Begrip is een plant die in Kosovo maar slecht gedijt

In Wenen beginnen morgen de eerste besprekingen tussen Belgrado en Pristina sinds het einde van de Kosovo-oorlog. Over de toekomstige status van Kosovo mag niet worden gesproken....

De brug is naargeestig. Oversteken geeft een akelig gevoel. Misschien komt dat door de wetenschap dat oversteken te voet tot voor kort levensgevaarlijk was. Tot medio 2002 verplaatsten alleen gepantserde KFOR-, OVSEen Unmik-vehikels zich van de Albanese naar de Servische helft van Kosovska Mitrovica. Misschien komt het ook door de voortdurende massieve aanwezigheid van Franse KFOR-soldaten op de brug, het feit dat er geen andere voetgangers met je mee naar de overkant lopen en het idee dat aan die andere oever een wereld begint die niet wordt erkend door de oever die je achterlaat.

Ooit was de Ibar een weinig imponerend bergriviertje dat een onopvallend, stoffig Joegoslavisch provinciestadje vol desolate Titoïstische nieuwbouwflats doorsneed. Thans markeert de Ibar de verdedigingslinie van een enclave waarin de Serviërs zich na de intocht van de troepenmacht KFOR hebben terugtrokken.

De Ibar is geen staats-, maar wel een cultuurgrens. In Mitrovica-Zuid zijn de orthodoxe koepelkerken verdwenen. Albanezen wonen hier in huizen van gevluchte Serviërs. De euro is het enig geldige betaalmiddel. Kranten en levensmiddelen komen uit de Kosovaarse hoofdstad Pristina. Overal klinkt Albanese folklore. Auto's hebben nummerplaten die zijn verstrekt door het VN-bestuur in Kosovo, Unmik.

In Mitrovica-Noord zijn de moskeeën verdwenen. Serviërs wonen hier in huizen van gevluchte Albanezen. De Servische dinar is hier nog steeds geldig als betaalmiddel. Kranten en voedsel komen uit Belgrado. De muziek is Servisch. De auto's hebben Servische kentekenplaten of helemaal geen nummerborden. In de periode 1999-2002 werd de Unmik-politie op de Servische oever met stenen onthaald. Mitrovica-Noord was toen een vrijplaats voor gestolen goederen.

'Paradoxaal ligt de Servische begraafplaats in het zuiden en de Albanese in het noorden', zegt de Albanese Mexhmedin Spahiu, directeur van radio Mitrovicë (Mitrovica in het Albanees), met een bitter sarcastische grijns. Hij is een wat gezette man van middelbare leeftijd die zich op een groen vouwfietsje langs de Franse KFOR-soldaten op de zuidoever verplaatst. Zijn verleden ligt op de noordoever, waar hij sinds 1999 niet meer geweest is.

'De soldaten zijn niet erg vriendelijk', zegt hij. 'Ze zijn niet erg in de omgeving geïnteresseerd.' Het krantje Bonjour dat de Fransen uitgeven, opent veelzeggend met de kop La langue Française au Kosovo. Op een grauwe ansichtkaart van een KFOR-pantserwagen die te koop is in een bar genaamd Boss heten de Fransen in sierletters Les gardiens du pont.

'Mitrovica is de meest gefrustreerde stad van Kosovo', zegt Spahiu. 'Zowel de noord-als zuidoever is zomer ' 99 volgelopen met mensen die daar vroeger niet woonden. Ze hebben geen contact met elkaar. Maar ze hebben als overeenkomst dat ze niets te doen hebben. De werkloosheid is 87 procent. De dag uitzitten in het koffiehuis, dat is wat zowel de Albanezen als de Serviërs doen.'

Fuck the coca, fuck the pizza, all we needs(!) is shljivovitza, staat triomfantelijk op een ansichtkaart die meteen over de brug op de Servische helft te koop is bij een pizzeria die Mr. Bean heet. De Servische Cucic weet wel beter: Mitrovica-Noord is verschrikkelijk. Het is een enclave, een gevangenis. Zij woont hier ook niet uit vrije keuze. Haar verleden ligt in de Kosovaarse hoofdstad Pris ¿ tina. Na de intocht van de KFOR-troepen verloor zij drie vrienden door wraakacties van Albanezen. Desondanks besloot zij te blijven. 'Door te gaan werken voor het enige multi-etnische radiostation van de stad dacht ik te kunnen bijdragen aan de verzoening. Zo lang je zelf niets overkomt denk je dat je veilig bent.' In juni 2000, zij was toen 22, werd zij op straat getroffen door drie kogels in de maag en een in het been. Na 48 uur was zijn buiten levensgevaar. Zij durfde toen niet meer naar Pris ¿ tina terug. In een troosteloze Tito-flat in Mitrovica werkt Cucic thans voor de multi-etnisch georiënteerde Radio Contact Plus, dat ondersteund wordt door het Amsterdamse Press Now en als enige van de Servische media contacten onderhoudt met een Albanese, namelijk met Radio Mitrovicë van Mexhmedin Spahiu. In het kader van de samenwerking gaat Cucic eens per week naar de zuidoever. Als zij de brug overloopt wacht Spahiu haar aan de andere kant op. Alleen door Mitrovica-Zuid lopen is nog steeds te gevaarlijk. Naar Pristina kan Cucic alleen in de auto van Albanese vrienden. 'In de bus zou ik onmiddellijk herkend worden als Servische.' De lichte verbetering in haar bestaan zit hem in het feit dat ze anno 2003 in ieder geval alleen de brug over kan.

'Vrede kan nooit gehandhaafd worden met geweld. Zij moet bereikt worden met begrip', zegt Einstein op een poster aan de muur van de als een studentenflat ogende radiostation van Cucic. Maar begrip is een plant die in Kosovo nog niet goed wil groeien. Meer dan vier jaar na het einde van de NAVO-bombardementen en de intocht van KFOR, is het contact tussen Spahiu en Cucic nog steeds een unicum. Te stellen dat de meeste Albanezen en Serviërs nog bepaald geen vrienden zijn, is te mild uitgedrukt. Vrijwel iedere maand komt het nog tot dodelijke incidenten. Morgen zit een deel van het Kosovo-Albanese leiderschap uit Pris ¿ tina voor het eerst sinds het einde van de oorlog om de tafel met vertegenwoordigers van de Servische regering. In Wenen, op 'neutraal' terrein. Op instigatie van de internationale gemeenschap gaan ze praten over 'praktische problemen'. Het is niet dat die niet in ruime mate voorhanden zijn. Kosovo kampt door de breuk met Belgrado met een enorm elektriciteitstekort. Van de honderdduizend in 1999 gevluchte Serviërs zijn er slechts vierduizend teruggekeerd. Auto's met Servische nummerborden zijn buiten de Servische enclave schietschijven. Auto's met Unmik-nummerborden mogen Servië niet in. Kosovo-Albanezen met Unmik-paspoorten kunnen niet vanuit Belgrado vliegen. Enzovoort. Het probleem is dat het agendapunt waaraan wat betreft Pris ¿ trina al de andere onderhevig zijn – onafhankelijkheid – niet besproken mag worden.

'De besprekingen zijn door de internationale gemeenschap bekokstoofd', zegt Jeta Xharra van het Institute for War and Peace Reporting in Pristina. 'Als het aan de Kosovo-Albanezen had gelegen, zou er in dit stadium helemaal niet met Belgrado worden gepraat. Concessies zijn voor de delegatieleden politieke zelfmoord. Premier Bayram Rexhepi gaf dan ook zondag te kennen niet naar Wenen af te reizen.

In feite gaat Pristina volledig onvoorbereid de besprekingen in. Ze zullen alleen iets opleveren als Unmik reeds vooraf met Belgrado heeft onderhandeld.'

De facto vloeken de besprekingen net zo met de realiteit als de VN-affiches met de lachende gezichten die overal in Kosovo oproepen tot tolerantie en multi-etnisch samenleven. 'Het kan wél', zegt Casey Cooper, Amerikaans documentairemaker met baard en honkbalpet en woonachtig in Kosovo. 'Het kost alleen een enorme inspanning. Onlangs lukte het me eindelijk voor een tv-discussie wat Albanese en Servische jongeren bij elkaar te zetten. Bijna al de Albanezen hadden in de oorlog familieleden verloren. En ze zeiden: we willen best met jullie verder, maar we kunnen niet doen alsof er niets gebeurd is. De Serviërs toonden daar veel begrip voor.'

Het probleem is dat zo'n met moeite totstand gebrachte toenadering zo makkelijk weer ongedaan kan worden gemaakt. Enkele weken na de tv-discussie werden op een paar honderd meter van Coopers huis twee Servische kinderen die in de rivier zwommen gedood. 'Alleen al door dat incident werd een jaar van vooruitgang ongedaan gemaakt.'

Cooper had het erover met zijn Kosovo-Albanese echtgenote, wier moeder en zuster in de oorlog werden geëxecuteerd. 'Ik vroeg: ”Waarom veroordelen jullie de huidige aanslagen op Serviërs niet onomwonden?” Ze zegt: ”Jij begrijpt niet wat wij met de Serviërs hebben doorgemaakt.” De perceptie van het overgrote deel van de Albanezen is dat de Serviërs nu gewoon hun straf uitzitten. Dat die maar een fractie is van wat de Albanezen onder Milosevic doormaakten.'

Het feit dat het overgrote deel van de achtergebleven Serviërs zich geheel van het nieuwe Kosovo afsluit, bevordert toenaderingspogingen niet. 'Ze houden vast aan een fantasie', zegt Cooper. 'Ze zeggen: okay we zitten in enclaves gevangen in een internationaal protectoraat vol Albanezen. Maar eens zal het moment komen dat Belgrado ons bevrijdt. En Belgrado moedigt dat aan: mijdt het VNbestuur, mijdt alles wat met Pristina te maken heeft.'

Het gevolg is een blijvend wantrouwen bij de Kosovo-Albanezen. 'In de ogen van de gewone Albanezen houden de Serviërs in hun enclaves Kosovo gelieerd met Belgrado', zegt Astrit Salihu, hoogleraar politieke filosofie en directeur van de Kosovo Staats Televisie RTK in een rokerig koffiehuis in Pristina. 'In hun optiek verhinderen zij wat alle Albanezen willen: onafhankelijkheid. Sommige Westerse waarnemers zeggen dat als Kosovo onafhankelijk wordt het geweld tegen de Serviërs zal toenemen. Ik denk dat het tegenovergestelde zal gebeuren: er zal ontspanning optreden, omdat de Serviërs niet meer als een bedreiging zullen worden gezien.'

Het probleem is dat je onafhankelijkheid niet de hele tijd kunt opvoeren als voorwaarde voor het respecteren van de mensenrechten, zegt Casey Cooper: als we eenmaal onafhankelijkheid zijn gaan we ons netjes gedragen. 'Vergeet niet dat de meeste aanslagen het werk zijn van criminele circuits. Die zijn niet zozeer geïnteresseerd in onafhankelijkheid alswel in instabiliteit.'

Cooper wuift voor de zoveelste keer een minderjarig kind weg dat op het terras in Pristina voor een spotprijsje sigaretten aanbiedt. 'De maffia's aan beide zijden weten dat zij een gemeenschappelijk belang hebben: het veiligstellen van hun handel. Of er nu sigaretten, wapens, drugs of vrouwen worden gesmokkeld, hun business gedijt het beste in een cultuur van angst. Alles wat een dialoog oplevert werkt in hun nadeel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden