Beeld van Haarlem was vooral illusie

Met bolle zeilen, voor de wind, stomen de Haarlemse kruisvaarders in 1188 op Damiate af. De toegang tot de stad aan de monding van de Nijl is afgesloten door een ketting, die tussen twee torens over de Nijl is gespannen....

JUDITH KOELEMEIJER

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

HAARLEM

Deze geschiedenis is afgebeeld op het enorme tapijt De inname van Damiate van Joseph Thienpont en Nicolaas van Wieringen, uit 1629. Het werd gemaakt in opdracht van het stadsbestuur van Haarlem, voor de nieuwe vroedschapskamer in het Stadhuis. Zo konden de bestuurders elke dag worden herinnerd aan Haarlems heldhaftige verleden.

Dat in werkelijkheid Damiate pas in 1219 veroverd werd door kruisvaarders uit Holland èn Friesland, deed minder te zake. Als er iets is wat de expositie De trots van Haarlem duidelijk maakt, dan is het wel dat de promotie van Haarlem op schilderijen en prenten in de zeventiende eeuw, maar ook daarna, vaak meer berustte op illusie, op de zorgvuldige koestering van mythen, dan op de werkelijkheid.

Op de vergezichten die Jacob van Ruisdael van Haarlem schilderde, de zogeheten 'Haerlempjes', torent de Grote of Sint Bavo Kerk onwaarschijnlijk hoog boven de stad uit. Duinen en velden liggen op een steenworp afstand, onder een imposante, bewolkte hemel. Het is een geïdealiseerde stad in een bedacht landschap. Zoals ook het Kasteel van Haarlem op een tapijt van Maximiliaan van der Gucht, dat volgens de legende aan de Heren van Haarlem zou hebben toebehoord, nooit bestaan heeft. Net zo min als de slag op het Haarlemmermeer tegen de Spanjaarden, op het schilderij van Hendrick Vroon uit 1629, iets was om werkelijk trots op te zijn. Want het blijft een feit dat de Haarlemmers zich na een zeven maanden durend beleg in 1573 moesten overgeven aan de Spanjaarden. Uitgeput en uitgehongerd.

Tussen 1577 en 1622 groeide het aantal inwoners van Haarlem van 18 duizend naar 40 duizend. Het aantal immigranten uit de zuidelijke provincies nam toe, de eenheid van de katholieke kerk maakte plaats voor een groot aantal kerkgenootschappen. De stad raakte verdeeld, en het is niet toevallig dat juist in deze tijd de promotie van Haarlem in lofdichten en schilderijen populair werd: het bevorderde het patriottisme en dekte de onderlinge meningsverschillen toe.

Om zijn trots op de stad te verbeelden, baseerde de zeventiende-eeuwse schilder zich, net als de lofdichter, op klassieke gemeenplaatsen als het arcadische landschap, belangrijke gebouwen en bedrijven, voorname burgers en kastelen, ruïnes en gebeurtenissen die herinneren aan een heroïsche geschiedenis. In het Frans Halsmuseum maakt de bezoeker een rondgang langs deze thema's, waarbij elk onderwerp prominent met één schilderij wordt geïntroduceerd.

Er zijn schutterstukken van Frans Hals, portretten van Hendrick Goltzius, kerkinterieurs van Pieter Saenredam. De Sint Bavo Kerk en de Grote Markt zijn talloze keren vereeuwigd. Bijzonder populair was het panorama met de stad aan de horizon, gezien vanaf het water of de duinen. Haarlem had geen universiteit, zoals Leiden, en geen haven, zoals Amsterdam, maar wel een fraaie omgeving, het 'Hollandse arcadië'. Juist in Haarlem vestigden zich in het begin van de zeventiende eeuw pioniers van het Hollandse landschap als Esaias van de Velde en Pieter Molijn. De prenten van Hendrick Goltzius uit 1600, onder andere van de ruïne 't Huijs te Bredenro, staan bekend als de vroegste naar de natuur getekende landschappen.

De prenten en tekeningen zijn ondergebracht in het Teylers Museum. Hier is goed te zien hoe Haarlem in de loop van de achttiende eeuw in verval raakte, en de tekenaars een realistischer beeld van de stad gaven. Vincent van der Vinne schetste in 1785 een afbraak-woning, een prent van Franciscus Andreas Milatz uit 1803 toont hoe door sloop midden in de stad bleekveldjes ontstonden.

De negentiende-eeuwers Bosboom en Springer daarentegen verheerlijkten wederom Haarlems verleden, waarbij zij teruggrepen op de zeventiende-eeuwse traditie. Het Stadhuis van Haarlem bij winter tekende Springer in augustus 1863. Maar om de sfeer maakte hij er een wintergezicht van, met bomen die er niet stonden en sleden die er niet konden zijn. Met alle poeha die de opschepper eigen is.

De trots van Haarlem. Promotie van een stad in kunst en historie. Frans Halsmuseum en Teylers Museum Haarlem, tot en met 3 september.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden