Column

Begrafenis van een tijdperk

Castro is dood, el lider maximo, zoals de politieke gelovigen hem noemden. Vrijdag 25 november 2016 was zijn sterfdag, en hij - of beter gezegd zijn as - is nu bezig met een ererondje door heel Cuba. Maar het eigenaardige feit wil dat ik eerder dit jaar al bij de afscheidsplechtigheid aanwezig was; op 24 september jl., een stralende herfstdag, gewoon in Amsterdam. Toen werd mijn oud-politicologie-docente en vriendin Constance Eugenie van der Maesen begraven, een geharnast aanhanger van Castro en verder wat je noemt een all-around leuk mens.

Ik wist op die zonnige septemberdag meteen dat ik niet alleen een vriendin begroef, maar een heel tijdperk Beeld thinkstock

Haar begrafenis was strikt non-religieus; de enige keer dat God werd genoemd was toen het bekende protestlied van Nina Simone werd gedraaid, Mississippi Goddam, want ook de Amerikaanse zwarte burgerrechtenbeweging mocht van meet af aan op haar warme steun rekenen.

Het was druk op de begraafplaats, de meeste mensen waren een flinke generatie ouder dan ikzelf, en ik ben niet meer jong. Zij hadden Castro van begin af aan meegemaakt, gevolgd en later soms bekritiseerd. Zo niet mijn oud-docente, die haar leven lang het socialistische bewind op Cuba bleef steunen, fanatiek, en die eens per jaar afreisde met stapels boeken, die weer nodig waren vanwege de Amerikaanse handelsboycot tegen Cuba.

Wat is die handelsboycot toch een blessing in disguise geweest, want alles kon er door worden goed gepraat. Wat je er ook van mag zeggen: Van der Maesens solidariteit was niet vrijblijvend, zij deed echt moeite, tot op zeer hoge leeftijd. Daar kon de heer Mulisch nog een puntje aan zuigen.

Ik wist op die zonnige septemberdag meteen dat ik niet alleen een vriendin begroef, maar een heel tijdperk: dat van de linkse, culturele voorhoede, die in de jaren '60 en '70 richtinggevend werd in Nederland, niet per se omdat ze vertegenwoordigd was in de regering, maar omdat ze de goede smaak bepaalde, in politiek en kunst, moraal en zeden. De politiek moest socialistisch zijn, de kunst experimenteel en de moraal en zeden zeer, zeer losjes. God was hooguit een krachtterm. En verder dus die revolutie con cha-cha-cha, met nadruk op het losheupige deel.

Het laatste woord op de begrafenis was op verzoek van de overledene aan de ambassadeur van Cuba, die nog eens alle gemeenplaatsen van stal haalde om compañera Constance - roepnaam Connie - te danken voor al haar goede werken.

Normaal zou ik gruwen van zo'n politiek-propagandistisch einde, maar in dit geval klopte het: daar werd de linkse revolutie ter aarde besteld, en daarmee ook de progressieve voorhoede die, laten we wel wezen, de strijd heeft verloren van ongelijksoortige grootheden als GeenStijl en Trump en SBS. Hier spreekt de oud-politicologie student in mij: de culturele hegemonie is alweer een tijdje aan Rechts.

De grap wil dat ik zelf nooit iets heb gezien in enige socialistische revolutie, maar dat een paar van mijn oudere vrienden alle heil van deze Fidel verwachtten. Met Van der Maesen heb ik jaren geruzied over haar Cuba-liefde (spreek uit: Koeba). Peter Schat, een andere vriend, was in zijn jonge jaren een hysterische fan van het socialisme à la Havana - al keerde hij later op zijn schreden terug, tot lof en eer van zijn naam.

Zo'n dertig jaar heb ik me ondertussen afgezet tegen het lonkende socialistische perspectief, en nu de laatste vaandeldragers van die richting dood en begraven zijn, blijf ik over met nieuw nationalistisch Rechts en het Geinige Racisme dat eigenlijk toch weer niet zo bedoeld is.

De vraag is hoe ideologisch de boodschap was van al die oud-Fidelfans: Van der Maesen was eerder een uitzondering dan de regel, een onverbeterlijke socialist, maar Peter Schat en zeker ook Harry Mulisch waren vooral dweepziek.

Mee met de grote, revolutionaire stroom. Afzetten tegen het oude, de burgerlijkheid, Luns, spruitjes, het saaie parlement. De ontregeling. Lekker tegendraads. Lekker rellen.

De ondraaglijke oppervlakkigheid van het huidige neo-nationalistisch rechts lijkt nieuw, maar draagt in zich het modieuze dat ook vijftig jaar geleden al de kop opstak, toen in links-revolutionaire vermomming. Linkse mensen zeiden altijd dat ze het monopolie bezaten op ideeën, bij rechts ging het alleen maar over belangen.

Maar het revolutionair conformisme en het narcistisch momentum - dat delen zij.

Het stoffelijk overschot van Fidel Castro wordt in een doorzichtige kist door de straten van Havana gereden. Beeld ap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.