Begrip moslims voor aanslagen in VS tonen noodzaak dialoog

De kloof tussen moslims en autochtone Nederlanders is groot. Dat laten enquêtes onder moslims over de aanslagen in de VS zien....

VERONTRUSTING, verbazing, ongeloof. De uitkomst van de enquête die Contrast vorige week bekend maakte, leidde tot veel emotie. De onderzoeksvraag luidde: hoe denken Nederlandse moslims over de aanslagen in de VS? Het antwoord viel niet mee.

Een stroom kritiek barstte los. De vraagstelling zou niet zorgvuldig zijn, en de onderzoeksmethode kwam onder vuur te liggen. Grof geschut werd ingezet om de opiniepeiling te diskwalificeren. In de Volkskrant liet beroepsonderzoeker Paul Tesser zich negatief uit. De geënquêteerde groep zou niet representatief zijn, er zouden te veel hoog opgeleiden zijn ondervraagd, de stad Den Haag zou oververtegenwoordigd zijn en er werden meer mannen dan vrouwen geënquêteerd.

En dan was er nog de gewraakte vraag naar het 'begrip voor de aanslagen'. Velen wezen er op dat die vraagstelling onjuist is, omdat 'begrip' een te onduidelijke term is. Dat is zeker waar als je de vraag uit de onderzoekscontext licht, zoals veel media deden. In relatie met de andere gestelde vragen blijkt de begripsvraag echter relevant, zoals verderop zal blijken. Tessers kritiek was opmerkelijke kritiek, want gebaseerd op een rapportage van de enquête waarin alleen de totaaltabellen staan vermeld. Het was ook onjuiste kritiek, die eenvoudig te weerleggen was aan de hand van de uitgesplitste tabellen.

De enquête werd gehouden op twintig plaatsen, over heel Nederland verspreid. De enquêteurs waren afkomstig uit de etnische groepen die ondervraagd werden (Marokkanen, Turken, Iraniërs, Irakezen, Afghanen, Soedanezen) zodat taalverwarring zoveel mogelijk werd uitgesloten. Er werd willekeurig geënquêteerd, op straat, bij moskeeën - vóórdat de imam een stichtende preek hield - en bij asielzoekerscentra. De uitkomsten werden op betrouwbaarheid getest door de foutmarge te berekenen. Die ligt ruimschoots binnen het acceptabele.

Bureau Intomart hield deze week voor het tv-programma Netwerk ook een enquête. Precies dezelfde methode - 'etnische' enquêteurs die aselect ruim vierhonderd moslims interviewden door heel Nederland - leidde tot hetzelfde resultaat. In plaats van 6 procent, zei nu 10 procent de aanslagen goed te keuren. En in plaats van 62 procent, zei nu 74 procent de aanslagen af te keuren. Die iets scherpere uitkomst is eenvoudig te verklaren uit de afname van de groep die zich in het eerdere Contrast-onderzoek nog op de vlakte wenste te houden.

Het is jammer dat de aandacht zo eenzijdig op de onderzoeksmethode is gericht. We zouden er verstandiger aan doen te kijken naar de implicaties van de uitkomst van deze bliksemenquête. Wat is er aan de hand, dat de helft van de moslims in Nederland zegt wel 'begrip' te kunnen opbrengen voor de gepleegde terreur? Hoe kan het dat 6 procent zegt de aanslagen 'niet af te keuren'?

Alvorens op deze vragen in te gaan, dringt zich een algemene conclusie op: als we schrikken van deze cijfers, betekent dat dat we weinig zicht hebben op de denkwereld van een deel van de moslimgemeenschap. De uitslag legt een zenuw van de multiculturele samenleving bloot: de onbekendheid met elkaars wereldbeeld. Als we de mensen met de ons onwelgevallige opvattingen niet erkennen, creëren we spanningen. Het is van het grootste belang met hen in discussie aan te gaan.

Bij het tonen van begrip voor de aanslagen zou een rol kunnen spelen wat de Palestijnse publicist Radi Suudi onlangs in Contrast de informatie-voorsprong van migranten noemde. Waar autochtone Nederlanders hun informatie over de ontwikkelingen in de VS en daarbuiten vooral baseren op Nederlandse media, CNN en BBC, raadplegen hoger opgeleide migranten met interesse voor de wereldpolitiek behalve deze bronnen ook de vele nieuwszenders die via de satelliet bij ze in de huiskamer komen. Van al-Jazeera, de Arabische CNN, tot de vele lokale Arabische nieuwszenders. Bovendien hebben ze toegang tot de Arabische kranten. Daardoor zijn ze breder geïnformeerd dan de niet-migrant. Het kader waarmee naar de gepleegde aanslagen gekeken wordt, wijkt hierdoor in belangrijke mate af van dat van de autochtoon. Anders gezegd: de wereldbeelden van deze groep migranten en autochtonen stroken niet met elkaar.

Zo is te verklaren dat tweederde van de ondervraagden zegt een beetje tot volledig begrip voor de aanslagen te hebben. Natuurlijk is een definitieve interpretatie van deze uitkomst niet goed te geven, want 'begrip' is een ruime jas. Velen wezen inmiddels op de situatie in het Midden-Oosten. De steun die de VS aan de Israëlische oorlogsmachinerie geeft. De nog altijd voortgaande bombardementen op Irak. Het sterven van onschuldige burgers daar, mede als gevolg van de boycot.

De hypocrisie van het Amerikaanse eigenbelang, dat in de jaren tachtig steun gaf aan guerrillastrijders als Osama bin Laden en dat het Iraakse regime tot wasdom liet komen met Amerikaanse dollars tijdens de eerste Golfoorlog met Iran. En het is hetzelfde eigenbelang, dat die toenmalige 'vrienden' nu tot grootste vijanden verklaart. Die hypocrisie verklaart de kritische houding ten opzichte van Amerika van degenen die zich verbonden voelen met landen, familie, vrienden of volken in het Midden-Oosten.

Tot goedkeuring van de aanslagen hoeft dit allemaal niet te leiden. Maar om goed te snappen waarom de helft van de ondervraagde moslims begrip toont voor de aanslagen, zullen we terdege rekening moeten houden met het verschil in perceptie die migranten van de huidige crisis kunnen hebben.

Iets soortgelijks geldt voor het gegeven dat 6 procent (volgens Netwerk zelfs 10 procent) van de ondervraagden zegt de aanslagen in New York en Washington goed te keuren. Ook daar is geschokt op gereageerd. Vastberaden werd meteen geroepen, onder anderen door premier Kok, dat we goedkeuring van de aanslag niet tolereren. Dat is heel mooi, maar lost niet veel op. We zullen het moeten doen met het gegeven dat zo'n 50 duizend moslims in Nederland deze mening zijn toegedaan.

Mij lijkt maar één verstandige reactie mogelijk: zorgen dat we met deze mensen in contact komen. Interesse tonen voor hun denkwijze en opvattingen. En waar mogelijk: hen overtuigen van de onhoudbaarheid van hun denkbeelden.

De Nederlandse samenleving profileert zich graag als multicultureel. Als dit onderzoek één ding leert, dan is het dat de kloof tussen het denken binnen de zeer gevarieerde moslimgemeenschap en de autochtone Nederlanders, nog altijd groot is. Het diskwalificeren van deze enquête maakt die kloof niet kleiner. Onwelgevallige denkbeelden worden in dit land te makkelijk weggemoffeld, vanuit de behoefte te deëscaleren. De publieke opinie zet volop in op het toedekken van verschillen, want iedere tegenstelling kan tot conflict leiden.

We hebben dat mechanisme eerder gezien. Toen de criminologen Bovenkerk en Yesilgöz met de eerste onderzoeken kwamen waaruit bleek dat de criminaliteit onder bepaalde groepen migrantenjongeren hoger was dan gemiddeld, viel het weldenkende deel der natie over de twee heen. Schandalige uitkomsten, werd ze verweten, ondeugdelijk onderzoek en stemmingmakende vooringenomenheid. De niet gewenste waarheid mocht niet bestaan. Inmiddels is de fase van acceptatie aangebroken en kan de samenleving serieus naar de problematiek van migrantenjongeren kijken. Zonder acceptatie van het gepleegde onderzoek zou dat laatste onmogelijk zijn.

Zonder de enquête in Contrast te willen vergelijken met het langlopende en deskundige onderzoek van de criminologen, zou het van wijsheid getuigen de uitkomsten serieus te nemen. Ontkenning van bestaande denkbeelden helpt een vreedzaam samenleven niet verder. Juist in tijden van toenemende spanning is dat essentieel.

Als het zo is dat delen van de Nederlandse moslimgemeenschap zich makkelijker identificeren met de vermoedelijke slachtoffers van de op handen zijnde oorlog dan met de omgekomen burgers van New York en Washington, en als die houding als schokkend wordt ervaren, dan is het hoog tijd dat deze moslims en niet-moslims met elkaar in gesprek raken. Alleen zo kan polarisatie voorkomen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden