Behrouz Boochani.

Interview Schrijver Behrouz Boochani

Behrouz Boochani schreef zijn prijswinnende boek geheel op een smartphone, vanuit een asielgevangenis

Behrouz Boochani. Beeld LightRocket via Getty Images

De Iraans-Koerdische schrijver Behrouz Boochani zat jaren vast in een asiel­gevangenis in Papoea-Nieuw-Guinea. Jeroen Visser spreekt hem over zijn ervaringen, waarover hij een bekroond boek schreef op een binnengesmokkelde smartphone.

Het duurt even voordat professor Behrouz Boochani de telefoon opneemt in zijn motelkamer in Port Moresby, de hoofdstad van Papoea-Nieuw-Guinea. De bekroonde schrijver en – sinds vorige maand – gasthoogleraar aan de universiteit van Birkbeck in Londen, deed een middagdutje. Het slapen helpt om de tijd te verdrijven in het vervallen gebouw, waar Boochani met zo’n driehonderd lotgenoten wacht op de afwikkeling van zijn asielaanvraag.

De Iraans-Koerdische schrijver Boochani werd in 2013 door de Australische marine van zee geplukt en naar een asielgevangenis op het Papoea-Nieuw-Guinese eiland Manus gebracht. Daar zou hij normaal gesproken een van de honderden anonieme vluchtelingen zijn geweest, ware het niet dat hij op een binnengesmokkelde telefoon via Whatsapp honderden opiniestukken, artikelen en een boek schreef over de omstandigheden op Manus. Daarmee werd Boochani de belangrijkste proteststem tegen het harde asielbeleid van de Australische regering. 

Voor het boek Alleen de bergen zijn mijn vrienden kreeg de schrijver dit jaar tot verbazing van vriend en vijand de belangrijkste literaire prijs in Australië toegekend, de Victorian Prize, én de Victorian Premier’s Prize voor non-fictie, samen goed voor bijna 80.000 euro. Eigenlijk komen alleen Australische auteurs voor deze prijzen in aanmerking, maar de jury maakte voor Boochani een uitzondering. De jury roemt het boek als ‘een verbijsterend werk, dat zowel kunst is als kritische wetenschap, en elke simpele beschrijving te boven gaat.’ De schrijver zelf sprak op het strand van Manus een dankwoord in. ‘Woorden hebben nog steeds de macht om inhumane systemen uit te dagen’, zegt Boochani, met het geluid van de rollende golven op de achtergrond. ‘Ik heb dit boek niet geschreven om er prijzen voor te krijgen’, benadrukt Boochani nu. ‘Natuurlijk voelt het goed, maar het doel was om de Australische asielgevangenissen wereldwijd aan de kaak te stellen.’

Het boek, dat op 6 november in Nederlandse vertaling verschijnt, is een literaire aanklacht tegen de ‘ontmenselijking’ in de Australische asieldetentiecentra. De woede spat van elke pagina. ‘Stel je een gemeenschap voor van vierhonderd verwaarloosde mensen in een gloeiendhete, smerige kooi, nog steeds getraumatiseerd door het angstaanjagende geraas van golven in hun oren en het beeld van een rottende boot op hun netvlies’, zo schrijft Boochani over de eerste dagen in detentie. ‘Het is uitermate beangstigend voor mensen die nooit eerder in een gevangenis hebben gezeten – je wordt er bijna gek van.’

Kamer in de asielgevangenis op Manus, waar vluchtelingen dicht op elkaar ­gepakt leefden. Beeld LightRocket via Getty Images
Behrouz Boochani laat inwoners van Papoea-Nieuw-Guinea foto’s zien van zijn geboortestad Ilam, in Iraans Koerdistan. Beeld LightRocket via Getty Images

Het is vlak na de eeuwwisseling als Boochani zijn geboortestad Ilam, de op twee na grootste Koerdische stad in Iran, verlaat om politieke wetenschappen te studeren in de hoofdstad Teheran. Na het behalen van zijn masterdiploma begint Boochani als freelance journalist en richt hij samen met andere schrijvers in Ilam een tijdschrift voor Koerdische cultuur op. In hun artikelen ageren Boochani en zijn collega’s voor meer culturele en politieke vrijheid voor de Koerden. Dat levert een botsing op met de Iraanse autoriteiten. Boochani wordt gearresteerd en moet een verklaring ondertekenen dat hij zijn politieke activiteiten staakt. Niet veel later valt de Revolutionaire Garde de redactie binnen en arresteert elf van zijn collega’s. Boochani duikt onder en drie maanden later vertrekt hij met alleen een dichtbundel en zijn spaargeld richting Indonesië. Daar vindt hij een smokkelaar die hem voor 5.000 dollar (4.500 euro) naar Australië belooft te brengen.

Wat Boochani niet weet, is dat vier dagen daarvoor de Australische regering nieuwe asielregels heeft aangekondigd om het grote aantal bootvluchtelingen terug te dringen. Per direct worden vluchtelingen of migranten die per boot Australië proberen te bereiken, naar Manus of het Micronesische eiland Nauru gebracht, waar ze asiel kunnen aanvragen. De betreffende overheden krijgen in ruil hiervoor miljoenen aan ontwikkelingsgeld.

Het harde immigratiebeleid, dat het land internationaal op felle kritiek komt te staan, is een antwoord op de vele bootvluchtelingen die sinds het begin van de eeuw door smokkelaars naar Australië worden gebracht. In een video richt de Australische premier Kevin Rudd zich rechtstreeks tot vluchtelingen en hun smokkelaars: ‘Kom je met de boot, dan zul je nooit en te nimmer in Australië mogen blijven. Onze burgers hebben er genoeg van dat asielzoekers omkomen voor onze kusten. Onze boodschap aan de smokkelaars is: vanaf nu is jullie verdienmodel voorbij.’

Het beleid werkt ontegenzeggelijk. In 2013 waagden zo’n 15.000 bootvluchtelingen de overtocht, tegenwoordig is dat vrijwel nul.

Maar er is ook een schaduwzijde. Australië noemt de verzameling armlastige barakken op Manus zelf een ‘offshore processing centre’, waar de asielaanvragen van de vluchtelingen – voor Papoea-Nieuw-Guinea welteverstaan – worden verwerkt. In de praktijk betreft het een gevangenis, waar vierhonderd alleenstaande mannen op een terrein kleiner dan een voetbalveld werden vastgehouden, zo merkt Boochani al snel na zijn aankomst. De bewoners, Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar, Bengalezen, Pakistanen, Afghanen, Iraniërs en Oeigoeren, mogen niet naar buiten en worden constant geobserveerd. Vlak achter het hoge hek liggen, onbereikbaar, het strand en de zee. ‘Ik vluchtte weg voor de gevangenis in Iran en kwam in een andere gevangenis terecht’, zei Boochani, een knappe, magere man met lang zwart haar en groene ogen, eerder dit jaar in een opgenomen TEDx-lezing.

Het verschil met een echte gevangenis is dat de omstandigheden op het tropische Manus nog slechter zijn. Het is er bloedheet en de spaarzame ventilatoren vallen om de haverklap uit. Urenlang staan de bewoners in de rij voor het eten of de toiletgebouwen. Binnen in de warme barakken zitten de gevangenen hutjemutje op elkaar. In zijn boek beschrijft Boochani een van de slaapzalen: ‘Een donkere smalle tunnel van zestig meter lang, drie meter breed, twee meter hoog, en vochtig als een verregende ezelstal. Eigenlijk is de lucht er nog verstikkender dan in een stal; de ruimte is volgestouwd met halfnaakte lichamen, stinkende adem, stinkend zweet.’

Of neem het toiletgebouw, een van de weinige plekken in het kamp waar je even alleen kunt zijn, maar tevens de plek waar mannen worden misbruikt door hun medegevangenen, en waar veel zelfverminking plaatsvindt. Het is, om allerlei redenen, een onvoorstelbaar vieze plek. ‘De vloer van deze wc’s is van rottend beton vol kleine scheurtjes, klein maar diep, en al helemaal gevuld met vuil en zaad. Op deze plek masturberen de gevangenen, en ze ejaculeren in de scheuren in de grond – de walgelijke geur die uit deze openingen komt beneemt je de adem.’

Boochani begint met schrijven na de eerste grote gevangenisopstand op Manus. In februari 2014 eisen de gedetineerden met een demonstratie in het kamp duidelijkheid over hoelang ze daar nog moeten blijven. Aanvankelijk doen de beveiligers niets, maar op de avond van de tweede protestdag wordt de elektriciteit uitgeschakeld, waarna een horde Papoea’s met hulp van beveiligers de gevangenis bestormt en op de bewoners inslaat. Er vallen 62 gewonden, en één dode; de Iraanse Koerd Reza Barati, een vriend van Boochani. Barati overlijdt nadat hij klappen op zijn hoofd heeft gekregen, onder meer met een steen en een stuk hout met spijkers. Twee Papoea’s worden later veroordeeld tot 4,5 jaar cel, de beveiligers gaan vrijuit.

Behrouz Boochani op Manus. Beeld LightRocket via Getty Images

Later schrijft Boochani hierover in de Engelse krant The Guardian: ‘Er was slechts één doel: zorgen dat de vluchtelingen terug naar hun land gingen door ze een goed pak slaag te geven. De politiek van offshore processing en de logica achter de Manusgevangenis is in essentie gebaseerd op één principe: omstandigheden creëren die zo hardvochtig zijn dat de vluchtelingen niets anders willen dan teruggaan.’

Boochani weet contact te leggen met een organisatie die schrijvende vluchtelingen ondersteunt. Ze helpen hem een netwerk van journalisten op te bouwen. Hij schrijft niet op papier, uit angst dat de bewakers zijn werk in beslag nemen. In plaats daarvan stuurt hij zijn teksten op een gesmokkelde telefoon via Whatsapp naar een vertaler in Australië. ‘Het waren heel lange berichten. Ik stuurde ze meestal ’s nachts, zo tussen 03.00 en 04.00 uur in de ochtend, omdat het internet dan sneller was dan overdag. Soms deden mijn vingers pijn van het vele typen’, vertelt hij.

Australië weigert ook maar één asielaanvraag van de bootvluchtelingen in behandeling te nemen. In een filmpje dat de gevangenen te zien krijgen, vertelt de Australische immigratieminister Scott Morrison dat zijn land niemand van hen ooit zal opnemen. ‘Als je ervoor kiest niet terug naar huis te gaan, zul je hier een heel, heel lange tijd moeten blijven.’

Morrison overdrijft niet. Veel bewoners krijgen weliswaar een geldbedrag aangeboden als ze teruggaan naar hun land van oorsprong, maar de meesten weigeren. Ook krijgen velen asiel aangeboden op Papoea-Nieuw-Guinea, maar ook die optie is niet populair – het land is straatarm, onveilig en veel bewoners gedragen zich vijandig jegens de vluchtelingen. De enige optie die resteert, is om in het kamp te blijven.

Een kentering volgt als het Hooggerechtshof van Papoea-Nieuw-Guinea in 2016 oordeelt dat de asielgevangenis moet sluiten omdat de basisrechten van de vluchtelingen zijn geschonden. Ook moet de Australische overheid 1.900 vluchtelingen op Manus en Nauru een schadevergoeding betalen. Het jaar erop worden Boochani en zijn medegevangenen op een nieuwe locatie op Manus gehuisvest. De bewoners zijn dan vrij om zich overdag over het eiland te bewegen. Ook gloort er hoop, nadat de Amerikaanse president Obama in 2016 heeft aangeboden 1.250 van de vluchtelingen op Manus en Nauru naar de Verenigde Staten te halen, al kan dat jaren duren. Boochani is daar één van.

Hij wordt steeds productiever, ondanks periodes waarin hij zich lichamelijk of geestelijk niet goed genoeg voelt om te schrijven. Hij werkt aan zijn boek en schrijft essays en opiniestukken voor internationale media. Ook produceert hij met de Nederlandse-Iraanse regisseur Arash Kamali Sarvestani een film, Chauka, Please Tell Us The Time, die bestaat uit stiekem gemaakte filmpjes van het dagelijks leven in het detentiecentrum. De titel verwijst naar de Chauka, een inheemse vogel op Manus. Aan de manier waarop hij zingt, kun je horen hoe laat het is. Voor veel gedetineerden op Manus is de tijd ongrijpbaar geworden. Ook nu zegt Boochani, gevraagd naar zijn leeftijd (36): ‘Ik let al een hele tijd niet meer op hoe oud ik ben.’

Boochani’s boek is meer dan alleen een klaagzang op het lot van de gevangenen geworden. In Alleen de bergen zijn mijn vrienden analyseert hij stap voor stap het gevangenissysteem, dat er volgens hem op gericht is de bewoners te ‘ontmenselijken’. Zo krijgen de gedetineerden een nummer – Boochani wordt meg45 – en worden ze voortdurend geobserveerd, door beveiligers en via camera’s. Simpele spelletjes als backgammon worden verboden. Uit het gedrag van de bewakers, onder wie veel oud-militairen, spreekt vooral wantrouwen; alsof de gevangenen misdadigers zijn in plaats van vluchtelingen. Wanneer een groep bewoners naar de telefoonruimte mag, even buiten het complex, worden ze daar onder streng toezicht in busjes naar toe gebracht. ‘Het Systeem’, schrijft Boochani in zijn boek, ‘kan niet aanvaarden of toestaan dat de gevangenen ook maar een piepklein stukje lopen zonder begeleiding. Het is waarschijnlijk de bedoeling te voorkomen dat een gevangene ooit een voet zet op land dat geen deel uitmaakt van de gevangenis – nog geen seconde.’

Boochani’s ‘systeemanalyse’ is een van de redenen waarom hij op drie universiteiten tot gasthoogleraar is benoemd, op twee instituten in Australië en sinds deze zomer op de prestigieuze Birbeck-universiteit in Londen, waarvoor hij via Skype zal meewerken aan lezingen en congressen. Die laatste aanstelling is ook een politiek gebaar. ‘Zijn boek geeft ons een intiem en inzichtelijk relaas van de vernedering en het lijden dat ontstaat als je gebruikt wordt als menselijk schild om de Australische grenzen te beschermen’, schrijft decaan Stewart Motha in een persverklaring.

Praten met Boochani voelt bij vlagen ongemakkelijk. Op de achtergrond is de drukke eetzaal te horen – Boochani moet zijn lunch ophalen en soms klinkt hij afwezig. De schrijver is vermoeid en geeft meestal korte, monotone antwoorden. Op andere momenten kan hij juist weer geestdriftig zijn, bijvoorbeeld als de kwestie van de Koerden in Syrië ter sprake komt. Die zijn aangevallen door het Turkse leger nadat de Amerikaanse president Trump deze maand zijn militairen had teruggetrokken. ‘Wat we zien is dat een fascistische regering het Koerdische volk, dat in Syrië het meest democratische systeem in de geschiedenis van het Midden-Oosten (Rojava, red.) heeft gevestigd, met behulp van terroristen belaagt. Een genocide is mogelijk, dat is tenslotte eerder gebeurd. De reden hiervoor ligt besloten in de titel van mijn boek: de Koerden hebben geen enkele vriend behalve de bergen. Alleen daar zijn ze veilig. In mijn boek verbind ik elementen van het Koerdische verzet met ons verzet op Manus.’

Boochani zoekt de ongemakkelijkheid ook op, zo zei hij in de Tedx-presentatie van eerder dit jaar. ‘Misschien voelt u zich door mij oncomfortabel, maar ik heb geen keus’, zegt Boochani, terwijl hij recht in de camera kijkt. ‘We zijn al zes jaar verbannen in een van de meest verschrikkelijkste gevangenissen ter wereld. Twaalf mensen zijn er in die periode overleden. We zijn mensen, we bestaan en we lijden.’

Van de tweeduizend vluchtelingen die vastzaten op Manus of Nauru zijn de meesten inmiddels opgenomen door andere landen, zoals de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. De resterende driehonderd verblijven sinds enkele weken in Port Moresby, in afwachting van asielpapieren.

Zelf kreeg hij in september het verlossende bericht: de VS hebben hem erkend als vluchteling. Hij zal er op termijn naartoe worden gebracht. ‘Over zeven of acht maanden, hebben ze gezegd, maar zeker is het niet.’ Ook nu klinkt Boochani niet bijster enthousiast. Is hij niet blij? ‘Ik weet het niet. Ik ben ontzettend moe. Niet alleen ik, maar alle vluchtelingen hier, hebben zes jaar van strijd achter de rug. We hebben een harde gevangenis overleefd. Nu ze ons hebben overgeplaatst, is het op een andere manier moeilijk. Het is alsof ik aan een hardloopwedstrijd heb meegedaan en ik na de finish nog altijd moet doorlopen. Ik heb echt rust nodig.’

Boochani verklapt dat hulporganisaties hem een paar jaar geleden hebben aangeboden hem weg te halen zodat hij elders asiel had kunnen aanvragen, maar dat hij dat toen heeft geweigerd uit solidariteit met zijn medegevangenen. ‘Ik wilde mijn status niet gebruiken om hier weg te komen. Nu is het anders, er is nog maar een klein groepje over.’

Als het zover is, is Boochani vastbesloten zijn oeuvre uit te breiden. ‘Als ik vrij ben, ga ik eerst de tijd nemen om aan andere projecten werken. Ik denk dat ik begin met een liefdesroman.’ Voor het eerst lacht hij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden