Behaagziekte: de stille moordenaar

Thomas van Luyn
Thomas van Luyn Beeld Robin de Puy
Thomas van LuynBeeld Robin de Puy

Je hebt mensen die op restaurantsites de grootte van de 'portie' vermelden. Die gaan zitten en tikken: eten was lekker, aardige bediening, maar voor die prijs verwacht ik meer aardappelpuree. Daarna gaan ze zich eens lekker uitgebreid ontzettend niet kapot schamen. Met hen voel ik, ondanks onze gezamenlijke evolutionaire afstamming, geen enkele genetische verwantschap. Ik weet niet wat het is om in een restaurant naar je eten te kijken en te denken: daar moet méér bij. Waar ik daarentegen wel ervaring mee heb, is naar een vol bord kijken en denken: hoe krijg ik het weg?

Mijn hele leven al ben ik een kleine eter. Aan de eettafel dan. Ik heb er geen enkele moeite mee om op de sofa zakken chips en repen chocola weg te werken. Maar een bord warm eten: ik vind het nogal wat. Zeker als het restaurantvoedsel is, dat over het algemeen veel en veel vetter is dan u en ik zouden kunnen klaarspelen: het onderscheidt de prof van de thuiskok, dat vermogen om tijdens het koken constant boter toe te voegen. Michelinsterrenkok Cas Spijkers vertelde mij eens dat hij een collega met een ster meer had gevraagd hoe hij dat geflikt had. 'Gewoon nóg meer boter', had die geantwoord.

Halverwege mijn bordje denk ik meestal: zo kan-ie wel weer. Natuurlijk hoef ik het niet allemaal op te eten - het is een vrij land en ik heb er zelf voor betaald. Al prak ik het door mijn haar en giet ik de wijn in mijn onderbroek, dan nog is dat mijn zaak. Alleen: die blik van de ober, de aarzeling in zijn hand als hij mijn bord wil afruimen en ziet dat het nog halfvol is. 'Was u uitgegeten?', vraagt hij vertwijfeld. 'Ja, nee, ik vond het echt ont-zet-tend lekker, maar ik heb uitgebreid geluncht', lieg ik, bang om de gevoelens van ober, kok en de samenleving in het algemeen te kwetsen. Je hoort je bordje leeg te eten en als je dat niet doet, is dat zonde. Zonde. Zoiets waar God boos om wordt, weet je wel?

De oplossing zou liggen in het alleen bestellen van voorafjes, maar die zijn vaak te voorafferig. Liflafjes. Een tartaartje van sprot met een sliert balsamico of een cappuccino van paté. Bovendien ontkom ik in gezelschap zelden aan een voor-, hoofd-, nagerechtscenario. Met brood op tafel, zodat ik al aardig ongans ben voordat de eerste liflafjes opgediend worden.

Zelfs als ik met mijn vrouw uit eten ben, die me toch aardig kent, wil ik haar noch de ober teleurstellen. We zijn tenslotte uit. En zo zit ik toch weer alle drie de gangen van het weekmenu naar binnen te schuiven, mezelf vol te proppen als ware ik zo'n arme gans in een foie-grasboerderij. Het gevoel van een bolle uitgerekte plofbuik dat ik daarna heb, is hoogst ontprettig - en toch doe ik het elke keer weer. Behaagziekte: de stille moordenaar.

Mijn zoon van 11 doet dat een stuk beter. Die neemt één hap, zegt 'blèh', schuift het bord weg en gaat zijn Donald Duck lezen. Ik ga hem daarin niet opvoeden. Sommige slechte manieren kun je beter niet kwijtraken.

t.vanluyn@volkskrant.nl, @thomasvanluyn

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden