Behoed cultuur voor wetten van de markt

Muziek, film en kunst vallen onder het mondiale vrijhandelsregime. Verdere uitlevering aan de markt dreigt, zegt Joost Smiers. De Unesco wil daarom met een nieuw verdrag de culturele diversiteit behoeden....

Vandaag, 21 mei, is door de Unesco uitgeroepen tot de dag van de culturele diversiteit. Tevens is het bestuur van Unesco zich aan het bezinnen op een Frans-Canadees voorstel om cultuur weg te plukken uit de Wereld Handelsorganisatie (WTO) en onder te brengen in een nieuw internationaal verdrag, een Conventie over Culturele Diversiteit. Een groeiend aantal landen ondersteunt dit initiatief.

Met aandacht voor culturele diversiteit wil Unesco het debat heropen dat zo'n twintig jaar terug in de doofpot belandde. In de jaren zestig, zeventig ontdekten veel landen die net onafhankelijk waren geworden, dat ze economisch maar ook voor informatievoorziening en cultuur nog sterk afhankelijk waren van het Westen. Voor de ontwikkeling van de democratie in hun samenlevingen was dat een slechte zaak. Het was logisch dit aan te kaarten bij de Unesco, de organisatie van de VN op, onder meer, het gebied van de cultuur. Het adagium werd, er moet een New World Information and Communication Order komen, om de mondiale machtsmonopolies op het gebied van de communicatie en van de culturele productie en distributie aan banden te leggen. Dit was tegen het zere been van de VS en Engeland, waar Reagan en Thatcher net een tegengesteld neoliberaal offensief inzetten: ondernemingen moeten onbeperkt handel kunnen drijven en groeien, niet gehinderd door nationale of lokale maatregelen.

Dit tegenoffensief werd op twee vleugels tegelijk gespeeld. De VS en Engeland verlieten in 1985 de Unesco, waardoor het debat over een rechtvaardiger culturele wereldordening verstomde. Bovendien werd cultuur als een gewoon handelsproduct aangemerkt waar geen bijzondere bescherming voor nodig is. Dit resulteerde in het streven om cultuur onderdeel te maken van de nieuwe wereldhandelsronde die midden jaren tachtig op gang kwam. Die had tot doel de handel op alle terreinen verder te liberaliseren. Eind 1993 vonden deze onderhandelingen hun voltooiing in de WTO, de Wereld Handelsorganisatie. Een jaar ervoor brak in Frankrijk, in Canada al eerder, de hel los over het plan ook het culturele leven over te laten aan de wetten van de neoliberale markt.

Dit verzet leidde december 1993 tot een halfslachtig besluit. De Europese Unie stemde in met de wens van de VS om cultuur onderdeel te laten worden van de WTO, dus van het mondiale vrijhandelsregime, maar de EU deed geen concrete toezeggingen om de Europese culturele markt te liberaliseren, althans niet méér open te maken dan ze al was.

Sinds eind 2001 zijn er nieuwe onderhandelingen binnen de WTO gaande om de wereldhandel nog verder te liberaliseren. Dit is de 'Doha Round'; opnieuw staat cultuur op de agenda om ontdaan te worden van handelsbeperkende maatregelen.

Wat is het probleem? In de huidige situatie is er al fundamenteel iets mis. Van de films die in Europa draaien, komt maar 27 procent uit dit werelddeel, 71 procent uit de VS, slechts 2 procent uit de rest van de wereld. In de meeste landen zijn de Europese films over het algemeen films uit het eigen land, niet uit een ander Europees land. Wereldwijd is het muziekaanbod voor 80 procent in handen van vijf muziekconglomeraten of hun sublabels. Muziekimpressariaat Mojo heeft in Nederland een exclusieve positie bij de import van pop en rock en het organiseren van muziekmanifestaties. Het grootste deel van de mondiale kunsthandel passeert maar twee veilinghuizen, Sotheby's en Christie's.

Europa, ook Nederland, ondernemen nauwelijks iets om de machtspositie van cultureel te sterke marktpartijen aan te pakken, laat staan te analyseren waar en hoe de culturele bedrijvigheid te eenzijdig gedomineerd wordt. Zelfs gewone mededingingsregels worden nauwelijks op de culturele sector losgelaten. Opmerkelijk is dat, bijvoorbeeld in Amsterdam, het Pathé concern vrijwel alle filmdoeken bezit, terwijl de Nederlandse Mededingings Autoriteit daar niets tegen onderneemt. De introductie van het begrip culturele mededinging moet ertoe leiden dat meer producenten en aanbieders op de markt kunnen opereren dan vanuit de algemene mededingingswetten wenselijk is.

Dit zijn enkele voorbeelden die aangeven dat het grote goed van de culturele diversiteit in gevaar is, met name op het gebied van de eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen. Voor veel kunstenaars wordt dit vechten tegen de bierkaai. Hoe kan, bijvoorbeeld, een prachtige, en relatief goedkoop gemaakte Europese film ooit nog een publiek vinden?

Het antwoord van de VS aan Europeanen en Canadezen die vrezen voor het voortbestaan van culturele diversiteit is eenvoudig: u hoeft op cultureel gebied geen liberaliseringtoezeggingen te doen; u kunt zelf alles regelen wat u wilt; GATS (General Agreement on Trade and Services), de overeenkomst over diensten van de WTO waar cultuur onder valt, verbiedt u dit niet; dus, er is geen reden cultuur te omhullen met een aparte Conventie over Culturele Verscheidenheid. Dit is ook de redenering van ons ministerie van Economische Zaken, dat in WTO-verband de onderhandelingen over cultuur voert en graag hetzelfde zegt als de grote Atlantische bondgenoot. De officiële politiek van de EU is dat in deze nieuwe ronde geen toezeggingen gedaan worden om de Europese culturele markt verder te liberaliseren.

Nog fundamenteler is dat het WTO-regime in het geheel niet vrijblijvend staat tegenover cultuur. De WTO heeft als één overheersend beginsel dat alle landen al hun voorzieningen steeds verder moeten liberaliseren, water, onderwijs, transport, landbouw, noem maar op, en ook cultuur, want de artistieke creatie en verspreiding is immers sinds 1993 in de WTO vastgeklonken, en 'moet' dus vroeg of laat ook volledig geliberaliseerd raken. Cultuur zit in de gevarenzone. Culturele diversiteit mag niet het risico lopen op onverwachte momenten ineens volstrekt geliberaliseerd te raken.

Wat valt te verwachten als het culturele verkeer verregaand geliberaliseerd wordt? Nationale of regionale subsidies en andere steunmaatregelen voor culturele initiatieven gelden als concurrentievervalsing voor binnen- en buitenlandse commerciële ondernemers en moeten gestopt worden. Coproductie-overeenkomsten met specifieke landen zijn taboe. Eigendomsregelingen die de omvang en invloed van culturele ondernemingen binnen de perken houden, moeten weg. Evenals quota-systemen, zoals die in Frankrijk om de muziek uit eigen land nog een relevante plek te geven. Ook die moeten afgeschaft worden. Programma-voorschriften zoals in Engeland voor de omroepen om de verscheidenheid in het programma-aanbod te bevorderen, zijn bij liberalisering uit den boze.

Het is met vuur spelen om te denken dat de WTO de culturele verscheidenheid niet zal aantasten. Cultuur moet een veilige plek krijgen binnen een Conventie over Culturele Verscheidenheid die in principe slechts één doel heeft. De landen die de conventie ondertekenen en ratificeren geven zichzelf weer het recht terug om dié maatregelen te nemen die zij nodig achten om de diversiteit van hun culturele leven te beschermen en te bevorderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden