want je moet nog wel met ze werken. Ze vinden je al gauw onaardig. En als je te aardig bent, word je juist weer tandeloos.’

Alex Brenninkmeijer (Guus Dubbelman / de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden