Beestje van de week: de kerkuil

Je kunt behoorlijk van hem schrikken, zo geruisloos als hij 's nachts voorbij vliegt. Op zoek naar een muis, want zonder muizen geen kerkuil. Johan de Jong zag de vogel bijna uitsterven en toch weer terugkeren.

`Krijgt het vrouwtje te weinig voedsel dan is ze weg, naar een ander mannetje.' Beeld null
`Krijgt het vrouwtje te weinig voedsel dan is ze weg, naar een ander mannetje.'

'Hij is de meest nachtelijke uil, je zult hem niet snel zien. Wel kun je, als je 's nachts buiten loopt, behoorlijk schrikken van het plotselinge gekrijs van een jagende uil, die van jou schrikt. Soms zie je hem dan ook, als een lichte flits, voorbij komen. Vroeger werd wel gedacht dat de kerkuil ongeluk bracht, dat er een familielid dood zou gaan als je een kerkuil hoorde krijsen.

'Hij begint pas een uur na zonsondergang te jagen. Met maar een klein beetje licht van de maan ziet hij genoeg, hij kan veel beter zien dan mensen. Zijn ogen zitten onbeweeglijk in zijn kassen, maar hij kan zijn kop 270 graden draaien. Bovendien ziet de uil, net als de mens, binoculair, het gezichtsveld dat hij met beide ogen ziet, is 70 graden. Op die manier kan hij de afstand tot zijn prooi, bijna altijd een muis, goed inschatten.

'Als het echt pikdonker is heeft de kerkuil altijd zijn oren nog. Zijn gezichtssluier fungeert als een schotel waarmee hij geluiden opvangt. Daarnaast heeft hij enorm grote oren onder losse veertjes die geluid goed doorlaten. Zijn oren zitten niet symmetrisch op zijn kop. De rechter ooropening ligt op ooghoogte, maar de linker opening ligt boven het linkeroog, het geluid komt daar een fractie van een seconde eerder of juist later binnen. Zo kan hij in het donker exact bepalen waar een muis zit. Hij hoort het als een muis zit te kauwen op een grassprietje, onder de grond kruipt of over sneeuw loopt. En hij kan geruisloos vliegen, daar is zijn verenkleed op gemaakt.

'Vanwege de muizenexplosie, afgelopen jaar, zijn er enorm veel uilskuikens geboren en uitgevlogen. Ik verwacht een grote sterfte deze winter. Meer dan 80 procent haalt het eerste jaar sowieso niet. Door het slechte weer in het najaar en het begin van de winter, met veel regen en wind, is het moeilijk jagen voor uilen; er is te veel geluid. Als ze toch jagen komen ze vaak uit bij wegbermen, waar veel muizen zitten. Omdat ze laag vliegen, vaak vanaf hectometerpaaltjes langs de snelweg, worden ze massaal doodgereden. We hebben daarom een uilonvriendelijk hectometerpaaltje ontwikkeld, met een draaiende rol erop . Aan weerszijden van de A7, hier bij Beetsterzwaag, hebben we nu, als proef, dertig van die paaltjes neergezet, met daar vlakbij hoge palen als alternatief.

De kerkuil

(Tyto alba)

Opvallende kenmerken
'spookachtige' verschijning in het donker. Licht van kleur. Smal en licht lichaam, bedekt met veel lichte veren. Brede vleugels met een spanwijdte van bijna een meter.

Leefgebied en voedsel
Kleinschalige landschappen met ruigtes, akkers en weilanden. De kerkuilenstand fluctueert sterk mee met de muizenstand.

Verspreiding
Twee (van de wereldwijd 35) ondersoorten komen voor in heel gematigd Europa. Niet in bergachtige en sneeuwrijke gebieden.

'De kerkuil is een holenbroeder, hij leefde vroeger in rotsachtige streken, maar hij is een cultuurvolger geworden door de kleinschalige landbouw. Boerderijen en kerktorens waren voor kerkuilen eeuwenlang ideaal als nestgelegenheid. Donker en met akkers en weilanden in de directe omgeving.

'Tot in de jaren vijftig waren er in Nederland in sommige jaren wel 3.000 broedparen, maar begin jaren tachtig waren er nog maar 100 over. Dat had vele oorzaken: het verdwijnen van het muizenrijke, halfnatuurlijke boerenlandschap, bestrijdingsmiddelen, meer bebouwing, meer wegen, het verdwijnen van nestgelegenheden...

'In kerktorens broeden kerkuilen nauwelijks nog. Die kwamen steeds geïsoleerder te liggen van de akkers en weilanden. Gaten in kerken zijn dichtgemaakt en op veel kerktorens schijnt tegenwoordig licht. Misschien 3 procent van de kerkuilen broedt nu nog in kerktorens. Hier in Friesland zaten ze tot voor kort nog in vier kerken, verdeeld over de gezindten. In de katholieke kerk hebben we de uilen moeten weghalen. Tijdens een dienst kwam een jong uiltje vanachter het gordijn tevoorschijn en vloog al poepend over de mensen heen. Van schrik produceerde hij ook een braakbal in het doopvont. Met een begrafenis in het vooruitzicht wilde het kerkbestuur toch liever van de uilen af.

'Mijn eerste onderzoek naar kerkuilen deed ik in 1971. Ik werkte overdag en voor mijn studie biologie, die ik ernaast deed, wilde ik onderzoek doen naar een beest dat 's nachts actief was. Ik ben toen kerkuilen gaan ringen en bestuderen. Nachtenlang zat ik op een brandweerladder, in een schuiltentje, naast een nestkast, in een boerderij. Ik heb in die jaren, samen met studenten, enorm veel data verzameld. Later ben ik, naast mijn werk als biologieleraar, actief geworden in de kerkuilenwerkgroep. Overal in Nederland zijn we nestkasten gaan plaatsen. In schuren van boerderijen vooral, op plekken waar ze in een straal van 500 meter extensief beheerde weides om zich heen hebben. Boeren bleken makkelijk te motiveren. Wat hielp, is dat uilen ook in de schuren op muizen jagen.

'Uilen zijn honkvast, ik ken uilenparen die al vijftien jaar op dezelfde plek leven. Ze zijn trouw, maar partnerruil komt sporadisch voor.

'Ook jonge kerkuilen blijven, als ze uitvliegen, meestal binnen een straal van tien kilometer. Het jonge mannetje zoekt een plek waar gebroed kan worden, en waar muizen zijn, en gaat dan schreeuwen. Het typische ijselijke gekrijs van de kerkuil in de nacht, voor een kerkuilvrouwtje hoorbaar op drie kilometer afstand.

Het vrouwtje is dominant, als zij afkomt op zijn geschreeuw dan moet hij tactvol zijn, anders krijgt hij ervan langs. Hij lokt het vrouwtje met een bruidsgeschenk: een onthoofde muis. Vervolgens gaat het vrouwtje zich gedragen als een jong, ze gaat blazen en bedelen. Krijgt ze te weinig voedsel dan is ze weg, naar een ander mannetje. Ze blijft zes weken blazen, en dan zit ze op eieren. Wat ik zo slim vind, is dat ze, afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die ze krijgt, bepaalt hoeveel eieren ze legt, variërend van vier tot tien.

'Landelijk zitten we nu op 14.000 nestkasten en in goede muizenjaren zijn er nu weer 3.000 broedparen. Het is nu vooral belangrijk dat ze in de nabije omgeving voldoende voedsel vinden, zodat ze de wegbermen mijden. Het is al voldoende, zo blijkt uit telemetrisch onderzoek, als een boer stroken van vijf meter breedte bij sloten extensief beheert, dat hij daar de koeien weghoudt en verruiging toestaat. Dat is, denk ik, dé oplossing om kerkuilen te houden in Nederland.'

Johan de Jong (73) is bioloog en voorzitter van de landelijke kerkuilenwerkgroep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden