Begeleider van de ziel

Honderden verhalen zijn er te vertellen over Pulcinella, van zijn geboorteuit een ei tot zijn vaak gewelddadige dood en terloopse herrijzenis....

Door Karin Veraart

Het zwarte masker met de vogelachtige neus, het witte slobberpak en die merkwaardige lange stijve muts; het is een vertrouwd beeld, ook voor de minder verstokte commedia dell'arte-fan. Pulcinella, beroemde knecht, befaamde domkop. Zie hem daar staan, op de gravure naar detekening van Maurice Sand, uit 1860. Een hand losjes in de zak, de andere wijzend naar iets buiten beeld, bravoure-achtige houding van iemand die het heus beter weet. En wie zal het ook zeggen?

Wie Napels bezoekt, ziet hem liggen in stapels, in alle vormen en maten, met een onderlijf als een rooie peper tegen het boze oog, met een bochel of een bult, en in plaats van met die hoge muts een kleinere, met naar achteren vallende punt. Dure kunstwerkjes, of een gipsen mannetje van een euro; voor in de kerststal, of gewoon: als geluksdragertje.

Maar hoezo rode peper eigenlijk, waarom dat eeuwige zwarte masker dat het halve gezicht bedekt, wat is dat met die bult en wat bungelt er nu voor een eikelvormig aanhangsel aan zijn ceintuur daar op die tekening van Sand? En hoe komt het dat Pulcinella eigenlijk heel vaak met meerdere, ja, met een heel clubje identieke Pulcinelli voorkomt? Deze en kwesties die je zelf niet verzint, zijn onderwerp van nadere studie in het boek van Hetty Paërl, Pulcinella, het mysterieuze spiegelbeeld van de mens.

Paërl volgt de gang van de schelm vanaf het moment dat hij uit zijn ei kruipt tot zijn vaak gewelddadige dood en terloopse herrijzenis, ze gaat terug op zijn wortels in de Griekse oudheid, legt parallellen met de Christusfiguur, Don Giovanni's knecht Leporello en de malle Papageno uit Mozarts Zauberflöte en komt zo nog met een aantal vondsten die je opnieuw en met extra aandacht doen kijken naar dat kleine souvenir uit het zuiden van Italië.

Bij haar enthousiaste zoektocht naar de achtergrond van Pulcinella raakt de schrijfster regelmatig aan delen van de Europese cultuurgeschiedenis. Haar stijl is losjes, een beetje populair soms, maar helder; ze wisselt bovendien theoretische gedeelten af met tal van levendige ooggetuigenverslagen uit Napels en het gebied erom heen. Zoals Acerra, de meest waarschijnlijke van de geboorteplekken van Pulcinella, waar ze het Pulcinella-museum bezoekt (enig in zijn soort), en overige delen van Campanië waar ze carnavalsvieringen en andere feestdagen meemaakt en ook meekijkt met de plaatselijke poppenspelers die Pulcinella steeds weer nieuw leven en nieuwe avonturen bezorgen.

'Pulcinella is de Napolitaan in al zijn verscheidenheid, en meer nog: hij is de mens in al zijn verscheidenheid', noteert Paërl. Ze geeft dit laatste als mogelijke reden waarom hij buiten Italië op zoveel 'nakomelingen' kon rekenen: Polichinnelle in Frankrijk, Punch in Engeland, Jan Klaassen; de Tsjechische Kasparek en zijn Slowaakse tegenhanger Gasparko krijgen zelfs een paragraaf apart. Waarbij gewezen wordt op het feit dat Pulcinella in de poppenkast vaak een andere rol heeft dan als komediant; als pop hoeft hij niemands knecht te zijn.

De vraag naar de oorsprong van Pulcinella voert steeds weer terug op zijn geboorte uit het ei, een uiterst curieuze gebeurtenis die kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd tot soms al niet minder curieuze kunstwerken. Paërl heeft er ter illustratie een heel aantal opgenomen, op sommige waarvan ze dieper ingaat. Zo is daar de reeks tekeningen waarin de Venetiaanse meester Giandomenico Tiepolo (1727-1804) de levensloop van Pulcinella (totaal liefst 104 prenten) vastlegde, van de vogelachtige ontstaansgeschiedenis en de confrontatie met vele identieke Pulcinelli, tot de dramatische dood die hem hier ten deel valt - executie door andere Pulcinelli.

Waarmee de Venetiaan zou hebben willen onderstrepen dat de schepping zich steeds herhaalt en ook wij slachtoffer, beul, of zwijgende massa kunnen worden. Pulcinella, zegt Paërl, houdt ons een spiegel voor, hij toont ons alle kanten van de menselijke ziel.

Even later maakt de auteur zich sterk voor de idee dat Pulcinella in navolging van Hermes gezien kan worden als de begeleider van die ziel, en dat er bronnen zijn die suggereren dat hij zelfs verwekker is van de ziel. Op menige prent wordt hij barend voorgesteld: er kruipen Pulcinelli uit zijn bult. Een andere Pulcinella houdt hem deegwaar voor, in de vorm van een druppel: dat heeft zwangerschap van het hermafrodiete wezen ten gevolg.

Een aardig verhaal over de hedendaagse Pulcinella is dat waarin de Napolitaanse poppenspeler Bruno Leone wordt gevolgd. Vanuit zijn werkplaats trekt een stoet Pulcinelli door de straten, waarbij er een als zondebok wordt aangewezen voor de verloedering van de stad; hij krijgt straf en zal de gemeenschap verlossen van het kwaad. Pulcinella (Leone) stapt in een kooitje dat vervolgens de lucht wordt ingehesen, en daar de hele nacht blijft hangen. Rondom hem, op een pleintje, treedt grote verbroedering op. Inmiddels is het een jaarlijks ritueel.

'Voor Pulcinella', concludeert Paërl, 'is geen schepper aan te wijzen. Hij is gedurende de eeuwen door velen gevormd, en aan zijn creatie is tot nu toe geen einde gekomen.' Dat is goed te weten, ook voor nieuwe liefhebbers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden