Beheerder steunpunt voor remigranten in Marokko ergert zich aan bureaucratie en vriendjespolitiek; 'Drang om aan systeem te ontsnappen is groot'

Yob Beliën krijgt veel bezoek uit Nederland. Hij beheert het steunpunt voor remigranten in het Marokkaanse Berkane. Deze week komt minister Dijkstal langs....

AUKJE VAN ROESSEL

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

ZALTBOMMEL

'Ik hoop echt dat minister Dijkstal op de Universiteit van Rabat een goed verhaal houdt over integratie. Dat Dijkstal durft te zeggen dat koning Hassan geen macht moet proberen uit te oefenen op Marokkanen die de Straat van Gibraltar zijn overgestoken. Dat de minister openlijk durft te zeggen dat Marokkanen die een Nederlands paspoort aanvragen geen angst zouden hoeven hebben dat dit als verraad wordt gezien.'

De Nederlander Yob Beliën werkt voor de Stichting Steunpunt Remigranten in het Marokkaanse Berkane. Het steunpunt mag zich dit jaar verheugen in veel Nederlandse belangstelling. Beliën kreeg in juni bezoek van Nederlandse parlementariërs, begin oktober was een groot gezelschap Hagenaars bij hem te gast en dinsdag ontvangt hij minister Dijkstal van Binnenlandse Zaken, die deze week enkele dagen in Marokko is.

Beliën was de afgelopen dagen even terug in Nederland, bij zijn vrouw en zoontje in Zaltbommel. Gisteren is hij weer naar Marokko vertrokken, om dinsdag de minister te kunnen ontvangen. In Berkane verzucht Beliën wel eens dat Marokko een société de merde (rotmaatschappij) is. Maar hij gelooft dat externe prikkels het land kunnen veranderen. Een goede toespraak van een Nederlandse minister is zo'n prikkel.

Ook de terugkeer van jonge Marokkanen die hun opleiding in Europa gebruiken voor het maken van plannen voor Marokko, zou volgens hem goed zijn voor het land. 'Ik zou jonge mensen daartoe willen uitdagen. Nu zie je nog te veel dat Europese Marokkanen hun geld alleen investeren in huizen. Ik zou willen dat ze meer verbeeldingskracht hadden. Als ze al geld steken in een bedrijf, is dat meestal voor het opzetten van een koffietentje of een kruidenierswinkeltje. Ze apen elkaar na. Als iemand succes heeft, zuigt de familie hem bovendien leeg. Ik noem dat de trek naar het makkelijke geld.'

Maar zijn verzuchting slaat vooral op het gedrag van de politici. 'Politici in Marokko zitten er voor hun eigen gewichtigheid. Ze bekommeren zich niet om de mensen. Er wordt in Berkane een prachtig paleis gebouwd voor het gouvernement. Daar kan allerlei geld naar toe, maar de wegen zijn slecht en de elektriciteit valt vaak uit.'

Ook de bureaucratie, de steekpenningen en het belang van het hebben van de juiste relaties zijn Beliën een doorn in het oog. 'De autoriteiten laten een Marokkaan die een document nodig heeft gewoon zo lang wachten dat hij uit pure frustratie wel wil betalen voor het papiertje. En van studenten hoor ik dat het er helemaal niet toe doet of ze goede studieresultaten halen. De vriendjes van pa zijn veel belangrijker.'

Het steunpunt in Berkane is zeven jaar geleden opgezet voor hulp aan geremigreerde Marokkanen. Die hadden vaak problemen met hun oudedagsvoorziening, WAO of remigratie-uitkering. De Raad van Kerken financiert het steunpunt. Daarnaast vraagt Beliën voor bepaalde diensten geld. Zo kost het vertalen van een brief vijftig dirham, een tientje. 'Gaat het verhaal dat ik dat geld in eigen zak steek? Ach, dat is nou weer kenmerkend voor alle achterklap in dat land. Wij houden met dat geld gewoon ons kantoortje draaiend.'

Het steunpunt is uitgegroeid tot een informatiecentrum. 'Ik word soms gevraagd een kenteken van een auto te vertalen. Of een vrouw te helpen die verstoten is door haar man. Dat gebeurt meestal na de zomervakantie. Die man is dan zonder haar naar Nederland teruggegaan, maar heeft wel haar paspoort afgepakt. En soms ook een nieuwe vrouw meegenomen.

'Zo'n verstoten vrouw komt radeloos bij ons op kantoor. Zonder paspoort kan ze niet terug naar Nederland. Het is voor haar heel moeilijk een nieuw paspoort te krijgen. Via contacten in Amsterdam proberen wij of wij dat paspoort kunnen terughalen. Maar soms heeft haar man dat verbrand of verkocht. Die vrouwen zien we in Marokko wegzakken in misère.'

Beliën zal deze voorbeelden ook aan minister Dijkstal vertellen. 'Gewoon om te laten zien waarmee wij worden geconfronteerd. Ik ga hem niet om oplossingen vragen. Wel wil ik pleiten voor een Nederlands consulaat in Oost-Marokko. Daar komen de meeste Nederlandse Marokkanen vandaan. Nu moeten ouders die op bezoek willen bij hun kinderen in Nederland, de hele zevenhonderd kilometer naar Rabat reizen om daar in de rij te staan voor een visum.

'Zo'n visumaanvraag moet ook eenvoudiger. Die ouders moeten nu een uitnodiging van een van hun kinderen overleggen, de drie laatste loonstrookjes van dat kind en hun eigen bankconto als bewijs dat ze zullen teruggaan naar Marokko. Allemaal om maar aan te tonen dat ze de Nederlandse staat niet tot last zullen zijn.'

Dat veel Marokkanen inderdaad voor langere tijd dan alleen een vakantie uit hun land weg willen, kan ook Beliën niet ontkennen. 'De drang om aan het Marokkaanse systeem te ontsnappen is groot. Onlangs heeft een jongeman zich op het vliegveld van Oujda vastgeklampt aan de wielen van het vliegtuig. Toen die werden ingeklapt, is hij compleet vermorzeld naar beneden gevallen. Al het talentvolle kader wil weg. Toch blijf ik tegen hen zeggen: Marokko is een prachtig land, we moeten er wat van maken.'

Het bezoek van de delegatie uit de Haagse Schilderswijk aan het steunpunt riep bij velen in die groep felle discussies op. Stemmingmakerij tegen de Marokkanen, vonden sommigen. Anderen meenden juist dat de verhalen van Beliën niet weggemoffeld mogen worden. Beliën zelf is het achteraf pas duidelijk geworden dat zijn verhalen zoveel stof deden opwaaien.

'Ik heb toen verteld van Ahmed, mijn medewerker. Die is na een ongeval in Nederland halverwege de jaren zeventig met een WAO-uitkering naar Marokko teruggekeerd. Ahmed heeft daarna negen kinderen gekregen. Hij heeft voor die kinderen recht op kinderbijslag. Van dat geld heeft hij een prachtig huis gebouwd en zijn kinderen een goede opleiding gegeven. Ik heb dat in alle onbevangenheid verteld. Niet om daar allerlei Bolkestein-achtige reacties op te krijgen.'

In de Haagse delegatie rees de vraag of het toch niet zo gek zou zijn de kinderbijslag afhankelijk te maken van de levensstandaard in het land waar de kinderen worden opgevoed. Beliën heeft zo'n discussie helemaal niet willen aanzwengelen. 'Ahmed heeft door zijn werk in Nederland rechten opgebouwd, ook het recht op kinderbijslag.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden