Beeldende kunst is overal

ZE moest het de afgelopen zomer flink ontgelden. De beeldende kunst zou een bloedeloze, gemakzuchtige muze zijn geworden, stelde Cornel Bierens in NRC handelsblad....

Lucette ter Borg

Ook Rutger Wolfson, de jonge directeur van de Vleeshal in Middelburg, meende dat beeldende kunst haar beste tijd had gehad. Wie als jonge creatieveling tegenwoordig aan de slag wil, bedenkt zich wel drie keer voordat hij besluit naar een kunstacademie te gaan. Mode, vormgeving, architectuur of de partyscene: dat zijn de gebieden waar een kunstenaar van nu pas rendement heeft van zijn inspanningen, zei Wolfson. Het klonk allemaal heel serieus en bedreigend. Oei, de beeldende kunst zwak, ziek en misselijk. Zelfs geen kunstenaar die zich tegen de kritiek verweerde. Kun je nagaan hoe erg de malaise was.

Maar wat viel er eigenlijk te weren? Op hetzelfde moment dat de twee hun kritiek uitten, werd er op het Holland Festival in Amsterdam een heel andere tendens zichtbaar. Uit die tendens bleek hoe springlevend, machtig en bedreigend de beeldende kunst kan zijn.

Drie theatervoorstellingen gingen tijdens dat festival in première. Drie theatervoorstellingen die nadrukkelijk inspiratie putten uit de geschiedenis van de beeldende kunst en gebruik maakten van de technieken van die discipline. Alice in Bed, onder regie van Ivo van Hove, Jeff Koons bij de Trust, en Aars, in de regie van Luk Perceval, dankten hun succes voor een groot deel aan de beeldende kwaliteiten van de voorstelling. Bij Aars was dat het adembenemend hallucinerende toneelbeeld, bij Alice in Bed de kakofonische installatie rondom Alice, bij Jeff Koons waren dat de bijna letterlijk nagespeelde sculpturen van de kunstenaar Jeff Koons.

Die kruisbestuiving, dit inzetten van beeldende middelen in het theater, is geen teken van zwakte maar een kenmerk van de kracht. Verheug je: beeldende kunst is sinds Pop Art allang niet meer alleen in het museum of de galerie. Beeldende kunst is overal.

Het Duitstalige tijdschrift Texte zur Kunst heeft zijn najaarsnummer gewijd aan de theatrale kant van de beeldende kunst. Texte zur Kunst heeft de naam eindeloos ingewikkeld en theoretisch te zijn. Maar in dit laatste nummer valt het met die theorievorming alleszins mee, want is er naast het essay ook plaats voor journalistiekere genres als het interview en de reportage.

Texte zur Kunst gaat in op de theoretische discussie die sinds 1967 woedt over de waarde van 'theatrale' beeldende kunst. De Greenberg-adept Michael Fried gaf het startsein in zijn essay Art and Objecthood, waarin hij de theatrale aspecten van minimalistische kunst als die van Judd en Morris afwees. Tegenwoordig, toont Texte zur Kunst, is dat theatrale aspect alomtegenwoordig.

Zo voelt de Duitse decorbouwer Anna Viebrock zich net zo goed thuis in het theater als in musea, wachtkamers en cafés. En kan een autoverkoper alle talenten die de kunst bezit inzetten voor dat ene, ultieme doel: de verkoop van een volkswagen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden