nieuwsbegroting

Begrotingsplannen kabinet: Overdrachtsbelasting naar nul voor jonge starters, fors omhoog voor beleggers

Jongeren tussen de 18 en 35 jaar worden vanaf volgend jaar eenmalig vrijgesteld van het betalen van overdrachtsbelasting als ze een huis kopen. Voor iedereen die naast de eigen woning een ander huis koopt, stijgt de overdrachtsbelasting van 2 naar 8 procent.

Beeld Patricia Rehe / Hollandse Hoogte

Dit is een van de kabinetsplannen voor volgend jaar, bevestigen bronnen uit de coalitiepartijen. Het kabinet wil starters op de woningmarkt een steuntje in de rug geven. Zij hebben moeite hun eerste stap op de woningladder te zetten, omdat de huizenprijzen zo hard zijn gestegen. Zeker in grote (studenten)steden leggen starters, die meestal weinig spaargeld hebben, het af tegen de veel dikkere portemonnees van professionele vastgoedbeleggers en vermogende 40-plussers. Het kabinet hoopt de ongelijke concurrentiestrijd tussen starters en beleggers op deze manier enigszins recht te trekken.

De coalitiepartijen gaan ook weer sleutelen aan de gehate spaartaks. De vrijstelling van de vermogensrendementsheffing op spaargeld gaat omhoog van 30.846 naar 50.000 euro. Voor stellen is dat (net zoals nu) het dubbele, 100.000 euro. Om dit cadeautje aan spaarders te bekostigen, gaat de vermogensrendementsheffing boven dat drempelvrije bedrag omhoog. Spaarders en beleggers die meer dan 50.000 euro spaargeld bezitten, gaan over dat extra vermogen dus meer betalen. Het kabinet wil (relatief kleine) spaarders wat meer ontzien, omdat de spaarrente inmiddels naar praktisch nul is gedaald. De vermogensrendementsheffing gaat ervan uit dat vermogen rendement oplevert (dat vervolgens belast kan worden), maar dat is bij spaargeld niet langer het geval.

De belastingen voor het bedrijfsleven gaan opnieuw op de schop. De voorgenomen verlaging van het hoogste tarief van de vennootschapsbelasting – van 25 naar 21,7 procent – gaat niet door. Het kabinet neemt bovendien extra maatregelen om belastingontwijking door multinationals te bemoeilijken. Het grote bedrijfsleven gaat dus meer belasting betalen, maar de opbrengst daarvan sluist het kabinet terug. Het lage tarief van de vennootschapsbelasting daalt volgend jaar namelijk van 16,5 naar 15 procent. Dat lage tarief betalen bedrijven nu op winsten tot 200.000 euro, maar die eerste belastingschijf wordt de komende twee jaar verlengd naar 400.000 euro. 

Deze belastingverlaging komt voornamelijk het midden- en kleinbedrijf ten goede. Bedrijven die vanaf volgend jaar flinke investeringen plegen, kunnen bovendien rekenen op meer fiscale subsidie. Het kabinet verhoogt het budget voor de investeringsaftrek met 2 miljard euro.

Zelfstandigenaftrek verder omlaag

De coalitie wil ook iets doen aan de doorgeschoten flexibilisering op de arbeidsmarkt. Op dit moment betalen werkenden in loondienst naar verhouding veel meer inkomstenbelasting dan zzp’ers, omdat de laatstgenoemden veel meer aftrekposten hebben. De zelfstandigenaftrek, de belangrijkste fiscale subsidie voor freelancers, gaat daarom verder omlaag. Deze aftrekpost zou al slinken van 7.280 euro in 2019 naar 5.000 euro in 2028, maar het kabinet wil hem nu versoberen naar 3.200 euro. De daling zal wel in een langzamer tempo verlopen dan tot nu toe gepland. 

Ter compensatie creëert het kabinet twee nieuwe belastingvoordelen waar álle werkenden van profiteren. Dat verkleint de belastingverschillen tussen werknemers en zzp’ers. De arbeidskorting, een fiscale aftrekpost, stijgt volgend jaar al naar het niveau dat eigenlijk voor 2022 gepland stond. Het laagste tarief van de inkomstenbelasting, over het inkomen tot 68.507 euro, daalt volgend jaar van 37,1 naar 36,9 procent.

Alle zorgmedewerkers krijgen in 2021 een eenmalige bonus van 500 euro, nadat ze dit jaar al een extraatje van 1.000 euro tegemoet konden zien. Het structureel verhogen van de salarissen is volgens de coalitie te duur. Op aandringen van de ChristenUnie komt er een ‘schuldensaneringsfonds’ met een startkapitaal van 30 miljoen euro. Daarmee kunnen mensen worden geholpen die met ondraaglijke schulden kampen.

Tot slot trekt het kabinet 20 miljard euro uit voor structurele investeringen in de Nederlandse economie. Het kapitaal voor dit ‘Wopke-Wiebes’-investeringsfonds, zoals dit geesteskind van de ministers van Financiën en Economische Zaken in de wandelgangen van het Binnenhof heet, leent het kabinet bij beleggers door de staatsschuld te verhogen. De komende vijf jaar kan het fonds jaarlijks 4 miljard euro besteden aan onderzoek, innovatie en infrastructuur, zoals nieuwe openbaarvervoerverbindingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden