Beeldenmaker van de eeuw

Elk voorwerp opent een luik in het geheugen. In het Centre Pompidou zijn rekwisieten uit de films van Hitchcock bijeengebracht en geconfronteerd met de beeldende kunst die de regisseur als inspiratie moet hebben gediend....

De aansteker is zijn onschuld verloren in 1951 (Strangers on a Train). Hij ligt vandaag glimmend op een rood kussentje in een vitrine met een halogeenlampje op zich gericht. De tentoonstellingsruimte is duister. Verderop, ook op een rood kussen, staat een spierwit glas melk op een zilveren tree, verdacht sinds 1941, toen Cary Grant het de trap omhoog bracht naar zijn zieke en achterdochtige vrouw Joan Fontaine (Suspicion). En ernaast de zwarte beha van Janet Leigh, vóór de douchescène in het Bates Motel, noodlotssymbool sinds 1960 (Psycho).

Het zijn clichés uit het oeuvre van Alfred Hitchcock (1899-1980). Clichés niet in de zin van platte algemeenheden, maar van onontkoombare, op het netvlies gebrande, beelden. Hitchcock, schreef Jean-Luc Godard, heeft, meer dan welke kunstenaar ook, invloed gehad op de beeldcultuur van de twintigste eeuw. `Misschien zijn tiendduizend mensen de appels van Cézanne niet vergeten, maar miljoenen mensen herinneren zich zeker de aansteker uit Strangers on a Train.'

De zo omineus in close-up gefilmde aansteker speelt een sleutelrol in de toevallige ontmoeting van een succesvolle tennisspeler met de obsessieve fan, Robert Walker (`Ask me anything, I know the answers'), die eindigt in moord en chantage. In dat sinistere glaasje melk in Suspicion, te wit om melk te zijn, zijn alle verdenkingen samengebald tegen die gifmenger Grant. (Hitchcock plaatste een lampje in het glas om de dreiging te accentueren). En het ondergoed in Psycho. Eerst wit, maar als Leigh er eenmaal met het geld van haar baas vandoor is, laat Hitchcock haar zwart dragen. En iedereen weet welk lot haar wacht in het Bates Motel.

De stelling van Godard dat Hitchcocks rekwisieten, beeldkeuzes, spanningsopbouw, seksuele toespelingen en gekke zinnetjes ('I'm a big girl' – Eva Marie Saint in North by Northwest (1959) tegen Cary Grant. Grant: 'Yeah, and in all the right places.'), zich diep hebben gehecht in elke bewoner van de vorige eeuw, wordt bewezen in die eerste duistere tentoonstellingszaal van Hitchcock et l'art, coïncidences fatales in Parijs.

21 Stellingkasten met een keuze uit het propsmuseum. Elk voorwerp opent een luik in het geheugen. De knoeperd van een telelens van James Stewart die er zijn buren mee bespiedt in Rear Window (1954); de sleutelbos waar Ingrid Bergman op aast in Notorious (1946), en de zeer gele handtas waarmee de getormenteerde Tippi Hedren van de camera wegwandelt in het openingsshot van Marnie (1964).

Fransen hebben een traditie om het werk van Hitchcock door te spitten. Begin jaren zestig, toen hij vooral nog maar een commercieel succesvol regisseur was, tilden Godard en François Truffaut hem op tot het niveau van een auteur/regisseur. En nu hebben twee jonge Franse curatoren, Dominique Païni en Guy Cogeval, zijn filmkunst proberen te benaderen zoals een kunsthistoricus het oeuvre van een klassieke schilder benadert.

In Hitchcock et l'art hebben ze honderden tijdgenoten, of 'bronnen' van Hitchcock, bij elkaar gezocht. Schilderijen, en beelden uit de negentiende, begin twintigste eeuw die van invloed kunnen zijn geweest op Hitchcocks beeldentaal. Het is een bewust iconografische benadering, in tegenstelling tot de narratieve wijze waarop Hitchcock meestal wordt gefileerd. En de makers zijn ook ver weggebleven van de stortvloed aan psychologie die over hem en zijn oeuvre is uitgestort.

Toch is het een heikel idee de filmbeelden als kunstvoorwerpen te benaderen, dat zou zeker door het onderwerp van de tentoonstelling zelf genadeloos zijn neergesabeld. Hitchcock was notoir om zijn relativering van het medium film ('It's only a movie'). Notoir om zijn relativering van zichzelf als regisseur ('Er is een rechthoekig kader, dat moet gevuld worden'). Notoir om het debunken van acteurs, ('I don't know if I can give you that emotion', Bergman tegen Hitchcock. De regisseur: 'Fake it, you're an actrice.') En niet in de laatste plaats is het een heikel idee omdat de vraag, de vraag die er in deze tentoonstelling ook toe doet, hem letterlijk is gesteld.

– 'Ziet u zichzelf als een kunstenaar.'

– 'Niet bepaald.'

Maar de tentoonstellingsmakers hebben dat antwoord van de auteur niet heel serieus genomen. Want Hitchcocks werk is van alles, maar only a movie is het zeker niet. Nog afgezien van het feit dat een samenscholing van vogels, nooit meer zo maar een samenscholing van vogels is geweest sinds The Birds (1963), een douchegordijn geen douchegordijn meer na Psycho, is er geen ander oeuvre te bedenken waaraan meer opvolgers schatplichtig zijn. Dat loopt uiteen van directe navolging, van een Hitchofiele regisseur als Brian De Palma (Body Double, Sisters), tot een eindeloze stoet van regisseurs die zich te buiten gaan aan imitatie, eerbetoon, tongue in check-verwijzingen, fake-cameo's en complete remakes.

Maar dat is film over film. Dit is kunst als inspiratiebron voor film. Païni en Cogeval hebben de stelling van Godard als uitgangspunt van hun tentoonstelling genomen en vervolgens de zaak omgedraaid. Als Alfred Hitchcock de grootste beeldenmaker van de twintigste eeuw is, welke beelden hebben dan zijn oeuvre beïnvloed? Daar hebben ze ruim driehonderd voorbeelden bij gezocht, variërend van René Magritte, Odilon Redon tot Marchel Duchamp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden